ECLI:NL:RBROT:2026:7522

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
1 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
C/10/718743 / JE RK 26-782
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige door kinderrechter

De kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam heeft op 1 juni 2026 een beschikking gegeven over de verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2018. De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling voor een periode van zes maanden. De moeder stemde hiermee in, terwijl de vader niet is verschenen en geen verweer voerde.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werd het verzoek behandeld samen met andere lopende verzoeken. De kinderrechter stelde vast dat de gronden voor ondertoezichtstelling, zoals bedoeld in artikel 1:255 BW Pro, aanwezig zijn en dat er geen verweer was tegen verlenging. De beslissing werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze direct geldt, ook bij hoger beroep.

De beschikking verlengt de ondertoezichtstelling tot 11 december 2026. De uitspraak werd mondeling gedaan en later schriftelijk bevestigd. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na de uitspraak of betekening.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 11 december 2026 en de beschikking is direct uitvoerbaar verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/718743 / JE RK 26-782
Datum uitspraak: 1 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west,
gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
bijgestaan door advocaat mr. C.N.M. Schep, kantoorhoudende in Oud-Beijerland,
[naam vader],
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] ,
bijgestaan door advocaat mr. C.E. Koopmans, kantoorhoudende in Dordrecht.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 23 april 2026;
- de berichten van de advocaat van de moeder van 4 mei 2026 en 27 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder met haar advocaat;
  • de advocaat van de vader;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
1.3.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft geen mening gegeven.
1.5.
Ter zitting wordt onderhavig verzoek gelijktijdig behandeld met het aangehouden verzoek van de GI d.d. 20 januari 2026 (C/10/713907) en het aangehouden zelfstandige verzoek van de vader d.d. 12 februari 2026.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij haar moeder en haar stiefvader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 mei 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 11 juni 2026.

3.Het verzoek van de GI

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Ter zitting handhaaft de GI het verzoek om de ondertoezichtstelling te verlengen met de duur van zes maanden. Alle betrokkenen zijn het erover eens dat de ondertoezichtstelling verlengd dient te worden.

4.De standpunten

4.1.
Namens en door de moeder is ter zitting ten aanzien van de verlenging van de ondertoezichtstelling ingestemd met het verzoek van de GI.
4.2.
Namens de vader is ter zitting ten aanzien van de verlenging van de ondertoezichtstelling geen verweer gevoerd.

5.De beoordeling

5.1.
Gelet op het feit dat er ter zitting geen verweer is gevoerd tegen een verlenging van de ondertoezichtstelling en de kinderrechter op grond van de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting van oordeel is dat de gronden van de ondertoezichtstelling zoals gesteld in art. 1:255 BW Pro aanwezig zijn, zal de ondertoezichtstelling als onweersproken worden verlengd voor de duur van zes maanden.
5.2.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 11 december 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2026 door mr. M.A. van der Laan-Kuijt, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 5 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.