ECLI:NL:RBROT:2026:7409

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
11728465 CV EXPL 25-12956
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 139 RvArt. 233 RvArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling en vrijwaring energiekosten tussen Settel Housing en Nadia Beheer

Settel Housing B.V. heeft een overeenkomst gesloten met Eneco voor levering van elektriciteit en gas op een adres, welke overeenkomst per 15 augustus 2023 is beëindigd. Eneco vorderde betaling van achterstallige facturen van Settel. Settel betwistte niet de overeenkomst, maar stelde dat zij deze in opdracht van Nadia Beheer B.V. had gesloten en dat Nadia daarom de kosten moest dragen. Settel riep Nadia in vrijwaring op voor de gevolgen van een eventuele veroordeling in de hoofdzaak.

Tijdens de zitting op 2 juni 2026 bereikten Eneco en Settel een schikking waarbij Settel €8.500 aan Eneco betaalt. Settel beperkte daarop haar eis tegen Nadia tot betaling van dit bedrag plus proceskosten. Nadia verscheen niet in de procedure, waarna verstek tegen haar werd verleend.

De kantonrechter oordeelde dat uit de stukken en toelichting voldoende bleek dat Settel de overeenkomst namens Nadia had gesloten, waardoor Nadia gehouden is tot vergoeding van de kosten. Nadia werd veroordeeld tot betaling van €8.500 aan Settel en de proceskosten van €473,35. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Nadia Beheer wordt veroordeeld tot betaling van €8.500 aan Settel Housing en de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11728465 CV EXPL 25-12956
datum uitspraak: 12 juni 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Settel Housing B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. W.J.J. Lamers,
tegen
Nadia Beheer B.V.,
vestigingsplaats: Leiden,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘Settel’ en ‘Nadia’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de dagvaarding van 27 mei 2025, met bijlagen.
1.2.
Op 2 juni 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Tijdens die zitting is het geschil tussen Eneco Zakelijk (hierna: ‘Eneco’) en Settel besproken. Die procedure is bij deze rechtbank bekend onder zaaknummer 11473542 CV EXPL 25-130 en zal hierna verder ‘de hoofdzaak’ worden genoemd. Op diezelfde zitting is ook het onderhavige geschil tussen Settel en Nadia besproken. Namens Settel was aanwezig [naam], die werd bijgestaan door mr. W.J.J. Lamers. Al eerder op de zitting van 3 juni 2025 waarvoor Nadia is gedagvaard, is zij niet verschenen, maar ook op de zitting van 2 juni 2026, waar Nadia in verband met de samenhang met de hoofdzaak toch voor was uitgenodigd, is namens Nadia niemand verschenen.

2.De beoordeling

Wat is de kern van de zaak?
2.1.
Tussen Eneco en Settel heeft vanaf 25 januari 2023 een overeenkomst bestaan voor de levering van elektriciteit en gas op het adres [adres 1]. Deze overeenkomst is per 15 augustus 2023 beëindigd. Volgens Eneco heeft Settel niet alle facturen (waaronder de eindafrekening) betaald. Daarom heeft Eneco in de hoofdzaak van Settel geëist dat Settel die achterstand, met rente en buitengerechtelijke incassokosten, aan haar betaalt.
2.2.
Settel betwist niet dat zij de overeenkomst met Eneco heeft gesloten. Zij voert alleen aan dat het de bedoeling was dat zij voor haar klant, Nadia, het beheer zou verzorgen van het kantoorpand aan de [adres 2] en [adres 1] en Settel daarom voor en in opdracht van Nadia de overeenkomst met Eneco heeft gesloten. Settel vindt daarom dat de kosten van energielevering voor rekening van Nadia moeten komen en heeft Nadia in vrijwaring opgeroepen. Settel eist dat Nadia wordt veroordeeld tot vergoeding aan Settel van alle nadelige gevolgen van een veroordeling van Settel in de hoofdzaak.
2.3.
Tijdens de zitting van 2 juni 2026 hebben Eneco en Settel in de hoofdzaak een schikking getroffen, die – kort samengevat – inhoudt dat Settel in totaal een bedrag van
€ 8.500,- aan Eneco betaalt. Deze schikking is vastgelegd in het proces-verbaal van de zitting, waarna de hoofdzaak tot een einde is gekomen. Gelet op de getroffen schikking in de hoofdzaak heeft Settel haar eis in de vrijwaringszaak verminderd, in die zin dat – in plaats van een veroordeling van Nadia tot vergoeding van alle nadelige gevolgen van een veroordeling van Settel in de hoofdzaak – betaling door Nadia van een bedrag van
€ 8.500,- wordt gevorderd, met de proceskosten in deze vrijwaringszaak.
Tegen Nadia wordt verstek verleend
2.4.
Nadia is niet in de procedure verschenen. Bij het uitbrengen van de dagvaarding zijn alle wettelijke termijnen en formaliteiten in acht genomen, zodat tegen Nadia verstek wordt verleend.
De eis van Settel wordt toegewezen
2.5.
De kantonrechter wijst eis van Settel toe, omdat die niet onrechtmatig of ongegrond lijkt (artikel 139 Rv Pro).
2.6.
Uit de stellingen van Settel, de overgelegde stukken (met name de gevoerde e-mailcorrespondentie) en de toelichting van Settel ter zitting is voldoende gebleken dat Settel de overeenkomst met Eneco heeft gesloten in opdracht van of in ieder geval namens Nadia. Daarmee is voldoende komen vast te staan dat er tussen Settel en Nadia een rechtsverhouding bestaat die Nadia verplicht Settel te vrijwaren van al hetgeen Settel in de hoofdzaak aan Eneco moet betalen.
2.7.
Het bovenstaande betekent dat Nadia wordt veroordeeld een bedrag van € 8.500,- aan Settel te betalen.
Nadia moet ook de proceskosten betalen
2.8.
De proceskosten komen voor rekening van Nadia, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die Nadia aan Settel moet betalen op € 122,35 aan dagvaardingskosten, € 135,- aan griffierecht, € 144,- aan salaris voor de gemachtigde
(1 punt) en € 72,- aan nakosten. Dat is in totaal € 473,35. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.9.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt Nadia om aan Settel te betalen € 8.500,-;
3.2.
veroordeelt Nadia in de proceskosten, die aan de kant van Settel worden begroot op € 473,35;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.
44487