ECLI:NL:RBROT:2026:6919

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
12189972 VV EXPL 26-220
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 254 lid 1 RvArt. 139 RvArt. 558 onder b RvArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis tot tijdelijke ontruiming woning voor noodzakelijke renovatiewerkzaamheden

In deze kortgedingprocedure vordert Stichting Hef Wonen de tijdelijke ontruiming van een woning die zij verhuurt aan de gedaagde, die niet is verschenen en verstek is verleend. De ontruiming is noodzakelijk om diverse renovatiewerkzaamheden uit te voeren, waaronder het vervangen van de badkamer, keuken, toilet, groepenkast, binnendeuren, kozijnen en het aanbrengen van brandwerende voorzieningen.

De kantonrechter oordeelt dat de spoedeisendheid aanwezig is en dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is, maar wijzigt de gevraagde ontruimingstermijn van drie dagen naar drie weken na betekening van het vonnis, omdat de werkzaamheden pas eind juli beginnen en er ruimte is voor een latere aanvang.

De gedaagde wordt veroordeeld om binnen drie weken na betekening de woning en berging te ontruimen en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking te stellen van Hef Wonen. Tevens wordt de gedaagde veroordeeld tot betaling van de proceskosten van in totaal €1.031,19, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na het vonnis. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot tijdelijke ontruiming van de woning binnen drie weken na betekening voor renovatiewerkzaamheden en tot betaling van de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12189972 VV EXPL 26-220
datum uitspraak: 10 juni 2026
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Hef Wonen,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. I.M.M. Versloot,
tegen
[gedaagde],
zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen Nederland en daarbuiten,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘Hef Wonen’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
- de dagvaarding van 2 mei 2026, met bijlagen.
1.2.
Op 27 mei 2026 is de zaak tijdens een zitting met Hef Wonen en mr. Versloot besproken. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv Pro). Uit de stellingen van Hef Wonen volgt dat deze spoed aanwezig is. De eis wordt toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond lijkt (artikel 139 Rv Pro), met uitzondering van de ontruimingstermijn.
2.2.
Hef Wonen verhuurt woonruimte aan [gedaagde] . In dit kort geding vordert Hef Wonen tijdelijke ontruiming van de woning in verband met uit te voeren werkzaamheden, binnen drie dagen na betekening van het vonnis (artikel 558 onder Pro b Rv). In de dagvaarding heeft Hef Wonen gesteld dat de werkzaamheden eind juli beginnen; op de zitting heeft ze toegelicht dat er ruimte is om nog iets later te beginnen. De kantonrechter ziet daarom geen reden om de ontruiming op de gevraagde korte termijn toe te wijzen. Hef Wonen mag de woning (tijdelijk) ontruimen drie weken na betekening van dit vonnis.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.3.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Hef Wonen moet betalen op € 171,19 aan dagvaardingskosten, € 139,- aan griffierecht, € 577,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.031,19. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen met ingang van de vijftiende dag nadat dit vonnis is gewezen.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.4.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard , omdat Hef Wonen dat eist (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen drie weken na betekening van dit vonnis de woning aan het adres [adres] in Rotterdam en de bijbehorende berging te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Hef Wonen te stellen, voor zover en zo lang dat nodig is om de volgende werkzaamheden uit te voeren:
  • vervangen badkamer, keuken en toilet;
  • vervangen groepenkast;
  • vervangen binnendeuren;
  • aanbrengen brandwerende voorzieningen balkon;
  • vervangen bergingsdeur;
  • vervangen asbesthoudende vensterbanken en kruipruimte;
  • vervangen dekvloeren inclusief de afdichting van de vloeren van het balkon;
  • vervangen kozijnen;
  • vervangen intercomsysteem;
  • plaatsen mechanisch ventilatiesysteem;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Hef Wonen worden begroot op € 1.031,19 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken.
51909