ECLI:NL:RBROT:2026:6922

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
10829990 CV EXPL 23-32607
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:17 lid 1 BWArt. 21 RvArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontbinding koopovereenkomst Porsche wegens juiste kilometerstand

Eiser kocht in oktober 2021 via een veilingplatform een Porsche met een opgegeven kilometerstand van 27.259 km. Eiser stelde dat de werkelijke kilometerstand veel hoger was, wat zou leiden tot non-conformiteit van de auto en ontbinding van de koopovereenkomst. De rechtbank benoemde een deskundige die de juistheid van de kilometerstand onderzocht.

De deskundige concludeerde dat de opgegeven kilometerstand technisch consistent en aannemelijk juist was, gebaseerd op onder meer het ABS-systeem, motornummer, technische staat van de aandrijflijn en eerdere coderingen. Eiser betwistte dit oordeel, maar de kantonrechter volgde de deskundige en wees de bezwaren van eiser af, onder meer omdat niet vaststond dat het instrumentencluster was vervangen en hoor en wederhoor was toegepast.

De kantonrechter oordeelde dat niet was komen vast te staan dat de kilometerstand onjuist was en dat er dus geen non-conformiteit was. Hierdoor ontbrak de grondslag voor ontbinding van de koopovereenkomst en gerelateerde vorderingen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op €3.175,-, en de kosten van het deskundigenonderzoek bleven voor zijn rekening.

Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de kilometerstand van de Porsche juist was en wijst de vorderingen tot ontbinding van de koopovereenkomst af.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10829990 CV EXPL 23-32607
datum uitspraak: 12 juni 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser],
woonplaats: [woonplaats] ( [land] ),
eiser,
gemachtigde: mr. K. Ripken,
tegen
[gedaagde],
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. P.A. Visser.
De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het tussenvonnis van 9 mei 2025 en de daarin genoemde stukken;
  • het deskundigenrapport, ontvangen op 16 januari 2026;
  • de akte uitlating deskundigenbericht en factuur van [eiser] ;
  • de conclusie na deskundigenrapport van [gedaagde] .

2.De verdere beoordeling

Waar gaat deze zaak over?
2.1.
[eiser] heeft op 31 oktober 2021 via het veilingplatform Catawiki van [gedaagde] een Porsche 997 Targa 3.8L gekocht, met [chassisnummer] , voor een koopprijs van € 54.000,-. In de advertentie die [gedaagde] op de veilingsite heeft geplaatst stond vermeld dat de Porsche een kilometerstand van 27.259 zou hebben.
2.2.
Deze procedure draait nog om de vraag of de kilometerstand in 2021 inderdaad 27.259 bedroeg of, zoals [eiser] stelt, meer dan 270.000. In het tussenvonnis van 9 mei 2025 heeft de kantonrechter overwogen dat als komt vast te staan dat de kilometerstand ten tijde van de aankoop van de auto inderdaad geen 27.259 bedroeg, maar een veelvoud daarvan, de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt (artikel 7:17 lid 1 BW Pro). De kantonrechter heeft in dit tussenvonnis ook overwogen dat de tot dat moment door partijen ingenomen standpunten en de door hen overgelegde stukken (nog) niet leidden tot de conclusie dat sprake is van non-conformiteit van de auto. Omdat [eiser] zich beroept op non-conformiteit, rust de bewijslast ter zake op hem. Ten aanzien van de door [eiser] overgelegde stukken heeft de kantonrechter overwogen dat de overgelegde foto van het uitlezen van een boordcomputer niet het benodigde bewijs oplevert, omdat [gedaagde] gemotiveerd heeft betwist dat deze foto de Porsche betreft. Ook het overgelegde rapport van The Mechanic van 3 maart 2025 levert onvoldoende bewijs van de stelling van [eiser] , omdat [gedaagde] de juistheid van dit rapport betwist en bij dit onderzoek geen sprake is geweest van hoor en wederhoor.
2.3.
In het tussenvonnis van 26 september 2025 heeft de kantonrechter (een medewerker van) Lammertink Sportscars B.V. als deskundige benoemd om de volgende vragen te beantwoorden:
Is de kilometerstand die [gedaagde] heeft opgegeven in de advertentie (27.259) juist?
Zo niet, wat is de (geschatte) juiste kilometerstand per 31 oktober 2021?
2.4.
Op 16 januari 2026 heeft de rechtbank het deskundigenrapport van Lammertink ontvangen. De deskundige beantwoordt de eerste vraag met ‘ja’: de opgegeven kilometerstand is volgens hem technisch consistent, plausibel en aannemelijk juist. Lammertink baseert zijn oordeel op de volgende onderzoeksresultaten:
a. het ABS-systeem heeft een geregistreerde gebruiksduur van 710 uur. Bij de opgegeven kilometerstand komt dit neer op een gemiddelde rijsnelheid van 53,34 km/h, wat de deskundige een realistisch getal vindt;
b. het motornummer correspondeert met het chassisnummer en de tijdstempel op de krukas valt binnen het bouwjaar en de productieperiode van de motorserie;
c. de technische staat van de aandrijflijn is consistent met een lage kilometerstand. De boutverbindingen vertonen geen sporen van eerdere demontage. Ook de waterpomp is niet eerder gedemonteerd;
d. de kilometerstand bedroeg op 11 augustus 2008 9.378 km. In 2012 is het instrumentenpaneel voor het laatst gecodeerd of geprogrammeerd. De combinatie van de kilometerstand in 2008, de bedrijfsuren van de ABS en de technische staat van de aandrijflijn maken dat de deskundige het niet aannemelijk vindt dat in 2012 bij de softwarehandeling de kilometerstand is gewijzigd.
2.5.
[eiser] is het niet eens met het oordeel van de door de kantonrechter benoemde deskundige en vindt dat de kantonrechter de bevindingen van The Mechanic voor juist moet aannemen. The Mechanic meent dat, gelet op de technische staat van de auto, de kilometerstand van 27.259 niet juist kan zijn geweest.
De kantonrechter volgt de deskundige in zijn bevindingen
2.6.
De kantonrechter volgt Lammertink in zijn bevindingen, wat betekent dat niet is komen vast te staan dat de kilometerstand van de Porsche in 2021 veel hoger was dan 27.259. De kantonrechter licht hieronder toe waarom hij aan de bezwaren van [eiser] tegen het deskundigenrapport voorbij gaat.
2.7.
[eiser] meent dat de deskundige de aanvullende vragen die hij heeft gesteld had moeten beantwoorden in het rapport. De gemachtigde van [eiser] heeft, na ontvangst van de concept-rapportage, bij e-mail van 25 november 2025 vijftien vragen gesteld aan de deskundige. De gemachtigde van [gedaagde] heeft bezwaar gemaakt tegen de beantwoording van de vragen en heeft opgemerkt dat de deskundige alleen de door de rechtbank gestelde vragen heeft te beantwoorden. De deskundige heeft vervolgens op 26 november 2026 aan beide gemachtigden een e-mail gestuurd, waarin hij schrijft:
“De uiterlijke (slechte) staat van de auto, eventuele schades en het rijgedrag doen niets af aan de juistheid van de kilometerstand. Ik kan de rechtbank verzoeken de vraagstelling te wijzigen, maar dit zal geen invloed hebben op onze eindconclusie. (…)”
De deskundige heeft de aanvullende vragen niet beantwoord. In de definitieve rapportage heeft de deskundige vermeld:
“Niet alle vragen zijn beantwoord, omdat deze geen direct verband hielden met de door de rechtbank geformuleerde onderzoeksvraag. Zoals toegelicht in de e-mail van 26-11-2025 doen de uiterlijke staat van het voertuig, eventuele schadehistorie en rijgedrag geen afbreuk aan de technische vaststelling van de kilometerstand.”
2.8.
De kantonrechter stelt vast dat de deskundige hoor en wederhoor heeft toegepast en ook aan partijen heeft toegelicht waarom de aanvullende vragen van [eiser] niet zijn beantwoord, namelijk omdat het antwoord niet van invloed is op de bevindingen van de deskundige. Dit levert geen situatie op waarin niet duidelijk is hoe de deskundige tot zijn oordeel is gekomen. Dat volgt duidelijk uit het deskundigenrapport, waarin de deskundige heeft vermeld wat is onderzocht en welke apparatuur daarbij is gebruikt en hoe de uitkomsten van dit onderzoek tot zijn conclusie hebben geleid.
2.9.
[eiser] maakt vervolgens met name een punt van de omstandigheid dat de deskundige niet heeft toegelicht welke consequenties een eventuele vervanging van het instrumentencluster heeft voor de betrouwbaarheid van de uitgelezen kilometerstand. De kantonrechter ziet ook hierin geen aanleiding om de bevindingen van de deskundige als onbetrouwbaar te kwalificeren. [eiser] heeft wel opgemerkt dat volgens hem het instrumentencluster vervangen is, maar dit staat niet vast. Hij heeft het zelf ook over een ‘eventuele vervanging’. Nu niet vast staat dat er sprake is geweest van zo’n vervanging, kan de kantonrechter ook niet aannemen dat op zo’n moment met de kilometerstand is ‘geknoeid’. Tot slot overweegt de kantonrechter dat de deskundige tot zijn bevindingen is gekomen op basis van een combinatie van gegevens, waaronder (zie onder 2.4 sub d) de codering/programmering van het instrumentenpaneel in 2012. [eiser] heeft niet duidelijk gemaakt dat een vervanging van het instrumentencluster zou kunnen betekenen dat al deze gegevens onjuist (te laag) zijn.
2.10.
[eiser] stelt ten derde dat de deskundige ten onrechte de fysieke slijtage-indicatoren buiten beschouwing heeft gelaten. Die stelling is onjuist. De deskundige heeft in zijn rapport immers vermeld dat de uiterlijke staat van het voertuig, de eventuele schadehistorie en het rijgedrag geen afbreuk doen aan de technische vaststelling van de kilometerstand.
2.11.
Tot slot wijst [eiser] op de staat van de carrosserie en de lak, die wijzen op een eerdere zware impact. De kantonrechter gaat ook hieraan voorbij. [eiser] heeft zich in deze procedure eerder al beroepen op het schadeverleden van de auto als grondslag om de koopovereenkomst te ontbinden. De kantonrechter heeft daarover geoordeeld dat dat niet aan de orde was. Een schade die met de Porsche is gereden en het herstel daarvan zegt niets over de kilometerstand van een auto. [eiser] heeft niet toegelicht waarom dit wel het geval zou moeten zijn.
De vorderingen van [eiser] worden afgewezen
2.12.
De kantonrechter heeft in het tussenvonnis van 9 mei 2025 overwogen dat [eiser] de koopovereenkomst met [gedaagde] alleen dan mocht ontbinden, als zou komen vast te staan dat de kilometerstand in 2021 geen 27.259 bedroeg, maar een veelvoud daarvan. De kantonrechter heeft toen (ook) overwogen dat op basis van de tot dat moment overgelegde stukken (de PIWI-test die voorafgaand aan de levering is gedaan, de meetresultaten van Porsche van 22 maart 2010 en 5 december 2024 en het rapport van The Mechanic van 3 maart 2025) niet kon worden vastgesteld of de kilometerstand juist was of niet. Op basis van het rapport van Lammertink is de kantonrechter ervan overtuigd dat de kilometerstand van 27.259 in 2021 juist was.
2.13.
Nu niet is komen vast te staan dat [gedaagde] een (veel) te lage kilometerstand heeft opgegeven bij de verkoop van de auto aan [eiser] , is geen sprake van non-conformiteit van de auto. Daarmee ontbreekt de grondslag voor de door [eiser] gewenste ontbinding van de koopovereenkomst en de daaraan gerelateerde vorderingen tot terugbetaling van de koopsom, betaling van beredderingskosten en vergoeding van gederfde winst. Alle vorderingen van [eiser] worden afgewezen.
[eiser] moet de proceskosten betalen
2.14.
De proceskosten komen voor rekening van [eiser] omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter ziet geen aanleiding voor een veroordeling van [eiser] in de werkelijke proceskosten van [gedaagde] . Daar heeft [gedaagde] in haar laatste akte wel om gevraagd, omdat [eiser] in strijd met artikel 21 Rv Pro bepaalde informatie (over de keuring van de Porsche) niet zou hebben verstrekt. Voor een veroordeling in de werkelijke proceskosten is pas plaats als sprake is van misbruik van procesrecht door de andere procespartij. De kantonrechter kan een eventuele schending van artikel 21 Rv Pro in dit geval niet aanmerken als misbruik van procesrecht en bovendien heeft die eventuele schending geen invloed op de in dit vonnis gegeven beslissing.
2.15.
De kantonrechter begroot de kosten die [eiser] aan [gedaagde] moet betalen op € 3.031,- aan salaris voor de gemachtigde (3,5 punten × € 866,-) en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 3.175,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
2.16.
De kosten voor het deskundigenonderzoek, die bij wijze van voorschot bij [eiser] in rekening zijn gebracht, blijven voor rekening van [eiser] .

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vorderingen af;
3.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 3.175,-.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
51909