Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan vijftien schuldeisers, waarbij geen uitkering aan schuldeisers plaatsvindt en zij verzoekt om kwijtschelding van haar schulden. Veertien schuldeisers stemden in, maar Capabel Onderwijs, met een vordering van 23,8% van de totale schuld, weigerde mee te werken.
De rechtbank oordeelt dat hoewel schuldeisers in beginsel recht hebben op volledige betaling, de weigering van Capabel Onderwijs niet redelijk is gezien de onevenredigheid tussen haar belang en de belangen van verzoekster en overige schuldeisers. Verzoekster ontvangt een Participatiewet-uitkering en is door omstandigheden niet in staat tot arbeid, waardoor haar afloscapaciteit nihil is.
De rechtbank stelt vast dat het voorstel goed is gedocumenteerd en getoetst door een onafhankelijke partij. Er is geen reëel perspectief op afloscapaciteit binnen een wettelijke schuldsaneringsregeling, die bovendien hoge kosten met zich brengt. Daarom prevaleert het belang van verzoekster bij een schuldenvrije toekomst boven het belang van de schuldeiser.
Het verzoek om Capabel Onderwijs te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt toegewezen, het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen. Capabel Onderwijs wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil zijn vastgesteld. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.