Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van verzoeker van 6 mei 2026, met bijlagen;
- de schriftelijke reactie van de rechter van 28 mei 2026;
- de aanvullende reactie op het verweerschrift van de rechter van verzoeker van 31 mei 2026.
2.De ontvankelijkheid van het verzoek
zodra de feiten en omstandigheden bekend zijn” betekent dat een wrakingsverzoek moet worden gedaan onmiddellijk nadat de feitelijke grond tot wraking bekend is geworden, waarbij een korte tijd voor beraad acceptabel is. In dit geval is die termijn ruimschoots overschreden. De gewraakte uitlatingen van de rechter hebben zich immers voorgedaan tijdens de mondelinge behandeling op 19 maart 2026, terwijl het wrakingsverzoek pas is ingediend op 6 mei 2026 en dus bijna zeven weken na de mondelinge behandeling.
zodra de feiten of omstandigheden bekend zijn geworden”. Het verzoek is dus te laat gedaan.