ECLI:NL:RBROT:2026:7013
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening urgentieverklaring wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster, een 25-jarige vrouw met twee minderjarige kinderen, diende een aanvraag in voor een urgentieverklaring op grond van ernstige en chronische medische problematiek. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvraag af omdat verzoekster niet in een zelfstandige woning woont en niet aan de voorwaarden voldoet.
Verzoekster stelde dat zij spoedeisend belang had vanwege het aflopende huurcontract per januari 2027 en een huurachterstand. Tijdens de zitting bleek echter dat zij uit eigen beweging haar woonruimte had verlaten en met een dochter bij haar moeder verbleef, terwijl de andere dochter bij de moeder van de vader verbleef om naar school te kunnen blijven gaan.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster niet dakloos is en geen aanwijzingen zijn dat zij binnenkort dakloos zal worden. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de woning van haar moeder medisch ongeschikt is. Daarom is er geen spoedeisend belang en kan de behandeling van het beroep worden afgewacht. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor een urgentieverklaring wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.