Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.Waar de zaak over gaat
2.De procedure
- de conclusie van antwoord, met producties (1 t/m 3);
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
3.De feiten
beschadigd c.q. vernield zijn: linkerachterzijpaneel, linkerachterportier, diverse sier- en stootlijsten”. In (de samenvatting van) dit rapport staan voorts de volgende schadegegevens vermeld:
1.Situatie met ongeval.
Anamnese (aanbeveling 2.2.4 RMSR)
daarvan.
3.Overig
Zijn er naar aanleiding van de bevindingen binnen psychiatrisch vakterrein en het kader van de verstrekte opdracht liggende punten die naar voren gebracht dienen te worden?
4.Het geschil – de standpunten van partijen
5.De beoordeling – wat vindt de rechtbank?
- Op 30 mei 2016 verklaart [persoon A] tegenover de cardioloog dat hij lichtjes tegen de geparkeerde auto heeft getikt (productie 4 bij akte overlegging producties van [persoon A] ).
- Medio juli 2016 verklaart [persoon A] tegenover de sociaal psychiatrisch verpleegkundige dat hij “
- Tijdens de medische expertise van 29 maart 2018 bij Ergatis verklaart [persoon A] dat hij “
- Tijdens het neurologisch onderzoek van 10 december 2019 meldt [persoon A] ervan uit te gaan dat het “
- Uit de op 30 mei 2016 tegenover de cardioloog afgelegde verklaring volgt dat [persoon A] ten behoeve van het ‘aan de kant zetten’ van zijn auto de snelheid reeds had verminderd.
- In het verzoekschrift tot het houden van het een voorlopig deskundigenbericht van 14 november 2018 (productie 1 bij conclusie van antwoord) stelt [persoon A] dat hij op het moment van de aanrijding ongeveer 50 km/uur reed.
- Tijdens het neuropsychologisch onderzoek van 14 oktober 2019 verklaart [persoon A] dat hij niet weet hoe hard hij op dat moment reed (productie 30 bij akte overlegging producties van [persoon A] , pag. 8).
- Tijdens het neurologisch onderzoek van 10 december 2019 verklaar [persoon A] dat hij “niet heeft geremd” (productie 29 bij akte overlegging producties van [persoon A] , pag. 2).
- Tijdens het psychiatrisch onderzoek van 17 mei 2022 verklaart [persoon A] dat hij “
- In de dagvaarding betwist [persoon A] dat het een aanrijding met lage impact betreft omdat ter plaatse een maximumsnelheid gold van 30 km/uur zodat het aannemelijk zou zijn dat [persoon A] ongeveer met deze snelheid tegen de Volvo 460 is aangereden (randnummer 33 van de dagvaarding).
Onomstreden is in ieder geval dat de aanleiding voor het ongeval waarschijnlijk een paniekaanval is geweest met hyperventilatie, hartkloppingen, pijn op de borst en dat dit ligt in het spectrum van de eerder opgetreden angstklachten, voorafgaand aan het ongeval."