Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[gedaagde 1] ,
[handelsnaam],
1.De procedure
- de dagvaarding van 28 april 2026, met producties 1 t/m 7 (waaronder een usb-stick met videobeelden);
- de e-mail van de gemachtigde van [gedaagde 2] en [gedaagde 4] van 26 mei 2026, met producties 1 t/m 7;
- de e-mail van de gemachtigde van [eiser] van 26 mei 2026, met een akte en producties 8
- het antwoord, met producties 7 t/m 9, waaronder videobeelden;
- de spreekaantekeningen van de gemachtigde van [eiser] ;
- de spreekaantekeningen van de gemachtigde van [gedaagde 2] en [gedaagde 4] .
2.De beoordeling
[gedaagde 2]gesteld dat dit zonder recht of titel plaatsvindt, omdat hij de huurovereenkomst die zij met [gedaagde 3] heeft gesloten niet zou hoeven voortzetten. De kantonrechter voegt hier nog aan toe dat [gedaagde 3] ook op een ander adres dan dat van de woning is gedagvaard en ingeschreven staat.