Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[bedrijf 1],
[bedrijf 2],
1.De procedure
- de dagvaarding van 22 september 2025, met bijlagen 1 tot en met 5;
- het antwoord, met bijlage;
- de akte van [eiser] , met bijlagen 6 tot en met 33.
Rechtbank Rotterdam
Eiser heeft beveiligingswerkzaamheden uitgevoerd in opdracht van gedaagde en twee facturen gestuurd die niet volledig en tijdig zijn betaald. Gedaagde erkent de hoofdsom niet te betwisten, maar stelt dat hij deze heeft verrekend met een no show factuur wegens niet-uitvoering van werkzaamheden op 27 en 28 juni 2025.
De rechtbank oordeelt dat hoewel eiser de werkzaamheden niet heeft uitgevoerd, gedaagde onvoldoende heeft onderbouwd dat hij daardoor schade heeft geleden. Tevens is onvoldoende aangetoond dat het gebruik van een no show factuur in de branche gebruikelijk is, terwijl eiser dit betwist. Daarom faalt het beroep op verrekening.
De vordering van eiser wordt toegewezen tot een bedrag van €224,35, vermeerderd met handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten, waarbij de incassokosten worden gematigd conform het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van openstaande facturen, handelsrente, incassokosten en proceskosten; beroep op verrekening met no show factuur faalt.