Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 19 februari 2026, met bijlagen;
- het tussenvonnis van 18 maart 2026;
- de akte van AEGON van 25 maart 2026.
2.De beoordeling
€ 517,74 +
Rechtbank Rotterdam
De huurder [gedaagde] huurt sinds 1 april 2020 een woning van AEGON Levensverzekering N.V. Er is een huurachterstand ontstaan, waarop AEGON ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning vordert, alsmede betaling van de huurachterstand met rente en incassokosten.
De kantonrechter verleent verstek tegen de huurder en wijst de vorderingen toe, maar stelt de huurachterstand lager vast dan primair gevorderd omdat het opslagbeding in de huurprijswijzigingsbepaling als oneerlijk wordt vernietigd. Dit opslagbeding voorzag in een jaarlijkse huurverhoging van maximaal 5% boven de consumentenprijsindex, wat de kantonrechter onaanvaardbaar achtte vanwege de aanzienlijke verstoring van het contractuele evenwicht.
De huurachterstand wordt vastgesteld op € 9.664,73, inclusief correcties voor te hoge huurverhogingen. De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens niet tijdige betaling, en de huurder moet de woning binnen veertien dagen ontruimen. Tot de ontruiming moet de huurder een gebruiksvergoeding betalen. Incassokosten en wettelijke rente worden eveneens toegewezen. De proceskosten komen voor rekening van de huurder. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, de huurder veroordeeld tot betaling van een gecorrigeerde huurachterstand en ontruiming van de woning binnen veertien dagen.