ECLI:NL:RBROT:2026:7082
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor gemeentelijk briefadres na afwijzing college
Verzoeker heeft op 2 maart 2026 een gemeentelijk briefadres aangevraagd nadat hij sinds augustus 2025 als 'vertrokken, onbekend waarheen' stond geregistreerd in de basisregistratie personen. Het college wees het verzoek af omdat verzoeker niet consistent en eenduidig verklaarde over zijn verblijfplaatsen.
Tijdens de zitting op 7 mei 2026 verklaarde verzoeker dat hij wisselend op verschillende adressen sliep zonder vaste woonplaats, wat door de voorzieningenrechter werd bevestigd. Het college kon niet aantonen welke aanvullende gegevens nodig waren om het ontbreken van een woonadres te bewijzen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker duidelijk geen woonadres heeft en daarom recht heeft op een briefadres. Het besluit van het college werd geschorst en verzoeker kreeg een briefadres toegewezen tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd het college veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.868,-. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening voor gemeentelijk briefadres wordt toegewezen en besluit van het college geschorst.