Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- mevrouw J. Oliveira Pires, werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening);
- mevrouw M. Martissen, werkzaam bij De Maas Dienstverlening B.V. (hierna: beschermingsbewindvoerder).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar negen schuldeisers, waarbij geen uitkering aan schuldeisers plaatsvindt en kwijtschelding wordt gevraagd. Acht schuldeisers stemden in, maar Stedin, met een vordering van €775,07 (3,8% van de totale schuld), weigerde mee te werken.
De rechtbank oordeelt dat het aanbod het uiterste is wat verzoekster kan bieden, mede gelet op haar Participatiewet-uitkering, ontheffing van sollicitatieplicht, psychische behandeling en het ontbreken van afloscapaciteit. Het voorstel is getoetst door een onafhankelijke partij en goed gedocumenteerd.
Gezien het geringe belang van Stedin en het grote belang van verzoekster bij een schuldenvrije toekomst, weegt de rechtbank het belang van verzoekster zwaarder. Daarom beveelt de rechtbank Stedin om in te stemmen met de schuldregeling en wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.
De rechtbank veroordeelt Stedin in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Het dwangakkoord treedt in de plaats van vrijwillige instemming, waardoor verzoekster kan voortgaan met betalingen zonder dat sprake is van wanbetaling.
Uitkomst: Rechtbank beveelt schuldeiser Stedin tot instemming met schuldregeling en wijst subsidiaire schuldsaneringsregeling af.