ECLI:NL:RBROT:2026:6949

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
ROT 25/231
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:72 AwbArt. 2.1 Wht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen afwijzing compensatie kinderopvangtoeslag 2012 en 2016 afgewezen

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Dienst Toeslagen waarin haar compensatieaanvragen voor de toeslagjaren 2012 en 2016 werden afgewezen. De rechtbank heeft in een tussenuitspraak vastgesteld dat de Dienst Toeslagen onvoldoende had toegelicht op welke wijze was gezocht in haar systemen en welke resultaten waren gevonden.

De Dienst Toeslagen heeft vervolgens aanvullende stukken en een nadere motivering overgelegd, waaronder zoekresultaten uit het Digitaal Archiefsysteem, Toeslagen Verstrekkingen Systeem, UHT Klantbeeld en Eldoc. Uit deze gegevens blijkt dat eiseres in de jaren 2012 en 2016 geen aanvraag voor kinderopvangtoeslag heeft gedaan, hoewel zij wel andere toeslagen ontving.

Eiseres heeft facturen en foto’s overgelegd ter onderbouwing van haar standpunt, maar dit was onvoldoende om het standpunt te ondersteunen. De rechtbank oordeelt dat de Dienst Toeslagen de afwijzing terecht heeft gemotiveerd en dat eiseres niet in aanmerking komt voor compensatie over deze jaren.

Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat de Dienst Toeslagen de gebreken heeft hersteld. De Dienst Toeslagen wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/231

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juni 2026 in de zaak tussen

[naam 1] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. J. Nieuwstraten),
en

Dienst Toeslagen

(gemachtigde: [naam 2] , [naam 3] ).

Samenvatting

1. In deze einduitspraak komt de rechtbank tot het oordeel dat de Dienst Toeslagen de aanvraag van eiseres om compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) terecht heeft afgewezen voor de toeslagjaren 2012 en 2016. De Dienst Toeslagen heeft de in de tussenuitspraak vastgestelde gebreken hersteld.

Procesverloop

2. Met de besluiten van 8 oktober 2021 heeft de Dienst Toeslagen de aanvraag van
eiseres om compensatie voor de toeslagjaren 2010, 2012, 2013, 2014, 2015, 2016 en 2019
op grond Wht afgewezen.
2.1.
Met het besluit van 27 juli 2022 heeft de Dienst Toeslagen de aanvraag van eiseres
om compensatie voor de toeslagjaren 2007, 2008, 2009, 2011, 2017 en 2018 toegewezen.
2.2.
Met het besluit van 28 november 2024 (het bestreden besluit) heeft de Dienst
Toeslagen het bezwaar van eiseres tegen de besluiten van 8 oktober 2021 en het besluit van
27 juli 2022 gegrond verklaard.
2.3.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep op de zitting van 18 augustus 2025 behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van de Dienst Toeslagen.
2.5.
In de tussenuitspraak van 17 oktober 2025 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank de Dienst Toeslagen in de gelegenheid gesteld om binnen acht weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebreken in het bestreden besluit te herstellen.
2.6.
De Dienst Toeslagen heeft in reactie op de tussenuitspraak een aanvullende motivering en nadere stukken ingediend. Eiseres heeft hierop schriftelijk gereageerd. De Dienst Toeslagen heeft een nadere reactie ingediend.
2.7.
De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten. [1]

Overwegingen

3. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist, tenzij hierna uitdrukkelijk anders wordt overwogen. Het staat de rechtbank niet vrij om terug te komen van zonder voorbehoud gegeven oordelen in de tussenuitspraak. Dit is alleen anders in zeer uitzonderlijke gevallen. [2]
4. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank, kort gezegd, geoordeeld dat op grond van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de Dienst Toeslagen de aanvraag om compensatie voor de toeslagjaren 2012 en 2016 terecht heeft afgewezen. De Dienst Toeslagen heeft onvoldoende toegelicht in welke systemen is gezocht en welke resultaten daarin zijn aangetroffen. De rechtbank heeft de Dienst Toeslagen opgedragen de conclusies die de Dienst Toeslagen op basis van de zoekopdrachten heeft getrokken, te onderbouwen, bijvoorbeeld door de aangetroffen resultaten te overleggen.
5. De Dienst Toeslagen heeft toegelicht dat de volgende gegevensbronnen zijn geraadpleegd: het Digitaal Archiefsysteem (DAS), het Toeslagen Verstrekkingen Systeem (TVS), UHT Klantbeeld en Eldoc. De Dienst Toeslagen heeft de resultaten van de zoekopdrachten in deze systemen integraal overgelegd.
6. Eiseres betoogt dat de stukken met betrekking tot het toeslagjaar 2025 ten onrechte niet door de Dienst Toeslagen zijn overgelegd. Dit jaar is relevant, omdat eiseres daar hetzelfde probleem heeft gehad als in 2012 en 2016. In de stukken ontbreken volgens eiseres de gespreksnotities van de contacten die eiseres met de Dienst Toeslagen heeft gehad en zitten niet alle bezwaarschriften in het dossier. Ook is niet gebleken of er op de bsn van de ex-partner of de kinderen van eiseres is gezocht.
7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Dienst Toeslagen de aanvraag van eiseres om compensatie voor de toeslagjaren 2012 en 2016 terecht afgewezen. Uit het dossier blijkt niet dat eiseres in die jaren een aanvraag om kinderopvangtoeslag heeft gedaan. Uit DAS en TVS blijkt dat eiseres in die jaren wel zorgtoeslag, kindgebonden budget en huurtoeslag ontving, maar geen kinderopvangtoeslag. Dit wordt bevestigd door de informatie uit UHT Klantbeeld. Eiseres heeft ter onderbouwing van haar standpunt vier facturen van een kinderopvanginstelling uit de periode september tot en met december 2016 en twee ongedateerde foto’s van haar kinderen op een kinderopvanglocatie overgelegd. Hoewel het op het eerste gezicht onwaarschijnlijk lijkt dat eiseres kinderopvang heeft afgenomen zonder daarvoor toeslag aan te vragen, is die onwaarschijnlijkheid op zichzelf onvoldoende in het licht van het grondige onderzoek dat de Dienst Toeslagen heeft gedaan, waaruit geen enkel aanknopingspunt blijkt dat het standpunt van eiseres ondersteunt. Omdat het niet aannemelijk is dat eiseres in de toeslagjaren 2012 en 2016 kinderopvangtoeslag heeft aangevraagd, komt zij voor die jaren niet in aanmerking voor compensatie. [3]
8. Het betoog van eiseres over de door de Dienst Toeslagen overgelegde stukken slaagt niet. De Dienst Toeslagen kan geen compensatie toekennen over het toeslagjaar 2025, zodat reeds om die reden geen aanleiding bestond stukken over dat jaar te overleggen. Eiseres heeft niet gespecificeerd welke gespreksnotities of bezwaarschriften in het dossier zouden ontbreken en ook niet welke conclusie daaraan zou moeten worden verbonden. Dat niet op het bsn van de ex-partner of kinderen van eiseres is gezocht, doet geen afbreuk aan het oordeel dat de Dienst Toeslagen de vaststelling dat eiseres geen aanvraag kinderopvangtoeslag heeft ingediend in de toeslagjaren 2012 en 2016, voldoende heeft onderbouwd.
9. Gelet op wat in de tussenuitspraak is overwogen, is het beroep gegrond en dient het bestreden besluit te worden vernietigd. Omdat de Dienst Toeslagen de gebreken heeft hersteld met de aanvullende stukken en motivering, zal de rechtbank de rechtsgevolgen van het te vernietigen bestreden besluit in stand laten. [4]
10. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet de Dienst Toeslagen aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoeden.
11. De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.335,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen op de zitting en 0,5 punt voor het indienen van een schriftelijke zienswijze na een bestuurlijke lus, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven;
  • draagt de Dienst Toeslagen op het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiseres te vergoeden;
  • veroordeelt de Dienst Toeslagen in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.335,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.P. Ferwerda, rechter, in aanwezigheid van mr. L.A. van der Velden, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak en de tussenuitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.ABRvS 24 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR5704; ABRvS 15 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX4694.
3.Artikel 2.1, eerste lid, van de Wht.
4.Artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb.