Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:7022

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
10/000200-24
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 lid 1 Categorie IV onder 1° Wet wapens en munitie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte in zaak over overval met geweld en wapenbezit

De rechtbank Rotterdam behandelde op 26 mei 2026 de zaak tegen een verdachte die werd verdacht van een overval op een winkel in Barendrecht op 30 december 2023, waarbij geweld werd gebruikt en een verboden mes werd gedragen. De officier van justitie eiste jeugddetentie en een taakstraf.

Het bewijs bestond uit verklaringen van slachtoffers, camerabeelden, en het aantreffen van een tas met een mes in de buddyseat van een scooter die sterk leek op de scooter die bij de overval werd gebruikt. De verdachte ontkende betrokkenheid en verklaarde de scooter te hebben uitgeleend.

De rechtbank oordeelde dat ondanks de aanwijzingen onvoldoende bewijs was om de verdachte als een van de overvallers aan te merken. De kleding van de verdachte kwam niet overeen met die van de overvaller op de beelden en er was geen ondubbelzinnige herkenning. Ook was niet vastgesteld dat de verdachte wist van het mes in de tas op zijn scooter.

Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten en verklaarde de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun schadevorderingen.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van overval met geweld en het dragen van een verboden mes wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd
Parketnummer: 10/000200-24
Datum uitspraak: 26 mei 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2007,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres 1], [postcode] te [plaatsnaam],
raadsvrouw: mr. M.F.A. van Pelt, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 12 mei 2026.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. K. Broere heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 100 dagen met aftrek
  • veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen vervangende jeugddetentie.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Vrijspraak feit 1 en feit 2
4.1.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie acht de onder 1 ten laste gelegde diefstal met geweld wettig en overtuigend bewezen. Dit volgt uit de aangifte, de verklaringen van de slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en de camerabeelden. Vlak na de overval zijn twee personen op een bromfiets gezien in de buurt van de flat aan de [adres 2] die voldoen aan het signalement van de overvallers. De politie is direct ter plaatste gekomen en ziet de verdachte, een half uur na de overval, met een scooter de tuin van de flat verlaten. In de buddyseat van de scooter ligt een tas met daarin een groot mes, die overeenkomen met de tas en de machete die bij de overval zijn gebruikt. Ook de scooter vertoont zeer grote gelijkenissen met de scooter die is gebruikt bij de overval. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij de scooter kort had weggezet voor de regen, waarna hij een rondje heeft gelopen. Op zitting heeft de verdachte anders verklaard: Hij had de scooter uitgeleend, maar hij wil niet vertellen aan wie. De officier van justitie acht de verklaringen van de verdachte ongeloofwaardig, mede gelet op het korte tijdsbestek tussen de overval, het wegzetten van de scooter en het weggaan van de verdachte met de scooter.
De officier van justitie acht ook het onder 2 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Het mes is aangetroffen in de buddyseat van de scooter van de verdachte en is beschreven door de politie als een strafbaar mes.
4.1.2.
Beoordeling
Het aantreffen van de verdachte een half uur na de overval met een soortgelijke scooter als die bij de overval is gebruikt, terwijl in de buddyseat van de scooter vervolgens ook een zelfde soort tas en machete zijn aangetroffen als door de overvallers gebruikt, maakt dat er een link kan worden gelegd tussen de verdachte en de overval. De verdachte heeft op zitting verklaard dat hij de scooter had uitgeleend en deze net voor zijn aanhouding weer had opgehaald. Hij ontkent enige betrokkenheid bij de overval.
De overval op de Ritelwinkel is gepleegd door twee overvallers op een scooter. De rechtbank moet beoordelen of de verdachte de bestuurder was van de scooter en of hij daarmee als één van de overvallers kan worden aangemerkt. Dat de verdachte niet voldoet aan het signalement van de bijrijder van de scooter, staat namelijk niet ter discussie.
De verdachte had bij zijn aanhouding een zwarte broek aan met daarop (witte) letters aan de zijkant. Dit is volgens de officier van justitie een belangrijk aanknopingspunt om de verdachte als een van de overvallers aan te merken. Uit het relaas van een van de verbalisanten komt namelijk naar voren dat op camerabeelden te zien is dat de overvaller een broek aan had met een witte tekst langs zijn benen. De rechtbank constateert echter dat een andere verbalisant beschrijft dat op camerabeelden te zien is dat deze overvaller een regenbroek aan had die aan de zijkanten open kan. Ook beschrijft deze verbalisant op verschillende momenten dat hij ziet dat de regenbroek open stond en dat onder de regenbroek een lichtkleurige broek zichtbaar was. Dit komt niet overeen met de kleding van de verdachte bij diens aanhouding. Op basis van het dossier kan dus niet met zekerheid worden vastgesteld dat de overvaller een soortgelijke broek aan had als die de verdachte bij zijn aanhouding aan had. Dit is ontlastend voor de verdachte.
Het aantreffen van de verdachte, kort na de overval, met een soortgelijke scooter, tas en machete als bij de overval is gebruikt, roept zonder meer vragen op over zijn mogelijke rol daarbij. Het dossier biedt echter onvoldoende aanknopingspunten om de verdachte als een van de overvallers aan te kunnen wijzen. Een ondubbelzinnige herkenning van de verdachte als een van de overvallers op de scooter ontbreekt. Ook op andere wijze kan de aanwezigheid van de verdachte op de plaats delict in Barendrecht niet worden vastgesteld.
De verdachte wordt daarom vrijgesproken van de onder 1 tenlastegelegde overval. De rechtbank spreekt de verdachte ook vrij van het dragen van het mes. Uit het dossier volgt niet dat de verdachte bij zijn aanhouding wetenschap had van de aanwezigheid van de machete, die in een sporttas zat, in de buddyseat van zijn scooter.

5.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

Als benadeelde partijen hebben zich in het geding gevoegd: [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2]. De [benadeelde partij 1] vordert een vergoeding van € 9,83 voor materiële schade en een vergoeding van € 3.400,- voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De [benadeelde partij 2] vordert een vergoeding van € 3.400,- voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De benadeelde partijen zullen in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat de verdachte zal worden vrijgesproken van het aan hem ten laste gelegde.

6.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

7.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vorderingen.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.J. de Veld, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. W.M. Stolk en J. Groot, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. B. de Pater, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 mei 2026.
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1
hij
op of omstreeks 30 december 2023
te Barendrecht
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
geld (enig geldbedrag) en/of een of meer mobiele telefoon(s), in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan Ritel Barendrect (locatie [adres 3]), in elk geval
aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl
deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het
oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij
betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij
de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- met bivakmutsen op de winkel binnen te lopen en
- een machete, althans een groot scherp en/of puntig voorwerp te tonen en
- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] van beide kanten te benaderen en dus in te
sluiten en
- bij die [slachtoffer 2] een hand op de schouder te plaatsen en haar te duwen en
- de woorden toe te voegen waar de dure telefoons lagen en/of waar het geld lag,
althans telkens woorden van gelijke aard en/of strekking en
- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] mee te nemen naar de bovenverdieping en/of die
[slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] mee te delen dat zij op de grond moesten gaan liggen en
- die [slachtoffer 1] te zeggen dat hij de kassalade moest openen;
2
hij
op of omstreeks 30 december 2023
te Rotterdam, op de [adres 2], althans op de openbare weg
een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie Pro IV onder 1° van de Wet wapens en
munitie, te weten een mes waarvan het lemmet is voorzien van meer dan 1 snijkant,
namelijk van twee snijkanten, heeft gedragen;