Uitspraak
1.Tenlastelegging
zij op of omstreeks 2 maart 2025 te Rotterdam,
[slachtoffer] heeft bedreigd met
- enig misdrijf tegen het leven gericht en/of
- zware mishandeling en/of
- brandstichting
door die [slachtoffer] telefonisch en/of per videobericht dreigend de
woorden toe te voegen "Ik ben nu bij een benzinestation en een jerrycan aan het
vullen met benzine. Ik ga je huis in de brand steken met deze jerrycan", althans
woorden van gelijke dreigende aard of strekking
zij op of omstreeks 2 maart 2025 te Rotterdam,
ter voorbereiding van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een
gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten opzettelijke
brandstichting en/of het teweegbrengen van een ontploffing (als bedoel in artikel
157 van het Wetboek van Strafrecht)
opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen,
bestemd tot het begaan van dat misdrijf,
te weten een jerrycan gevuld met brandbare vloeistof,
kennelijk bestemd tot begaan van dat misdrijf,
heeft verworven en/of vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad;
2.Bewijs / Vrijspraak
zij op 2 maart 2025 te Rotterdam,
[slachtoffer] heeft bedreigd met
brandstichting
door die [slachtoffer] telefonisch en per videobericht dreigend de
woorden toe te voegen “Ik ben nu bij een benzinestation en een jerrycan aan het
vullen met benzine. Ik ga je huis in de brand steken met deze jerrycan”.
3.Kwalificatie en strafbaarheid
4.Straf
Het risico op onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als laag.
De reclassering acht de verdachte in staat om een werkstraf uit te voeren.
5.Vordering tot tenuitvoerlegging
6.Wettelijke voorschriften
7.Beslissingen
taakstraf van 60 (zestig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
52 (tweeënvijftig) uur taakstrafmoet worden verricht;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
26 (zesentwintig) dagen;
40 (veertig) uur van deze taakstrafniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
tenuitvoerleggingvan de aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke
taakstrafvan
50 (vijftig) uren, zoals opgelegd in het vonnis van 9 januari 2025.