ECLI:NL:RBROT:2026:7017

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
83-061433-23
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 225 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor gebruik van valse geschriften bij hypotheekaanvraag

De rechtbank Rotterdam heeft op 4 juni 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die ervan werd beschuldigd valse documenten te hebben gebruikt om een hypotheek te verkrijgen. Het ging om een valse salarisspecificatie en een valse werkgeversverklaring, waarin onjuiste dienstverbandgegevens waren vermeld.

De rechtbank stelde vast dat verdachte in de periode van 23 juli tot en met 10 september 2021 opzettelijk gebruik heeft gemaakt van deze valse geschriften door deze aan de Rabobank te verstrekken. Uit onderzoek bleek dat er geen dienstverband bestond tussen verdachte en het genoemde bedrijf, hetgeen door de verdachte niet aannemelijk werd gemaakt.

De rechtbank kwalificeerde het feit als opzettelijk gebruik van een vals geschrift volgens artikel 225 Sr Pro. Gelet op de ernst van het feit, het ontbreken van een strafblad en de overschrijding van de redelijke termijn, legde de rechtbank een taakstraf van 80 uren op, met een vervangende hechtenis van 40 dagen bij niet-nakoming. Tevens werd de inbeslaggenomen woning aan verdachte teruggegeven.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 80 uur taakstraf wegens gebruik van valse geschriften bij hypotheekaanvraag.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 83-061433-23
Datum uitspraak: 4 juni 2026
Datum zitting: 21 mei 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1988 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] te [plaatsnaam] .
Advocaat van de verdachte: mr. G.R. Stolk
Officier van justitie: mr. M. Altena

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – kort gezegd – gebruik heeft gemaakt van een valse salarisspecificatie en een valse werkgeversverklaring door deze ter beschikking te stellen aan de Rabobank om een hypotheek te krijgen.
De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging) houdt in dat:
hij, in of omstreeks de periode van 23 juli 2021 tot en met 10 september 2021 te ’s-Gravenhage, althans in Nederland, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van:
- een valse of vervalste salarisspecificatie (DOC-047-01 (salarisspecificatie)) en/of
- een valse of vervalste werkgeversverklaring (DOC-049-01 (werkgeversverklaring)), (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware die/dat geschrift(en) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat deze/dit geschrift(en) zijn/is verstrekt aan de Coöperatieve Rabobank U.A., en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat:
- ( in beide geschriften) voor [verdachte] een datum in dienst (sinds) staat vermeld van 01-06-2021, terwijl in werkelijkheid [verdachte] op dat moment niet in dienst was van [naam bedrijf] , en/of
- ( in beide geschriften) is opgenomen dat er een dienstverband was tussen [verdachte] en [naam bedrijf] , terwijl in werkelijkheid geen dienstverband bestond tussen [verdachte] en [naam bedrijf] .

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de beschuldiging.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de beschuldiging. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat:
hij in de periode van 23 juli 2021 tot en met 10 september 2021 te ’s-Gravenhage, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van:
- een valse salarisspecificatie, en
- een valse werkgeversverklaring,
elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware die geschriften echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat deze geschriften zijn verstrekt aan de Coöperatieve Rabobank U.A., en bestaande die valsheid hierin dat:
- in beide geschriften voor [verdachte] een datum in dienst (sinds) staat vermeld van 01-06-2021, terwijl in werkelijkheid [verdachte] op dat moment niet in dienst was van [naam bedrijf] , en
- ( in beide geschriften) is opgenomen dat er een dienstverband was tussen [verdachte] en [naam bedrijf] , terwijl in werkelijkheid geen dienstverband bestond tussen [verdachte] en [naam bedrijf]
De bewezenverklaring van de beschuldiging is gebaseerd op de onderstaande inhoud van de bewijsmiddelen en de daaronder opgenomen bewijsmotivering [1] .
1.
De verklaring van de verdachte tijdens de terechtzitting van 21 mei 2026.
U vraagt aan mij of ik ervaring heb met werkzaamheden in de bouw.
Dat heb ik niet. Ik heb er ook geen opleiding voor gedaan.
U vraagt aan mij of het klopt dat ik de salarisspecificatie en de werkgeversverklaring waarnaar wordt verwezen in de beschuldiging heb ingediend bij de Rabobank.
Mijn ex-vrouw en ik hebben die samen ingediend.
2.
Schriftelijk stuk, salarisspecificatie [2]
Salarisspecificatie juli 2021
Werknemer gegevens
Administratiecode: [code]
Geboortedatum: 18-10-1988
Datum in dienst: 01-06-2021
Arbeidsovereenkomst: Bepaalde tijd
Beroep: Projectleider
Werkgever gegevens
[naam bedrijf]
[adres 2]
Salaris
Bruto Salaris 22 dagen, 158,40 uur: € 4.700,-
Netto loonbedrag: € 3.057,93
Cumulatieven
Loondagen: 44
Loon in geld: € 9.400,-
Bankrekening: [rekeningnummer]
3.
Schriftelijk stuk, werkgeversverklaring [3]
Werkgeversverklaring
Werkgever
Naam werkgever: [naam bedrijf]
Adres werkgever: [adres 2]
Werknemer
Naam werknemer: [verdachte]
Geboortedatum werknemer: [geboortedatum 2] -1988
In dienst sinds: 01-06-2021
Functie: Projectleider
Aard van dienstverband: een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd of is aangesteld in
tijdelijke dienst tot 01-01-2022
Naam ondertekenaar: [naam 1]
Getekend te ’s-Gravenhage d.d. 28-08-2021
4.
Proces-verbaal van de politie, onderzoek hypotheekdossier [4]
Op 25 mei 2022 werd bij de Rabobank het hypotheekdossier ten aanzien van de aankoop van de woning aan de [adres 1] te [postcode] [plaatsnaam] door [verdachte] en [naam 2] gevorderd. Op 30 mei 2022 is dit hypotheekdossier uitgeleverd door de Rabobank.
In het hypotheekdossier zijn onder meer de volgende bescheiden opgenomen:
- werkgeversverklaring [verdachte]
- loonspecificatie juli 2021 [verdachte] , opgemaakt door [naam 1] namens [naam bedrijf]
Aan de hand van gevorderde bankgegevens van ING Bank van rekeningnummer [rekeningnummer] , ten name van [verdachte] , werd vastgesteld dat er vanaf de rekening van [naam bedrijf] de volgende bedragen zijn bijgeschreven:
23 juli 2021: € 3.057,93
24 augustus 2021: € 3.057,93
26 november 2021: € 573,46
Opgemerkt wordt dat tot en met juli 2021 slechts eenmaal een salarisbetaling heeft plaatsgevonden. Gelet op de bij de hypotheekaanvraag overgelegde salarisspecificatie van juli 2021 is dit bruto € 4.700,-. Dit betekent dat er tot en met juli 2021 geen twee salarisbetalingen (totaal € 9.400,-) hebben plaatsgevonden.
2.3.2.
Bewijsmotivering
Verklaring van de verdachte
De verdachte is op 11 april 2023 door de politie gehoord. Hij heeft toen geen antwoord gegeven op vragen over zijn werkzaamheden bij [naam bedrijf] (hierna: [naam bedrijf] ). Op de terechtzitting heeft de verdachte daar in algemene bewoordingen over verklaard. Hij zou een overzicht hebben gekregen van de werkers van de dag en zou die hebben moeten motiveren om op tijd aanwezig te zijn. Ook heeft hij verklaard geen ervaring te hebben in de bouw en geen opleiding in die richting gevolgd te hebben.
Beoordeling van het dienstverband
In het dossier zitten beschrijvingen van de functie van (junior) projectleider in de bouw uit personeelsadvertenties. Hieruit blijkt dat hiervoor een opleiding bouwkunde wordt gevraagd en ervaring bij een aannemer of als projectleider. De werkzaamheden bestaan onder meer uit planning en overleg met andere betrokkenen, zoals architecten en (onder)aannemers, aanvragen van offertes, budgetbewaking en controle op de uitvoering van projecten binnen de gestelde kaders.
Het dienstverband tussen de verdachte en [naam bedrijf] is niet aannemelijk geworden. In de eerste plaats is er geen getekende arbeidsovereenkomst aangetroffen of overgelegd. De werkzaamheden waarover de verdachte in tweede instantie heeft verklaard lijken in niets op de werkzaamheden die volgens drie advertenties door (junior) projectleiders in de bouw worden uitgevoerd. Bovendien heeft de verdachte geen enkele opleiding of ervaring die in het algemeen van belang is voor de functie. Er is geen salaris ontvangen over de maand juni 2021.
Conclusie
De werkgeversverklaring en de loonstrook zijn vals omdat er geen dienstverband was tussen de verdachte en [naam bedrijf] . Door deze documenten aan de Rabobank te verstrekken heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het gebruik van valse geschriften. De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van de beschuldiging.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd;
3.2.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor het feit worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 150 uren.
4.2.
Oordeel van de rechtbank
4.2.1.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft een valse werkgeversverklaring en een valse salarisspecificatie gebruikt om een hypotheek te krijgen. De verdachte heeft hiermee het vertrouwen dat men in het maatschappelijk verkeer moet kunnen hebben in de juistheid van bepaalde geschriften geschaad. Bovendien worden deze geschriften gebruikt door financiële instellingen om tot een verantwoorde kredietverlening over te gaan. Ook dit vertrouwen van de bank heeft de verdachte beschadigd. De verdachte heeft met deze belangen geen rekening gehouden.
4.2.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 11 mei 2026 blijkt dat de verdachte niet recent onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten.
4.2.3.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 11 april 2023, omdat de verdachte toen is verhoord en reeds strafrechtelijk beslag was gelegd op zijn woning. Tot aan dit vonnis is een periode van bijna 38 maanden verstreken. De redelijke termijn in deze zaak is twee jaren. Dat betekent dat de redelijke termijn met ongeveer een jaar en twee maanden is geschonden. De rechtbank houdt rekening met deze overschrijding bij het bepalen van de strafmaat.
4.2.4.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit is een taakstraf passend. Bij het bepalen van de duur van de taakstraf houdt de rechtbank ook rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. De rechtbank zal, mede gelet op de overschrijding van de redelijke termijn, een taakstraf van 80 uren opleggen.

5.In beslag genomen voorwerpen

5.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de inbeslaggenomen woning wordt teruggegeven.
5.2.
Beoordeling
De rechtbank beslist tot teruggave van de in beslag genomen woning aan de verdachte.

6.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d en 225 van het Wetboek van Strafrecht.

7.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit zoals in hoofdstuk 2 omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 beschreven strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf van 80 uren, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht,
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
40 dagen.
In beslag genomen voorwerpen
- beveelt de teruggave van de in beslag genomen woning aan de verdachte.

8.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. D.C.J. Peeck, voorzitter,
en mrs. I. Tillema en A. Sennef, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.S. Westhof, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 4 juni 2026.
Mr. A. Sennef is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier.
2.Pagina 91 van het zaaksdossier, zijnde DOC-047-01.
3.Pagina 93 van het zaaksdossier, zijnde DOC-049-01.
4.Pagina’s 35 t/m 39 van het zaaksdossier, zijnde AMB-017-01.