ECLI:NL:RBROT:2026:6935
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verbetering vonnis over hoofdverblijfplaats minderjarige in ouderschapsplan
In deze zaak verzocht de man de rechtbank om een verbetering van het vonnis van 26 mei 2026, waarin ten onrechte stond dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige op grond van het ouderschapsplan bij de vrouw was. De rechtbank constateerde dat dit een kennelijke verschrijving betrof, aangezien het ouderschapsplan de hoofdverblijfplaats bij de man bepaalt.
De rechtbank kon de vrouw niet horen over het verzoek tot verbetering omdat zij sinds haar vertrek naar Oekraïne geen bekend adres heeft. Desondanks oordeelde de rechtbank dat de fout eenvoudig te herstellen was en dat de verbetering noodzakelijk was om het vonnis correct weer te geven.
De rechtbank wijzigde daarom randnummer 4.5 van het vonnis en bepaalde dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige op grond van het ouderschapsplan bij de man is. Tevens werd bepaald dat deze verbetering op de minuut van het oorspronkelijke vonnis wordt vermeld en dat de grosse van het vonnis na ontvangst van het verbetervonnis aan de griffie wordt teruggezonden.
Uitkomst: De rechtbank verbeterde het vonnis door de hoofdverblijfplaats van de minderjarige op grond van het ouderschapsplan bij de man te stellen.