ECLI:NL:RBROT:2026:740

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
11840775 CV EXPL 25-18007
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119a BWArt. 233 RvArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering wegens niet-betaalde factuur en incassokosten toegewezen

In deze civiele zaak eist eiseres betaling van een factuur van €269,54, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten, wegens geleverde diensten aan gedaagde. Gedaagde betwist de vordering omdat zij meent dat de overeenkomst ten onrechte is verlengd, aangezien het voertuig niet meer op haar naam stond en al naar de sloperij was gebracht.

Eiseres stelt dat gedaagde de overeenkomst tijdig had moeten opzeggen indien deze niet meer nodig was, wat niet is gebeurd. Gedaagde heeft niet gereageerd op de repliek van eiseres, waardoor de kantonrechter uitgaat van de juistheid van de stellingen van eiseres.

De kantonrechter oordeelt dat gedaagde de factuur moet betalen, evenals de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke handelsrente. Tevens worden de proceskosten aan gedaagde opgelegd. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de factuur, incassokosten, rente en proceskosten, en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11840775 CV EXPL 25-18007
datum uitspraak: 2 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres] ,die mede handelt onder de naam [handelsnaam] ,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats 1] ,
eiseres,
gemachtigde: gerechtsdeurwaarders A. Niekus en mr. E. Krom,
tegen
[gedaagde] ,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats 2] ,
gedaagde,
vertegenwoordigd door: [persoon A] .
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 13 augustus 2025, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de repliek, met bijlagen.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[eiseres] eist in deze zaak betaling van € 269,54 met rente en incassokosten. Daarvoor heeft zij aangevoerd dat zij diensten heeft geleverd aan [gedaagde] op basis van een overeenkomst. De kosten daarvan zijn bij [gedaagde] in rekening gebracht bij factuur van 21 oktober 2024. [gedaagde] heeft de factuur niet betaald. [eiseres] wil dat [gedaagde] wordt veroordeeld om dat alsnog te doen. Omdat [gedaagde] niet op tijd heeft betaald, wil [eiseres] ook dat zij een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke handelsrente betaalt.
2.2.
[gedaagde] is het niet eens met de eis, omdat [eiseres] de overeenkomst volgens haar ten onrechte heeft verlengd. De auto stond toen niet meer op naam van [gedaagde] en was al naar de sloperij gebracht. [gedaagde] wil de factuur daarom niet betalen. [gedaagde] is wel bereid de buitengerechtelijke kosten en rente te betalen, maar niet de proceskosten.
2.3.
[eiseres] heeft bij repliek als volgt op het verweer van [gedaagde] gereageerd. Als de overeenkomst niet meer nodig was voor het voertuig, had [gedaagde] de overeenkomst op tijd moeten opzeggen. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan, waardoor [eiseres] de overeenkomst terecht heeft verlengd en [gedaagde] de factuur voor de diensten van [eiseres] wel degelijk moet betalen.
2.4.
[gedaagde] heeft niet op de repliek gereageerd.
2.5.
De eis van [eiseres] wordt toegewezen. Hierna wordt toegelicht waarom.
[gedaagde] moet de hoofdsom van € 269,54 betalen
2.6.
[gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op de repliek, maar dat heeft zij niet gedaan. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid van hetgeen [eiseres] in deze akte naar voren heeft gebracht. Dit betekent dat in deze zaak vast staat dat [gedaagde] de overeenkomst niet (op tijd) heeft opgezegd en dat [gedaagde] de factuur niet heeft betaald, terwijl zij dat wel moest doen. De hoofdsom van € 269,54 wordt daarom toegewezen.
[gedaagde] moet incassokosten betalen
2.7.
De incassokosten van € 40,43 (exclusief btw) worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro).
[gedaagde] moet rente betalen
2.8.
De rente wordt toegewezen, omdat [eiseres] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.9.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 125,30 aan dagvaardingskosten, € 135,- aan griffierecht, € 164,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 82,-) en € 41,- aan nakosten. Dat is in totaal € 465,30. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.10.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 309,97 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over € 269,54 vanaf 18 november 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 465,30;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
43416