ECLI:NL:RBROT:2026:7494
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen halvering vervoersvoorziening jeugdige
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft het aantal toegekende vervoersritten voor de dochter van verzoekster, een jeugdige met autismespectrumstoornis en ADHD, gehalveerd van tien naar vijf ritten per week, alleen in de ochtend. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze vermindering en vroeg om een voorlopige voorziening om ook de middagritten te behouden.
De voorzieningenrechter nam het spoedeisend belang aan vanwege de medische en psychische beperkingen van verzoekster en haar partner, die het zelf ophalen van de jeugdige bemoeilijken. Het college had echter rekening gehouden met deze omstandigheden door de ochtendritten toe te kennen en verwachtte dat de jeugdige in de middag door verzoekster of haar sociale netwerk kon worden opgehaald.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college in redelijkheid heeft kunnen besluiten de middagritten te schrappen, mede omdat verzoekster in het bezit is van een rijbewijs en hulp kan inschakelen uit haar sociale netwerk. De behoefte van de jeugdige aan structuur kan ook worden gewaarborgd met de huidige regeling. Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de halvering van de vervoersvoorziening wordt afgewezen.