Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:7034

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
C/10/718813 / KG ZA 26-407
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1074 RvArt. 1074a RvArt. 1074d Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd wegens geldige arbitrageclausule in scheepvaartgeschil

Ultrabulk MPP A/S vordert in kort geding de afgifte van de verzekeringsovereenkomst tussen Breadbox Shipping Lines B.V. en DUPI Underwriting Agencies, met een dwangsom en kostenveroordeling, omdat zij een rechtmatig belang heeft bij inzage om verhaal te kunnen bepalen bij aansprakelijkheid.

Breadbox voert verweer en stelt primair dat de voorzieningenrechter onbevoegd is vanwege een geldige arbitrageclausule en een lopende arbitrageprocedure in het buitenland. Ultrabulk betoogt dat de voorzieningenrechter wel bevoegd is omdat de gevraagde voorziening niet of niet tijdig in arbitrage kan worden verkregen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat op grond van artikel 1074 Rv Pro en artikel 1074d Rv de rechter zich moet onthouden van kennisneming zolang de arbitrageprocedure loopt en de voorziening daar tijdig kan worden gevraagd, ook al is de kans op toewijzing gering. Daarom verklaart de voorzieningenrechter zich onbevoegd en veroordeelt Ultrabulk in de proceskosten.

De zaak betreft een scheepvaartgeschil met een schip dat is verloren gegaan en een geschil over aansprakelijkheid en verzekering, waarbij arbitrageclausules in de bevrachtingsovereenkomsten zijn overeengekomen en de arbitrageprocedure in Londen loopt.

Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd vanwege een geldige arbitrageclausule en lopende arbitrageprocedure en veroordeelt Ultrabulk in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/718813 / KG ZA 26-407
Vonnis in kort geding van 12 juni 2026
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
ULTRABULK MPP A/S,
gevestigd in Kopenhagen, Denemarken,
eisende partij,
hierna te noemen: Ultrabulk,
advocaat: mr. J.J. van de Velde,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BREADBOX SHIPPING LINES B.V.,
gevestigd in Rotterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Breadbox,
advocaat: mr. K.H.L. van Waasbergen.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 30 april 2026 met producties 1 tot en met 5 en de aanvullende overgelegde producties 6 tot en met 9
- de stelbrief van mr. Van Waasbergen, met producties 1 tot en met 3
1.2.
Op 29 mei 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Beide partijen hebben een pleitnota overgelegd.

2.De feiten

2.1.
Fujita Shoji Co Ltd / Futurum Partners Inc (hierna: de scheepseigenaar) is eigenaar van het schip Ultra Galaxy (hierna: het schip). De scheepseigenaar heeft op 11 maart 2019 met Ultrabulk een tijdbevrachtingsovereenkomst gesloten.
2.2.
Ultrabulk heeft op haar beurt een tijdbevrachtingsovereenkomst gesloten met Breadbox op 25 april 2024.
2.3.
Breadbox heeft op 26 april 2025 een reisbevrachtingsovereenkomst gesloten met AECI Mining Limited (hierna: AECI) op grond waarvan 6500 ton ammoniumnitraat diende te worden vervoerd van Kleipeida, Litouwen naar Dar es Salaam en Tanga, Tanzania. Daarnaast heeft Breadbox nog een reisbevrachtingsovereenkomst gesloten met Fertiberia S.A. voor het vervoer van ammoniumnitraat van Malaga, Spanje naar Dar es Salaam en Tanga, Tanzania.
2.4.
Op 8 juli 2024 is het schip, onderweg van Walvisbaai, Namibië, naar Dar es Salaam, vastgelopen en gebroken voor de kust van Zuid-Afrika. Dit heeft geleid tot het totaal verlies van het schip en de lading. Daarnaast heeft bunkerolie uit het schip voor vervuiling gezorgd.
2.5.
Alle bevrachtingsovereenkomsten verklaren Engels recht van toepassing en bevatten een Londense arbitrageclausule.
2.6.
Op 3 juli 2025 heeft de scheepseigenaar in Londen Ultrabulk in een arbitrageprocedure betrokken. Ultrabulk heeft vervolgens Breadbox in een arbitrageprocedure betrokken en Breadbox heeft AECI in een arbitrageprocedure betrokken. In alle procedures zijn dezelfde arbiters benoemd.
2.7.
Het totaal geldelijk belang in de procedures bedraagt ongeveer € 80 miljoen. Door de verzekeraar van Ultrabulk is voor dat bedrag zekerheid gesteld aan de scheepseigenaar. Ultrabulk heeft Breadbox gevraagd op haar beurt zekerheid te stellen, maar Breadbox heeft dat niet gedaan.
2.8.
Breadbox heeft een aansprakelijkheidsverzekering afgesloten bij DUPI Underwriting Agencies (hierna: DUPI).

3.Het geschil

3.1.
Ultrabulk vordert de afgifte van (een kopie van) de verzekeringsovereenkomst tussen Breadbox en DUPI, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 85 miljoen en met veroordeling van Breadbox in de kosten van de procedure.
3.2.
Ultrabulk legt aan de vordering ten grondslag dat zij een rechtmatig belang heeft bij afgifte van of inzage in de verzekeringsovereenkomst. Haar belang bestaat uit het kunnen bepalen of Breadbox verhaal biedt in het geval Breadbox aansprakelijk wordt gehouden voor de geleden schade. Breadbox weigert tot op heden om zekerheid te stellen en stelt dat de verzekeringsovereenkomst een ‘pay to be paid’-clausule bevat. Ultrabulk kan zonder inzage niet verifiëren of dit klopt. Ondanks de lopende arbitrageprocedures is de voorzieningenrechter in Rotterdam bevoegd te oordelen omdat de gevraagde voorziening in de arbitrageprocedure niet verkregen kan worden en Breadbox in Nederland is gevestigd.
3.3.
Breadbox voert verweer. Breadbox concludeert tot onbevoegdheid van de voorzieningenrechter, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Ultrabulk, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Ultrabulk in de kosten van deze procedure.
3.4.
Breadbox concludeert primair tot onbevoegdheid van de Nederlandse voorzieningenrechter omdat tussen partijen een arbitrageprocedure (in het buitenland) aanhangig is.
3.5.
Op de overige stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Breadbox heeft voor alle weren een beroep gedaan op de onbevoegdheid van de voorzieningenrechter, vanwege de tussen partijen gesloten arbitrageclausule.
De geldigheid van de arbitrageclausule, staat niet ter discussie. Dat brengt in beginsel met zich mee dat de voorzieningenrechter zich op grond van artikel 1074 Rv Pro onbevoegd moet verklaren. Ultrabulk stelt kort gezegd dat de voorzieningenrechter alsnog bevoegd is omdat de door haar gevraagde voorziening niet of niet tijdig in de lopende arbitrageprocedure kan worden verkregen.
4.2.
Artikel 1074d in verbinding met artikel 1074a Rv bepaalt dat de rechter in kort geding zich alleen bevoegd verklaart indien de gevraagde beslissing niet of niet tijdig in arbitrage kan worden gekregen. Breadbox heeft terecht gesteld dat van deze situatie geen sprake is. In de in Engeland aanhangige arbitrageprocedure kan op ieder moment een voorziening als de onderhavige worden gevraagd, zo heeft Ultrabulk erkend. Dat de voorziening waarschijnlijk op inhoudelijke gronden door arbiters zal worden afgewezen, zoals Ultrabulk stelt en Breadbox op haar beurt erkent, neem niet weg dát tijdig een beslissing kan worden verkregen. Dat laatste is bepalend, omdat aan de regeling van artikel 1074d Rv de gedachte ten grondslag ligt de beslissing over voorlopige voorzieningen zoveel mogelijk in handen te leggen van het in de hoofdzaak bevoegde scheidsgerecht. Er is geen grond artikel 1074d Rv zo uit te leggen dat de mogelijkheid of zelfs waarschijnlijkheid van een voor een partij onwelgevallige beslissing in de arbitrageprocedure op een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in kort geding alsnog bevoegdheid van de overheidsrechter creëert.
4.3.
De conclusie is dat de voorzieningenrechter zich – gezien het bestaan van een geldig arbitragebeding tussen partijen – onbevoegd verklaart om van het geschil kennis te nemen.
4.4.
Ultrabulk is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Breadbox worden begroot op:
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.101,00

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
verklaart zich onbevoegd om van de vordering van Ultrabulk kennis te nemen,
5.2.
veroordeelt Ultrabulk in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Ultrabulk niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026.3144/1980