Uitspraak
1.Inleiding
2.Procesverloop
3.Adviezen
4.Standpunt van partijen
5.Beoordeling
6.Beslissing
op 18 mei 2026 vanaf het moment dat de ter beschikking gestelde aankomt in de kliniek (FVK Fivoor).
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde op 15 mei 2026 de vordering van het openbaar ministerie tot dwangverpleging van de ter beschikking gestelde, die eerder was terbeschikking gesteld wegens poging tot doodslag en diefstal met geweld. De ter beschikking gestelde was preventief gedetineerd en had zich onttrokken aan de kliniek, waarna hij was aangehouden.
De reclassering adviseerde aanvankelijk om de terbeschikkingstelling met voorwaarden om te zetten naar dwangverpleging vanwege onttrekking en toename van paranoïde gedrag en middelengebruik. Na positieve ontwikkelingen en gesprekken met de ter beschikking gestelde herzag de reclassering haar advies en stelde zij afwijzing van de vordering voor. De deskundige bevestigde dit advies tijdens de zitting.
De officier van justitie en de ter beschikking gestelde met zijn raadsvrouw bepleitten beiden afwijzing van de vordering. De rechtbank oordeelde dat de huidige voorwaarden passend zijn en dat de ter beschikking gestelde op 18 mei 2026 weer kan worden opgenomen in de kliniek. Daarom wees de rechtbank de vordering af en beëindigde het bevel tot voorlopige verpleging vanaf het moment van opname.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot dwangverpleging af en beëindigt het bevel tot voorlopige verpleging bij opname op 18 mei 2026.