Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1..[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2], handelend onder de naam
[handelsnaam],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord van [gedaagde 2] , met producties 1 t/m 8;
- de brieven van de rechtbank waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
3.De feiten
4.Het geschil
- [eiser] moest op het kantoor van Woonbron tekenen voor een woning, die woning had hij nooit gezien. Van hem werd verwacht dat hij direct de huur zou voldoen. [eiser] was echter met lege handen bij de COA weggegaan en had geen inkomen of uitkering. [gedaagde 2] noch [gedaagde 1] hebben hem hierin bijgestaan;
- [eiser] kwam terecht in een woning zonder gas, water en licht. Onbekend met het systeem van Nederland en de taal heeft hij maandenlang zonder deze voorzieningen geleefd;
- [eiser] heeft van meet af aan te kennen gegeven dat hij een zoon heeft die hij naar Nederland wilde halen, hierin werd hem geen ondersteuning geboden terwijl [eiser] met eigen ogen heeft waargenomen dat derden deze hulp wel geboden kregen. Deze derden spraken de taal beter dan [eiser] ;
- Drie jaar lang heeft [eiser] van 50 euro per maand moeten leven vanwege een aanmelding bij de Kredietbank voor vele schulden, maar na die drie jaar waren de schulden niet opgelost, sterker nog, die waren alleen maar opgelopen;
- Er werd met de identiteit van [eiser] gefraudeerd. [eiser] moest zijn papieren/documenten inleveren bij [gedaagde 2] . Later zou hij van [gedaagde 1] een brief krijgen dat hij in Apeldoorn zou werken (terwijl hij in Rotterdam en/of Eindhoven woonde) en daarom geen uitkering kreeg. Het bedrijf in Apeldoorn kende hem echter niet. Het simpele antwoord van [gedaagde 2] en [gedaagde 1] was: “je bent een fraudeur, we kunnen je niet helpen.”
5.De beoordeling
6.De beslissing
3533 / 1729