Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- de heer [naam 4], werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening);
- Mevrouw J.J. Silié-Lucas, vennoot van Liberté Bewindvoering en budgetbeheer (hierna: beschermingsbewindvoerder).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet gevraagd om ontruiming van zijn huurwoning te voorkomen. Hij staat sinds 8 april 2026 onder beschermingsbewind en ontvangt inkomsten uit arbeid, een aanvullende WW-uitkering en huurtoeslag, waarmee de huurbetalingen zijn gewaarborgd.
De rechtbank constateert een bedreigende situatie vanwege een aangekondigde ontruiming op 13 mei 2026. De belangenafweging tussen verzoeker en verweerders leidt tot toewijzing van de voorlopige voorziening, onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan.
Het minnelijk schuldhulpverleningstraject is gestart, maar het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het traject naar verwachting niet snel afgerond zal zijn. De voorziening geldt voor zes maanden vanaf 12 mei 2026 en verlengt de huurovereenkomst.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe die de ontruiming opschort en verklaart het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk.