Uitspraak
1.Tenlastelegging
2.Bewijs
Verklaring van de verdachte [5] Ik werd op 26 augustus 2025 samen met [slachtoffer] bij Rotterdam Centraal opgehaald en ben in een auto gestapt waar al twee anderen inzaten, waaronder [persoon A] . In de auto heb ik tegen [slachtoffer] gezegd dat hij zijn spullen moest geven en heb ik alles van hem afgepakt. Het waren twee ringen en een ketting.
door envergezeld van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken door
19mm, en daarbij voor dat wapen geschikte munitie, voorhanden heeft gehad.
3.Kwalificatie en strafbaarheid
4.Straf
5.Vordering van de benadeelde partij
6.Wettelijke voorschriften
7.Beslissingen
bewezendat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden;
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 3 (drie) jaren, inhoudende dat de verdachte:
bedrag van € 2.609, bestaande uit € 609 als vergoeding van materiële schade en € 2.000 als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 26 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door de mededader (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij] aan de staat
€ 2.609te betalen, en de wettelijke rente vanaf 26 augustus 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
26 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;