ECLI:NL:RBROT:2026:7476

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
11690787 CV EXPL 25-11005
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 algemene voorwaardenArt. 233 RvArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verhuurder vordert betaling huurachterstand en schoonmaakkosten na beëindiging huurovereenkomst

De huurder had een woning gehuurd van de verhuurder, maar tijdens de looptijd van de huurovereenkomst ontstond een huurachterstand. Na beëindiging van de huurovereenkomst leverde de huurder de woning niet schoon op, waardoor de verhuurder schoonmaakkosten maakte. De verhuurder vorderde betaling van de huurachterstand en de schoonmaakkosten, inclusief rente en incassokosten.

De kantonrechter stelde vast dat de huurachterstand € 2.004,82 bedroeg en dat de schoonmaakkosten € 222,82 waren. De huurder had het eindcontrolerapport ondertekend waarin hij akkoord ging met de schoonmaakkosten en erkende dit ook ter zitting. De vordering van in totaal € 2.227,64 werd daarom toegewezen, met aftrek van eventuele betalingen na de zitting.

De kantonrechter wees de gevorderde incassokosten en rente af omdat de algemene voorwaarden van de verhuurder een oneerlijke bepaling bevatten die een boete oplegde bij te late betaling, wat in strijd is met de wet. Andere bepalingen werden niet als oneerlijk aangemerkt. De huurder werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op € 1.202,64. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van € 2.227,64 aan huurachterstand en schoonmaakkosten, exclusief incassokosten en rente, en in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11690787 CV EXPL 25-11005
datum uitspraak: 22 mei 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres] ,
vestigingsplaats: [plaats 1] ,
eiseres,
gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders ,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 24 april 2025, met bijlagen 1 tot en met 10;
  • de aantekeningen van het mondelinge antwoord;
  • de akte van de gemachtigde van [eiseres] , met bijlagen 11 tot en met 14.
1.2.
Op 23 april 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig mevrouw [persoon A] namens de gemachtigde van [eiseres] en [gedaagde] .

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] huurde een woning van [eiseres] aan [adres] in [plaats 2] . De huurovereenkomst is geëindigd, maar tijdens de looptijd is er een huurachterstand ontstaan. Daarnaast heeft [gedaagde] de woning niet schoon opgeleverd zodat [eiseres] schoonmaakkosten heeft gemaakt. [eiseres] eist dat [gedaagde] die huurachterstand betaalt en ook de schoonmaakkosten, met rente en kosten. [gedaagde] moet van de kantonrechter inderdaad de huurachterstand en de schoonmaakkosten betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] moet de huurachterstand en schoonmaakkosten van € 2.227,64 betalen
2.2.
[gedaagde] wordt veroordeeld om € 2.004,82 aan huurachterstand aan [eiseres] te betalen. De partijen zijn het er namelijk over eens dat dit de huurachterstand is. Daar komt een bedrag bij van € 222,82 aan schoonmaakkosten. Op 23 oktober 2023 heeft [gedaagde] , na de eindcontrole van de woning, er namelijk mee ingestemd dat deze schoonmaakkosten bij hem in rekening worden gebracht door het eindcontrolerapport waar dat in staat voor akkoord te tekenen. Dat heeft hij (pas ter zitting) ook erkend. Er wordt dus een bedrag van (€ 2.004,82 + € 222,82 =) € 2.227,64 toegewezen. Eventuele betalingen die [gedaagde] na de zitting heeft verricht, strekken in mindering op dit bedrag.
2.3.
[gedaagde] kan contact opnemen met de gemachtigde van [eiseres] om een betalingsregeling af te spreken. Dit is ter zitting door de gemachtigde van [eiseres] gezegd.
[gedaagde] hoeft geen incassokosten en rente te betalen
2.4.
De kantonrechter wijst de geëiste incassokosten en de rente af. In de algemene voorwaarden van [eiseres] staat hierover namelijk een oneerlijke bepaling (artikel 15). Omdat die bepaling oneerlijk is, mag [eiseres] daar geen beroep op doen en kan zij ook geen aanspraak maken op de incassokosten en rente uit de wet. [1] De bepaling is oneerlijk, omdat daarin staat dat [gedaagde] een boete moet betalen als hij niet aan de verplichtingen uit de overeenkomst voldoet. Daaronder valt ook het op tijd betalen van de huur. Op grond van de wet zou [gedaagde] als hij te laat betaalt alleen de wettelijke rente en incassokosten moeten betalen. [eiseres] wijkt met de boete dus in het nadeel van een consument af van de wet door daarnaast een boete op te leggen. Dat maakt deze bepaling hier oneerlijk.
2.5.
De kantonrechter heeft onderzocht of er nog andere oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.6.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 146,14 aan dagvaardingskosten, € 514,- aan griffierecht, € 434,- aan salaris voor de gemachtigde (twee punten x € 217,-) en € 108,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.202,64. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 2.227,64;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 1.202,64;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.

Voetnoten

1.Hof van Justitie van de Europese Unie 27 januari 2021 (Dexia)