Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 januari 2026 in de zaak tussen
[naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres
[naam werkgever], openbaar primair en voortgezet onderwijs [naam gebied] , de ex-werkgever
Rechtbank Rotterdam
Eiseres, voormalig leerkracht, is ziekgemeld sinds mei 2022 vanwege long covid met post-exertionele malaise. Het UWV stelde haar arbeidsongeschiktheidspercentage vast op 41,37% en kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat haar beperkingen ernstiger zijn dan vastgesteld, onder meer vanwege het pacing-principe en een stoornis in de energiehuishouding.
De rechtbank beoordeelde het verzekeringsgeneeskundig onderzoek als zorgvuldig en vond dat de bedrijfsarts bezwaar en beroep alle relevante medische gegevens, inclusief aanvullende brieven van artsen en familie, had meegewogen. De bedrijfsarts concludeerde dat de beperkingen passend waren vastgesteld en dat er geen grond was voor een urenbeperking.
De rechtbank oordeelde dat de geduide functies passend zijn en dat het inkomensverlies van 41,37% correct is vastgesteld. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard, waarbij ook geen proceskostenvergoeding werd toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het vastgestelde arbeidsongeschiktheidspercentage van 41,37% wordt ongegrond verklaard.