Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:7051

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
10/292081-24
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 OpiumwetArt. 3a Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs medeplegen voorhanden hebben cocaïne en voorbereidingshandelingen

De verdachte werd beschuldigd van het medeplegen van het voorhanden hebben van ruim 21 kilo cocaïne en van voorbereidingshandelingen voor het bewerken en vervaardigen van drugs. De tenlastelegging betrof het bezit van diverse verdovende middelen en materialen, alsmede het voorbereiden van drugshandel op of omstreeks 10 september 2024 te Capelle aan den IJssel.

De officier van justitie stelde dat verdachte, mede door het bezit van een sleutel van het bedrijfspand en communicatie via zijn telefoon, wetenschap had van de drugs en een actieve rol had in de voorbereidingen. De verdediging voerde rechtmatigheidsverweren aan tegen het gebruik van chatberichten en betwistte de bewijslast.

De rechtbank oordeelde dat het enkel aanwezig zijn bij het pand en het bezit van een sleutel onvoldoende is om een bewuste en nauwe samenwerking aan te tonen. Ook al zou uit de chats blijken dat verdachte op de hoogte was van de drugs en de politie, dan nog is dat onvoldoende om hem als mededader aan te merken. De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van beide feiten wegens gebrek aan bewijs.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplegen van het voorhanden hebben van cocaïne en voorbereidingshandelingen.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10/292081-24
Datum uitspraak: 13 mei 2026
Datum zitting: 29 april 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2003 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
ingeschreven op het adres
[adres] [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. Y. Moszkowicz
Officier van justitie: mr. M. Vollebregt
Kern van het vonnis
De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het voorhanden hebben van ruim 21 kilo cocaïne en van voorbereidingshandelingen voor het bewerken en vervaardigen van drugs, omdat het ten laste gelegde medeplegen niet is bewezen.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – samen met (een) ander(en) ruim 21 kilo cocaïne voorhanden heeft gehad en zich samen met (een) ander(en) schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor het bewerken en vervaardigen van drugs.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1.
hij op of omstreeks 10 september 2024 te Capelle aan den IJssel, althans in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te
weten
het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,
verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van
een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,
voor te bereiden en/of te bevorderen de navolgende voorwerpen:
- een hoeveelheid, te weten (ongeveer) 21,20 kilogram cocaïne, althans een
hoeveelheid van een stof bevattende cocaïne, en/of
- een hoeveelheid, te weten (ongeveer) 600 kilogram procaïne , althans een
hoeveelheid van een stof bevattende procaïne en/of
- een hoeveelheid, te weten (ongeveer) 1,768 kilogram cafeïne, althans een
hoeveelheid van een stof bevattende cafeïne en/of
- een hoeveelheid, te weten (ongeveer) 1,920 kilogram fenacetine, althans een
hoeveelheid van een stof bevattende fenacetine en/of
- een hoeveelheid, te weten (ongeveer) 3 liter aceton, althans een hoeveelheid van
een stof bevattende aceton en/of
- een hoeveelheid, te weten (ongeveer) 12 liter zoutzuur, althans een hoeveelheid
van een stof bevattende zoutzuur en/of
- een hoeveelheid, te weten (ongeveer) 1 liter ammonia, althans een hoeveelheid
van een stof bevattende ammonia en/of
- een of meerdere verpakkingsmaterialen, zoals (plastice) bakken en/of
(verhuis)dozen en/of plastic folie en/of jerrycans en/of bigshoppers en/of
puinzakken en/of
- één sealmachine en/of
- één of meerdere vergieten en/of
- één of meerdere emmers en/of
- één of meerdere maatbekers en/of
- één of meerdere drukspuiten en/of
- één of meerdere betonmixers en/of
- één of meerdere haspels en/of
- één of meerdere drooghekken en/of
- één of meerdere opklapbare schragen en/of
- één of meerdere geprinte logo's,
voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachten mededader(s)
wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd
was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);
2.
hij, op of omstreeks 10 september 2024 te Capelle aan den IJssel, althans in
Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
aanwezig heeft gehad
ongeveer 21,20 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne, zijnde cocaïne
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

2.Vrijspraak

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor beide feiten. De verdachte had een sleutel van het bedrijfspand en daarmee de beschikkingsmacht over de drugs en de goederen. De wetenschap daarvan is gebleken uit de berichten die in de telefoon van de verdachte zijn aangetroffen. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van beide feiten en heeft rechtmatigheidsverweren naar voren gebracht ten aanzien van de chats, op basis waarvan door het OM wordt afgeleid dat verdachte met anderen communiceert en wetenschap had van de aanwezigheid van de drugs.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Vrijspraak van feit 1 en feit 2
Uit het dossier blijkt dat de politie de verdachte voor het bedrijfspand waar de drugs opgeslagen lag, heeft aangetroffen en dat de verdachte in het bezit was van een sleutel van de toegangsdeur van dat pand. Voorts is er onderzoek gedaan naar de inhoud van de telefoon die bij de verdachte in beslag is genomen.
Door de officier van justitie wordt aan de verdachte ten laste gelegd dat hij de feiten, zowel het voorhanden hebben van verdovende middelen als het plegen van de voorbereidingshandelingen
medeheeft gepleegd. Dat wil zeggen dat moet komen vast te staan dat verdachte in een bewuste en nauwe samenwerking aan die feiten en/of aan de planning daarvan een actieve bijdrage van enig gewicht heeft geleverd.
Op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting kan een bewuste en nauwe samenwerking als hiervoor bedoeld niet worden vastgesteld. Het aldaar voor het pand aanwezig zijn en het in bezit hebben van een sleutel is daartoe onvoldoende.
Ook indien op basis van de inhoud van de in de telefoon aangetroffen chats zou kunnen worden vastgesteld, dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van drugs en over de komst van de politie communiceerde met anderen, kan daaruit niet de hiervoor beschreven rol van een mededader blijken. Om die reden behoeven de verweren over de rechtmatigheid van het verkrijgen van die chats geen bespreking.
De conclusie is dat niet kan worden bewezen dat verdachte zich als mededader heeft schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van de verdovende middelen en aan het plegen van de voorbereidingshandelingen. De rechtbank spreekt de verdachte daarvan vrij.

3.Beslissingen

De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

4.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. P. Joele, voorzitter,
en mrs. A.M.H. Geerars en J. Langeveld, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. Loggen, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 13 mei 2026.
Mr. A.M.H. Geerars is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.