Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft besloten een bushalte aan de Roentgenstraat te verplaatsen naar de Oranjeboomstraat. Eiseres, woonachtig nabij de nieuwe locatie, maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. Na handhaving van het besluit door het college stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiseres belanghebbende is bij het besluit vanwege haar woon- en verkeerssituatie. Het college heeft de belangen van verkeersveiligheid, doorstroming en toegankelijkheid afgewogen, waarbij het niet verplicht was een verkeersveiligheidsonderzoek uit te voeren. De nieuwe locatie biedt betere toegankelijkheid en minder verkeershinder, en het college heeft aannemelijk gemaakt dat de verkeersveiligheid niet verslechtert.
De voorzieningenrechter wijst erop dat het halteren op de rijbaan een remmende werking heeft, maar dat het wegvallen daarvan niet leidt tot onveiligheid, aangezien handhaving van snelheidsovertredingen de juiste aanpak is. Ook is de afstand tussen haltes en de verkeerssituatie adequaat beoordeeld. De vrees voor overlast en verslechtering van leefbaarheid is onvoldoende onderbouwd en weegt niet op tegen het belang van verkeersveiligheid.
Daarom verklaart de voorzieningenrechter het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Het besluit blijft in stand en er worden geen proceskosten toegekend.