ECLI:NL:RBROT:2026:7183
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij voorschotbesluit WIA-uitkering
Eiser is op 10 juli 2023 arbeidsongeschikt geraakt en heeft op 10 april 2025 een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV kende hem vanaf 7 juli 2025 een voorschot op de WIA-uitkering toe, gebaseerd op een vastgesteld dagloon van €133,49, wat resulteerde in een bruto maandbedrag van €1.881,81 exclusief vakantiegeld. Eiser was het niet eens met de hoogte van dit voorschot en stelde beroep in tegen het besluit van 24 oktober 2025, waarin het UWV het voorschot handhaafde.
Op 17 december 2025 nam het UWV een definitief besluit over de hoogte van de WIA-uitkering vanaf dezelfde datum, waarbij een hoger bedrag van €2.016,23 bruto per maand werd vastgesteld. Hierdoor verloor eiser het procesbelang bij een beoordeling van het voorschotbesluit. De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat het resultaat dat eiser met het beroep nastreefde reeds is bereikt met het definitieve besluit.
De rechtbank benadrukte dat eiser de gronden die hij in de procedure over het voorschotbesluit heeft ingebracht, zoals de vaststelling van het dagloon, ook in de bezwaarprocedure tegen het definitieve besluit kan aanvoeren. Tevens verzocht de rechtbank het UWV het bezwaar van eiser voortvarend te behandelen. Het beroep werd niet inhoudelijk beoordeeld en niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het voorschotbesluit WIA-uitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.