Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:7009

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 april 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
10/219536-25 en 10/330359-24
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 312 SrArt. 317 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte betrokkenheid poging overval juwelier Schiedam

Op 24 april 2026 heeft de rechtbank Rotterdam verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde, namelijk betrokkenheid bij een poging tot overval op een juwelier aan de Hoogstraat in Schiedam op 21 mei 2025. De tenlastelegging betrof medeplegen en het verschaffen van middelen en inlichtingen voor het voorbereiden van het misdrijf.

De rechtbank baseerde haar oordeel op het bewijs, waaronder berichten op de telefoon van een medeverdachte die contact had met verdachte. Uit deze berichten bleek dat verdachte wel contact had over een vuurwapen en een mogelijke overval, maar dat er geen aanwijzingen waren dat verdachte daadwerkelijk betrokken was bij de poging tot overval. De communicatie stopte enkele dagen voor het incident en er was geen bewijs dat verdachte een wapen regelde voor de overval.

De officier van justitie had integrale vrijspraak gevorderd, en de rechtbank volgde dit standpunt. Daarnaast wees de rechtbank een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere werkstraf af, omdat verdachte werd vrijgesproken van het nieuwe ten laste gelegde feit.

De rechtbank hechtte aan het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs en sprak verdachte vrij. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer, bestaande uit een voorzitter en twee kinderrechters.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij poging tot overval.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd
Parketnummer: 10/219536-25
Parketnummer vordering TUL: 10/330359-24
Datum uitspraak: 24 april 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2009,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres 1] , [postcode] [plaatsnaam] ,
feitelijk verblijvende op het adres:
[verblijfadres] ,
raadsman: mr. R.V. Paniagua, advocaat in Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 10 april 2026.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. K. Broere heeft integrale vrijspraak gevorderd van het ten laste gelegde.

4.Vrijspraak

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat zowel het primair als het subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken. De rechtbank licht dit als volgt toe. Twee jongens hebben op 21 mei 2025 geprobeerd de juwelier aan de Hoogstraat in Schiedam te beroven. Dat betreft medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . In de telefoon van [medeverdachte 1] zijn berichten gevonden die [medeverdachte 1] in de periode van 16 tot 19 mei 2025 heeft uitgewisseld met iemand die in zijn telefoon als [naam] staat. Voor de rechtbank staat vast dat de verdachte die [naam] is en dat hij degene is die het contact met [medeverdachte 1] had. Uit de berichten blijkt dat de verdachte [medeverdachte 1] op 16 mei 2025 vroeg om mee te doen met een overval, zonder dat er details over die overval worden gegeven. Er wordt in de berichten gesproken over een wapen, maar dat gaat er om dat de verdachte een vuurwapen aan iemand wil verkopen. De berichten wijzen er niet op dat de verdachte een wapen aan het regelen was voor de overval in Schiedam waar de tenlastelegging op ziet. De berichten tussen [medeverdachte 1] en de verdachte eindigen op 19 mei 2025, nadat [medeverdachte 1] de verdachte heeft laten weten dat hij op die dag een ‘djoens’ gaat doen met anderen, dus niet met de verdachte. Djoens in deze context betekent enig strafbaar feit, mogelijk uithalen of een diefstal. Er volgen daarna geen berichten meer tussen [medeverdachte 1] en de verdachte.
Kortom: het is duidelijk dat de verdachte bezig was met zaken die het daglicht niet kunnen verdragen, maar het is niet te bewijzen dat hij betrokken was bij de poging om de juwelier op 21 mei 2025 te beroven. Dat betekent dat een vrijspraak moet volgen.

5.Vordering tenuitvoerlegging

5.1.
Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd
Bij vonnis van 5 maart 2025 van de kinderrechter van deze rechtbank is de verdachte ter zake van een ander door bedreiging met geweld dwingen iets te doen (dwang) veroordeeld voor zover van belang tot een taakstaf bestaande uit een werkstraf van 80 (zegge: tachtig) uren, waarvan een gedeelte groot 40 (zegge: veertig) uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op 20 maart 2025.
5.2.
Beoordeling
De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af, omdat de verdachte zal worden vrijgesproken van het aan hem ten laste gelegde.

6.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

7.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
wijst af de vordering tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 10-330359-24.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. N. Doorduijn, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. A.L. Pöll en R. van den Wildenberg, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. B. de Pater, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 april 2026.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij in of omstreeks de periode van 16 mei 2025 tot en met 21 mei 2025 te Schiedam,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen
misdrijf om sieraden, althans goederen, die aan [naam juwelier] , gevestigd aan
de [adres 2] , toebehoorde(n)
weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen
en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen
volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , te plegen met het
oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of
om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het
misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,
hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
- met gezichtsbedekkende kleding op naar die juwelier is gegaan en
- naar de voordeur van van de juwelier is gerend, en
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of een
hamer heeft getoond aan die [slachtoffer] en/of zichtbaar heeft gedragen, en
- op de deur van die juwelier heeft geklopt,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op 21 mei 2025 te Schiedam
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
ter uitvoering van het door die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of zijn/hun mededader(s)
voorgenomen misdrijf om sieraden, althans goederen, die aan [naam juwelier] ,
gevestigd aan de [adres 2] , toebehoorde(n)
weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen
en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen
volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , te plegen met het
oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of
om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het
misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,
hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
- met gezichtsbedekkende kleding op naar die juwelier is gegaan en
- naar de voordeur van de juwelier is gerend, en
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of een
hamer heeft getoond aan die [slachtoffer] en/of zichtbaar heeft gedragen, en
- op de deur van die juwelier heeft geklopt,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van
16 mei 2025 tot en met 21 mei 2025 te Schiedam, althans in Nederland, opzettelijk
behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen
heeft verschaft, door
via Snapchat met die [medeverdachte 1] afspraken te maken en/of contact te onderhouden over
het voorgenomen misdrijf en/of het regelen van een vuurwapen;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of
zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 16 mei 2025 tot en met 21 mei 2025 te Schiedam,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
ter voorbereiding van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een
gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met geweld in
vereniging en/of afpersing in vereniging (artikel 312 en Pro/of 317 Wetboek van
Strafrecht),
opzettelijk
voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen, te weten
een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, een hamer,
donkere kleding en/of gezichtsbedekkende kleding,
bestemd tot het begaan van dat misdrijf,
heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of
voorhanden heeft gehad;