Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:7187

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2610850:R-RK - NL:TZ:2610919:R-RK
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 284 FwArt. 285 FwArt. 287b Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing moratoriumverzoek wegens eerdere toewijzing en termijnoverschrijding

Verzoekster heeft op 29 april 2026 een verzoek ingediend op grond van artikel 287b, eerste lid, Faillissementswet, om een voorlopige voorziening (moratorium) te treffen die de ontruiming van haar woonruimte zou moeten voorkomen. Dit verzoek betrof dezelfde ontruiming als in het vonnis van 21 april 2022.

De rechtbank stelde vast dat verzoekster eerder, op 27 oktober 2025, al een moratorium van zes maanden was toegekend. De wettelijke maximale duur van een moratorium is zes maanden, en de wet voorziet niet in verlenging daarvan. Daarom is het nieuwe verzoek niet ontvankelijk.

Daarnaast oordeelde de rechtbank dat het minnelijk traject nog in een beginstadium verkeert en dat het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Verzoekster kan te zijner tijd een nieuw verzoek indienen.

De rechtbank wees het verzoek om een moratorium af en verklaarde verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. De uitspraak werd gedaan door rechter B.J. Tideman op 20 mei 2026.

Uitkomst: Het verzoek om een moratorium wordt afgewezen omdat eerder al een moratorium van zes maanden is toegekend en de wettelijke termijn is verstreken.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team Insolventie
Zittingsplaats Rotterdam
Rekestnummers: [nummer 1] - [nummer 2]
Uitspraak van 20 mei 2026
In de zaak van
[naam 1],
wonende te [adres] ,
verzoekster.

1.De procedure

Verzoekster heeft op 29 april 2026, met een verzoekschrift ex artikel 284 Faillissementswet Pro (Fw), een verzoekschrift ex artikel 287b, eerste lid, Fw ingediend, waarin wordt gevraagd om een voorlopige voorziening bij voorraad.
In het vonnis van deze rechtbank van 30 april 2026 heeft de rechtbank de behandeling van het verzoekschrift bepaald op 13 mei 2026.
Ter zitting van 13 mei 2026 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoekster;
  • mevrouw [naam 2], schuldhulpverlener;
  • mevrouw [naam 3], schuldhulpverlener;
  • de heer [naam 4], namens de verhuurder, Stichting Woonstad Rotterdam (hierna: verweerster).
De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden.

2.Het verzoek

Het verzoek strekt ertoe op grond van artikel 287b, eerste lid, Fw, gedurende een termijn van zes maanden bij uitspraak een voorlopige voorziening te treffen en Stichting Woonstad Rotterdam te verbieden het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 21 april 2022 tot ontruiming van de woonruimte van verzoekster ten uitvoer te leggen.

3.Het verweer

Verweerster voert aan dat verzoekster sinds 2011 betalingsachterstanden heeft laten ontstaan. Verweerster stelt dat verzoekster voldoende kansen heeft gekregen om tot een oplossing voor haar schuldenproblematiek te komen, maar dat zij herhaaldelijk onvoldoende heeft meegewerkt aan het schuldhulpverleningstraject en het beschermingsbewind. Hierdoor is de grens voor verweerster bereikt en verzoekt zij het verzoek af te wijzen.

4.De beoordeling

Vast is komen te staan dat verzoekster eerder een verzoekschrift ex artikel 284 Fw Pro, met een verzoekschrift ex artikel 287b, eerste lid, Fw heeft ingediend, waarin wordt gevraagd om een voorlopige voorziening bij voorraad (‘moratorium’). Op 27 oktober 2025 is dit verzoek voor de duur van zes maanden toegewezen. Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is in datzelfde vonnis niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoekster heeft nu opnieuw verzocht een moratorium toe te wijzen, wederom voor de duur van zes maanden. Dit verzoek ziet op de ontruiming van dezelfde huurwoning en heeft wederom betrekking op hetzelfde ontruimingsvonnis van 21 april 2022. Artikel 287b lid 5 Fw bepaalt echter dat de desbetreffende voorlopige voorziening wordt uitgesproken voor de duur van maximaal zes maanden. Door het eerder afgekondigde moratorium is deze periode inmiddels verstreken. De wet voorziet niet in een mogelijkheid om een moratorium voor meer dan zes maanden uit te spreken.
Gezien het bovenstaande wijst de rechtbank het verzoek om een moratorium af.
De rechtbank stelt ook vast dat het minnelijk traject nog in de beginstadium zit en naar verwachting niet op korte termijn zal zijn afgerond. Verzoekster zal gelet op het bepaalde in artikel 285, eerste lid, sub f, in samenhang met artikel 287, tweede lid, Fw, ten aanzien van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, niet-ontvankelijk worden verklaard. Zo nodig kan verzoekster te zijner tijd een nieuw verzoek indienen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek ex artikel 287b Fw af;
- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in zijn verzoek ex artikel 284, tweede lid, Fw.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J. Tideman, rechter, en in aanwezigheid van A.B.T. Fernandes Pedra, griffier, in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.