ECLI:NL:RBROT:2026:6999
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatieaanvraag kinderopvangtoeslag jaren 2014 en 2019 bevestigd
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de besluiten van de Dienst Toeslagen betreffende haar aanvraag om compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Zij was het niet eens met de afwijzing van compensatie voor de jaren 2014 en 2019 en met de wijze van berekening van compensatie voor de jaren 2009 tot en met 2013.
De rechtbank oordeelt dat de Dienst Toeslagen terecht de aanvraag voor de jaren 2014 en 2019 heeft afgewezen. Voor 2014 is vastgesteld dat eiseres geen kinderopvang heeft afgenomen en dus geen schade heeft geleden. Voor 2019 is onvoldoende gebleken dat de Dienst Toeslagen onrechtmatig heeft gehandeld of dat sprake is van institutionele vooringenomenheid.
Verder is geoordeeld dat de compensatie voor de jaren 2009 tot en met 2013 op juiste wijze is berekend, waarbij de rechtbank benadrukt dat herstelregelingen niet bedoeld zijn om administratieve fouten uit het verleden te corrigeren. Ook de hoogte van de immateriële schadevergoeding is volgens de rechtbank correct vastgesteld, waarbij toetsing aan het evenredigheidsbeginsel niet mogelijk is.
Ten slotte is het beroep ongegrond verklaard, waardoor eiseres geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van compensatie voor 2014 en 2019 en de juiste berekening van compensatie voor eerdere jaren.