ECLI:NL:RBROT:2026:7424
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening Wajong-uitkering en gezinshereniging
Verzoekster heeft het UWV gevraagd om terug te komen op een eerder besluit van 29 april 2024 waarin een Wajong-uitkering werd geweigerd. Na afwijzing van dit verzoek op 4 maart 2026 en het indienen van bezwaar, heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij onverwijlde spoed. Verzoekster stelt dat zij vanwege haar medische situatie afhankelijk is van haar familie en dat haar echtgenoot uit Marokko naar Nederland moet komen om bij te dragen aan de zorg. Voor een verblijfsvergunning is echter een Wajong-uitkering vereist.
De rechter stelt vast dat verzoekster momenteel een bijstandsuitkering ontvangt en niet zonder zorg is. Ook is niet aangetoond dat de zorg per se door haar echtgenoot moet worden verleend. Mogelijk kunnen andere voorzieningen worden ingezet. Daarom is er geen spoedeisend belang en wordt het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.