Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:6940

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
12259322 GZ VERZ 26-3033
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:441 lid 2 BWArt. 3 lid 5 sub a Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentorenArt. 3 lid 2 sub b Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve instelling van bewind wegens lichamelijke of geestelijke toestand

Het College van Burgemeester en Wethouders van Rotterdam verzocht om schuldenbewind over de goederen van betrokkene in te stellen. De kantonrechter besloot ambtshalve, zonder zitting, over te gaan tot bewind voor onbepaalde tijd vanwege de lichamelijke en/of geestelijke toestand van betrokkene.

Betrokkene is niet in staat haar vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen, mede door problematische schulden en eerdere bewindperiodes. Ondanks eerdere hulpverlening en schuldhulpverlening is sprake van dreigende dakloosheid en onvoldoende zelfinzicht. De kantonrechter acht betrokkene niet in staat om rekening en verantwoording te begrijpen en toestemming te geven zoals vereist in artikel 1:441 lid 2 BW Pro.

De kantonrechter benoemt S. Kroon-Bick als bewindvoerder en stelt de aanvangs- en jaarbeloning vast conform de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. De beschikking wordt ingeschreven in het openbare centrale curatele- en bewindregister. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden.

Uitkomst: Bewind wordt ambtshalve voor onbepaalde tijd ingesteld over de goederen van betrokkene vanwege haar lichamelijke of geestelijke toestand.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 12259322 GZ VERZ 26-3033
uitspraak: 5 juni 2026

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

inzake het verzoek van:

College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rotterdam,

3011 AD Rotterdam, Coolsingel 40,
hierna te noemen verzoekster,
tot instelling van een bewind over de goederen van:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,,
hierna te noemen betrokkene.

Verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie binnengekomen op 4 juni 2026;
een bereidverklaring van de voorgestelde bewindvoerder.
Betrokkene heeft bericht gekregen dat haar woning over een paar dagen, op 8 juni 2026, wordt ontruimd. De kantonrechter ziet daarom aanleiding om zonder zitting op basis van de stukken te beslissen.

Beoordeling van het verzoek

Uit de processtukken is aannemelijk geworden dat betrokkene als gevolg van verkwisting of het hebben van problematische schulden niet in staat is ten volle haar vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen.
Betrokkene heeft twee keer eerder onder bewind gestaan vanwege schulden respectievelijk over de periode van 14 januari 2019 tot 1 september 2021 en van 28 september 2023 tot 16 maart 2026. De laatste keer is het bewind opgeheven omdat betrokkene aangaf zelf bij de gemeente schuldhulpverlening aan te vragen in combinatie met budgetbeheer. Niets is echter minder waar gebleken met de dreigende dakloosheid tot gevolg. Inmiddels is dit de vijfde (aangezegde) ontruiming in negen jaar tijd.
Hulpverleners zien weinig reflectie bij betrokkene; ze geeft aan dat alles haar overkomt en wat er in het verleden is gebeurd ligt buiten haarzelf. Ze heeft geen inzicht in oorzaak en gevolg en wellicht is sprake van overvraging. Ze komt afspraken niet na en weigert hulp. Door WMO is inmiddels huishoudelijke hulp ingezet en er is begeleiding vanuit het CVD. De gemeente vraagt nu, mede in het belang van haar kinderen waarvan er één nog minderjarig is, dit bewind aan.
Betrokkene is evident niet in staat gebleken haar vermogensrechtelijke belangen weer zelf te beheren. In het belang van betrokkene en haar kinderen wordt nu ambtshalve voor onbepaalde tijd bewind over de goederen van betrokkene ingesteld vanwege haar lichamelijke en/of geestelijke toestand.
De kantonrechter acht betrokkene niet in staat om de rekening en verantwoording te begrijpen en te beoordelen en niet in staat om toestemming te geven als bedoeld in artikel 1:441 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
Tegen benoeming van de voorgestelde bewindvoerder zijn geen bezwaren gerezen.
De kantonrechter zal de beloning van de bewindvoerder voor de aanvangswerkzaamheden vaststellen overeenkomstig artikel 3 lid 5 sub a van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, ten bedrage van € 767,00 ex btw.
Omdat tevens sprake is van problematische schulden zal de kantonrechter de jaarbeloning van de bewindvoerder, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, vaststellen overeenkomstig artikel 3 lid 2 sub b van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (hoge tarief).

Beslissing

De kantonrechter:
stelt alle goederen die (zullen) toebehoren aan
[betrokkene]voornoemd onder bewind wegens een lichamelijk of geestelijke toestand;
benoemt tot bewindvoerder:
S. Kroon-Bick h.o.d.n. Kroon Juridische Dienstverlening en Bewindvoering,Postbus 42504, 3006 DA Rotterdam;
stelt de beloning van de bewindvoerder voor de aanvangswerkzaamheden vast overeenkomstig artikel 3 lid 5 sub a van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, ten bedrage van € 767,00 ex btw;
stelt de jaarbeloning van de bewindvoerder vast overeenkomstig artikel 3 lid 2 sub b van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren;
bepaalt dat deze beschikking door de griffier wordt ingeschreven in het openbare centrale curatele- en bewindregister.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van der Kolk, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
834
Verzonden op:
Tegen deze beschikking kan in hoger beroep worden gegaan bij het gerechtshof Den Haag. Dit kan alleen worden ingesteld door een advocaat. Verzoeker en degenen aan wie een kopie van de beschikking is verstrekt moeten hoger beroep instellen binnen drie maanden na de datum van de beschikking. Voor andere belanghebbenden moet dit binnen drie maanden nadat zij van de beschikking op de hoogte zijn geraakt.