Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 4 juli 2025, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlage;
- de spreekaantekeningen van [gedaagde].
Rechtbank Rotterdam
De huurder huurt sinds maart 2023 een woning van Stichting Woonstad Rotterdam. Woonstad stelt dat de huurder niet zijn hoofdverblijf in de woning heeft en dat de tuin slecht wordt onderhouden, wat door meerdere buren is bevestigd in een buurtonderzoek. De huurder betwist dit en stelt dat hij wel in de woning woont, maar onderbouwt dit onvoldoende en weigert bepaalde bewijsstukken te overleggen vanwege privacy.
De kantonrechter oordeelt dat de huurder tekort is geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst door niet zijn hoofdverblijf in de woning te hebben. De algemene voorwaarden zijn van toepassing en bevatten de verplichting tot hoofdverblijf. Het bewijs van Woonstad, waaronder verklaringen van buren en constateringen van wijkbeheerders, is voldoende. Het bewijsaanbod van de huurder wordt gepasseerd wegens onvoldoende onderbouwing.
De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder moet de woning binnen veertien dagen ontruimen. De bepaling over buitengerechtelijke incassokosten wordt als oneerlijk beoordeeld en afgewezen. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de onderzoekskosten van €726 en proceskosten van €845,45. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder moet de woning binnen veertien dagen ontruimen; incassokosten worden afgewezen, maar onderzoekskosten en proceskosten worden toegewezen.