Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 13 augustus 2025, met bijlagen;
- het antwoord;
- de repliek, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele zaak eist eiseres betaling van een factuur van €269,54, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten, wegens geleverde diensten aan gedaagde. Gedaagde betwist de vordering omdat zij meent dat de overeenkomst ten onrechte is verlengd, aangezien het voertuig niet meer op haar naam stond en al naar de sloperij was gebracht.
Eiseres stelt dat gedaagde de overeenkomst tijdig had moeten opzeggen indien deze niet meer nodig was, wat niet is gebeurd. Gedaagde heeft niet gereageerd op de repliek van eiseres, waardoor de kantonrechter uitgaat van de juistheid van de stellingen van eiseres.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde de factuur moet betalen, evenals de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke handelsrente. Tevens worden de proceskosten aan gedaagde opgelegd. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de factuur, incassokosten, rente en proceskosten, en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.