Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:7216

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2605283:R-RK
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 284 FwArt. 295 FwArt. 296 FwArt. 316 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot toelating wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks verkeersboetes

De heer is toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) omdat hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden, met uitzondering van verkeersboetes aan het CJIB. De rechtbank past de hardheidsclausule toe en ziet aanleiding tot toelating.

De procedure startte met een verzoek van de heer, die vanwege mentale klachten en onduidelijkheid over de schuldenlast geen buitengerechtelijke regeling kon treffen. Schuldhulpverlening heeft geen aanbod aan schuldeisers gedaan. De rechtbank acht dit voldoende reden voor ontvankelijkheid.

De rechtbank stelt de duur van de Wsnp-regeling vast op 18 maanden met ingangsdatum 13 mei 2026, zonder eerdere ingangsdatum omdat niet is voldaan aan de inspanningsverplichting en geen VTLB-berekening is overgelegd. Er wordt een bewindvoerder en rechter-commissaris benoemd die toezicht houden op de naleving van de verplichtingen.

Indien de heer zich aan alle verplichtingen houdt, eindigt het traject met een schone lei, waardoor schuldeisers hun vorderingen niet meer kunnen verhalen. Tegen de uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de Wsnp wordt toegewezen met toepassing van de hardheidsclausule en zonder eerdere ingangsdatum.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team Insolventie
Zittingsplaats Rotterdam
Rekestnummer: [nummer]
vonnis van: 13 mei 2026
op het verzoek van:
[naam 1],
wonende te [adres 1]
.
Waar deze zaak over gaat
De heer [naam 1] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft de heer [naam 1] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen.
De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
De heer [naam 1] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 7 mei 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- de heer [naam 1] ,
- mevrouw [naam 2] en mevrouw [naam 3] , beiden schuldhulpverlener bij
Geldplein.

2.De beoordeling

Ontvankelijkheid
2.1.
Om toegelaten te worden tot de Wsnp, moet de heer [naam 1] in beginsel eerst een poging hebben gedaan om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. Dit vereiste vervalt als aannemelijk is dat het niet mogelijk is om tot een dergelijke regeling te komen.
2.2.
Uit het verzoekschrift blijkt dat schuldhulpverlening namens de heer [naam 1] geen aanbod heeft gedaan aan de schuldeisers. In plaats daarvan is direct een Wsnp-verzoek ingediend. De reden hiervoor is dat de schuldenlast niet is vast te stellen. De heer [naam 1] is vennoot geweest van een vennootschap onder firma. Deze vennootschap is in staat van faillissement verklaard. Schuldhulpverlening heeft contact opgenomen met de curator om de schulden op te vragen. Het is echter niet zeker of de schulden compleet zijn. De heer [naam 1] heeft mentale klachten. Door deze klachten heeft de heer [naam 1] geen volledig beeld van zijn schulden. Schuldhulpverlening heeft ter zitting verklaard dat er steeds nieuwe schulden opkomen. De schuldenlast kan om voornoemde redenen niet volledig in kaart worden gebracht.
2.3.
De rechtbank is van oordeel dat in deze specifieke situatie voldoende aannemelijk is dat niet binnen afzienbare tijd tot een buitengerechtelijke schuldregeling kan worden gekomen. De heer [naam 1] is daarom ontvankelijk in zijn verzoek.
De toelating
2.4.
De heer [naam 1] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat de heer [naam 1] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.5.
De rechtbank is van oordeel dat de schuld aan het CJIB die binnen de drie-jaarstermijn valt, niet te goeder trouw zijn ontstaan. De schuld aan het CJIB bestaat voor een deel uit verkeersboetes. De schuld aan het CJIB is naar haar aard niet te goeder trouw ontstaan en staat in beginsel aan toewijzing van het Wsnp-verzoek in de weg.
2.6.
In dit geval ziet de rechtbank echter aanleiding om de heer [naam 1] toch toe te laten tot de Wsnp met toepassing van de hardheidsclausule. Gebleken is dat de heer [naam 1] de omstandigheden die hebben geleid tot het laten ontstaan en/of onbetaald laten van deze schulden, onder controle heeft gekregen. De heer [naam 1] heeft op dit moment geen auto meer op zijn naam. Daarnaast maakt de heer [naam 1] vrijwillig gebruik van budgetbeheer. De financiële situatie van de heer [naam 1] is stabiel.
2.7.
Daarnaast is er bij de rechtbank voldoende vertrouwen dat de heer [naam 1] zich zal houden aan de verplichtingen van de Wsnp.
2.8.
De heer [naam 1] wordt daarom toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.9.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van de heer [naam 1] in Nederland ligt.
Duur
2.10.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: materiële looptijd) vast op 18 maanden.
De ingangsdatum
2.11.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.12.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.13.
De rechtbank stelt vast dat de heer [naam 1] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan. De heer [naam 1] beschikt niet over een fulltime betaalde dienstbetrekking. Daarmee is niet voldaan aan de verplichting om fulltime (36 uur per week) betaalde arbeid te verrichten. Er is bij het verzoekschrift weliswaar een
e-mailbericht gevoegd van de werkcoach waarin wordt vermeld dat door haar aan de heer [naam 1] een ontheffing van één jaar van de inspanningsverplichting wordt verleend, echter medische stukken waaruit blijkt dat de heer [naam 1] niet in staat is om fulltime arbeid te verrichten of een officieel besluit tot (gedeeltelijke) vrijstelling van de inspanningsverplichting ontbreken. Bovendien is bij het verzoekschrift geen VTLB-berekening overgelegd, zodat de rechtbank de afloscapaciteit niet kan controleren.
2.14.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan de heer [naam 1] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of de heer [naam 1] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw Pro). De boedel omvat alle bezittingen die de heer [naam 1] nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw Pro). De heer [naam 1] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw Pro). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan de heer [naam 1] .
3.6.
Als de heer [naam 1] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op de heer [naam 1] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[naam 1],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres 1]
,
voorheen vennoot van de vennootschap onder firma [bedrijf] ,
gevestigd te [adres 2]
- benoemt tot rechter-commissaris mr. E.A. Vroom
en tot bewindvoerder mr. N.N. van Klaveren,
gevestigd te [adres 3]
  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 13 mei 2026 en de duur op achttien maanden en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op 13 november 2027;
  • draagt de bewindvoerder op de post van de heer [naam 1] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. E.A. Vroom, rechter, in samenwerking met C. van der Velde, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026. [1]