ECLI:NL:RBROT:2026:702
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking urgentieverklaring woningzoekende
Verzoeker, die dakloos dreigde te worden na een verslechterde relatie met zijn moeder en een contactverbod, heeft een urgentieverklaring aangevraagd op grond van doorstroming vanuit een hulpverleningstraject. Deze urgentieverklaring werd toegekend met voorwaarden, waaronder een huurzorgcontract met Woonbegeleiding. Verzoeker weigerde twee aangeboden woningen vanwege onenigheid over deze voorwaarden.
De Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond (SUWR) trok daarop de urgentieverklaring in omdat verzoeker niet aan de voorwaarden voldeed. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de intrekking te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker geen spoedeisend belang had omdat hij nog steeds onderdak had bij de zorginstelling en niet op korte termijn hoefde te vertrekken. Daarnaast was het besluit van SUWR niet evident onrechtmatig omdat verzoeker de voorwaarden van het huurzorgcontract niet accepteerde en passende woonruimte had geweigerd.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af, waardoor de intrekking van de urgentieverklaring voorlopig in stand blijft. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de intrekking van de urgentieverklaring is afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.