ECLI:NL:RBROT:2026:689

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
28 januari 2026
Zaaknummer
10.343850.24
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verspreiding van wraakporno en doxing door verdachte

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 21 januari 2026 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen de verdachte, die zich schuldig heeft gemaakt aan het verspreiden van wraakporno van zijn ex-vriendin en een onbekend slachtoffer. De verdachte heeft beelden van zijn ex-vriendin wederrechtelijk vervaardigd en deze verspreid op pornowebsites, wat nadelige gevolgen had voor de slachtoffers. Daarnaast heeft hij persoonsgegevens van de slachtoffers op internet verspreid, wat wordt gekwalificeerd als doxing. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Tevens is de vordering van de benadeelde partij voor immateriële schade toegewezen en is de inbeslaggenomen telefoon verbeurd verklaard. De rechtbank heeft rekening gehouden met de ernst van de feiten en de impact op de slachtoffers, die angst en overlast hebben ervaren door de daden van de verdachte.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10.343850.24
Datum uitspraak: 21 januari 2026
Datum zitting: 7 januari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2002 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres [adres] [postcode] [plaatsnaam] .
Advocaat van de verdachte: mr. S.E.M. Hooijman
Officier van justitie: mr. M.M.A. Smetsers
Benadeelde partijen: [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2]
Advocaat van de [benadeelde partij 1] : mr. C.M. Diaz

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – zich schuldig heeft gemaakt aan het openbaar maken van seksueel beeldmateriaal (feit 1, 4 en 5), het vervaardigen van seksueel beeldmateriaal (feit 2) en doxing (feit 3 en 6).
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1.
hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 juni 2022 tot en met 29 februari 2024 te Brielle, althans in Nederland, van een persoon, te weten [slachtoffer 1] , een en/ of meer afbeeldingen van seksuele aard, te weten foto’s en/of video’s, zoals beschreven in [proces-verbaalnummer 1] , waarop:
  • te zien is dat die [slachtoffer 1] gedeeltelijk en/of helemaal naakt is,
  • te zien is dat die [slachtoffer 1] seksuele handelingen verricht met een ander,
  • te zien is dat die [slachtoffer 1] masturbeert
  • te zien is dat die [slachtoffer 1] naakt in de douche staat met haar borsten tegen het glas gedrukt,
  • te zien is dat die [slachtoffer 1] vaginaal gepenetreerd wordt met een penis,
  • de vagina van die [slachtoffer 1] te zien is met een witte substantie en/of
  • te zien is dat die [slachtoffer 1] ontbloot op de schoot van een andere naakte persoon zit,
op pornowebsites heeft geplaatst, in elk geval openbaar heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, wist dat die openbaarmaking nadelig voor die [slachtoffer 1] kon zijn.
2.
hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 juni 2020 tot en met september 2022 te Brielle, althans in Nederland, afbeeldingen van seksuele aard, zoals beschreven in het [proces-verbaalnummer 2] ,
heeft vervaardigd door opzettelijk en wederrechtelijk [slachtoffer 1] heimelijk te fotograferen en/of te filmen terwijl die [slachtoffer 1] zich aankleedde en/of uitkleedde.
3.
hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 februari 2024 tot en met 14 augustus 2024 te Brielle, althans in Nederland, een of meer persoonsgegevens van een ander en/of een derde (zoals onder andere beschreven in [proces-verbaalnummer 3] en/of [proces-verbaalnummer 4] en/of [proces-verbaalnummer 5] en/of [proces-verbaalnummer 6] ),
te weten (naakt) video’s en/of foto’s, het telefoonnummer, de Facebookgegevens,
woonplaats en/of de naam, van [slachtoffer 1] heeft verspreid en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld door deze gegevens te plaatsen op [website 1] en/of [website 2] en/of via [website 3] naar andere personen te sturen, met het oogmerk die [slachtoffer 1] ernstige overlast aan te (laten) doen.
4.
hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 juli 2024 tot en met 18 oktober 2024 te Brielle, althans in Nederland, een visuele weergave van seksuele aard, te weten een en/of meerdere foto’s en/of video’s van een persoon, te weten [slachtoffer 1] , zoals beschreven in [proces-verbaalnummer 7] waarop:
  • te zien is dat die [slachtoffer 1] (gedeeltelijk) naakt is,
  • te zien is dat die [slachtoffer 1] naakt onder de douche staat,
  • te zien is dat die [slachtoffer 1] naakt poseert op bed en/of
  • te zien is dat die [slachtoffer 1] haar vingers bij haar vagina houdt
openbaar heeft gemaakt, terwijl verdachte wist dat die openbaarmaking nadelig voor die [slachtoffer 1] kon zijn.
5.
hij op of omstreeks 4 februari 2024 te Brielle, gemeente Voorne aan Zee, althans in
Nederland, van een persoon, [slachtoffer 2] , een afbeelding van seksuele aard, te weten een en/of meerdere foto’s en/of video’s, waarop te zien is dat die [slachtoffer 2] deels en/of volledig ontbloot is, openbaar heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, wist dat die openbaarmaking voor die persoon nadelig kon zijn.
6.
hij op of omstreeks 4 februari 2024 te Brielle, althans in Nederland, een of meer persoonsgegevens van een ander en/of een derde, te weten de Instagram-accountnaam,
van [slachtoffer 2] heeft verspreid en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld door deze gegevens te plaatsen op [website 1] , met het oogmerk die [slachtoffer 2] ernstige overlast aan te (laten) doen.

2.Bewijs

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 3 en 6. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring
Bewezen is dat:
1.
hij in de periode van 26 juni 2022 tot en met 29 februari 2024 te Brielle van [slachtoffer 1]
afbeeldingen van seksuele aard, te weten foto’s en video’s, zoals beschreven in [proces-verbaalnummer 1] , waarop:
  • te zien is dat die [slachtoffer 1] gedeeltelijk en/of helemaal naakt is,
  • te zien is dat die [slachtoffer 1] seksuele handelingen verricht met een ander,
  • te zien is dat die [slachtoffer 1] masturbeert,
  • te zien is dat die [slachtoffer 1] naakt in de douche staat met haar borsten tegen het glas gedrukt,
  • te zien is dat die [slachtoffer 1] vaginaal gepenetreerd wordt met een penis,
  • de vagina van die [slachtoffer 1] te zien is met een witte substantie en
  • te zien is dat die [slachtoffer 1] ontbloot op de schoot van een andere naakte persoon zit,
openbaar heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, wist dat die openbaarmaking nadelig voor die [slachtoffer 1] kon zijn.
2.
hij in
augustus 2021te Brielle afbeeldingen van seksuele aard, zoals beschreven in het [proces-verbaalnummer 2] , heeft vervaardigd door opzettelijk en wederrechtelijk [slachtoffer 1] heimelijk te filmen terwijl die [slachtoffer 1] zich aankleedde en/of uitkleedde.
3.
hij in van 2 februari 2024 tot en met 14 augustus 2024 in Nederland persoonsgegevens van een ander, te weten (naakt) video’s en foto’s, het telefoonnummer, de Facebookgegevens, woonplaats en de naam, van [slachtoffer 1] heeft verspreid of anderszins ter beschikking heeft gesteld door deze gegevens te plaatsen op [website 1] en via [website 3] naar andere personen te sturen, met het oogmerk die [slachtoffer 1] ernstige overlast aan te (laten) doen.
4.
hij in de periode van 5 juli 2024 tot en met 18 oktober 2024 te Brielle visuele weergave
nvan seksuele aard, te weten foto’s en video’s van [slachtoffer 1] , zoals beschreven in proces-verbaal [proces-verbaalnummer 7] waarop
  • te zien is dat die [slachtoffer 1] (gedeeltelijk) naakt is,
  • te zien is dat die [slachtoffer 1] naakt onder de douche staat,
  • te zien is dat die [slachtoffer 1] naakt poseert op bed en
  • te zien is dat die [slachtoffer 1] haar vingers bij haar vagina houdt
openbaar heeft gemaakt, terwijl verdachte wist dat die openbaarmaking nadelig voor die [slachtoffer 1] kon zijn.
5.
hij op 4 februari 2024 in Nederland van [slachtoffer 2] een afbeelding van seksuele aard, te weten meerdere foto’s, waarop te zien is dat die [slachtoffer 2] deels ontbloot is, openbaar heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, wist dat die openbaarmaking voor die persoon nadelig kon zijn.
6.
hij op 4 februari 2024 in Nederland persoonsgegevens van een ander, te weten de Instagram-accountnaam, van [slachtoffer 2] heeft verspreid door deze gegevens te plaatsen op [website 1] , met het oogmerk die [slachtoffer 2] ernstige overlast aan te (laten) doen.
Bewijsmotivering
De bewezenverklaring van de feiten 1, 2, 4 en 5 is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft deze feiten bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.
Feit 1, 2 en 4:
1.
De bekennende verklaring van de verdachte [1]
2.
Proces-verbaal van de politie, aangifte [aangeefster 1] [2]
3.
Proces-verbaal van de politie [3]
Feit 5:
1.
De bekennende verklaring van de verdachte [4]
2.
Proces-verbaal van de politie, aangifte [aangeefster 2] [5]
De bewezenverklaring van feit 3 en 6 zijn gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1.
De verklaring van de verdachte [6]
Ik heb naaktfoto’s en -video’s van [slachtoffer 1] online verspreid. U vertelt mij dat sinds februari 2024 ook sporen van het verspreiden van persoonsgegevens van Nathalie zijn teruggevonden. Ik heb haar naam, telefoonnummer en Facebookgegevens gedeeld. U vertelt mij dat ook haar woonplaats is teruggevonden. Dat heeft dan ook plaatsgevonden. Ik heb de gegevens onder meer verspreid via [website 3] en [website 1] .
2.
Proces-verbaal van de politie, aangifte [aangeefster 1] [7]
Ik doe aangifte tegen mijn ex vriend [verdachte] . [verdachte] heeft naaktfoto's en naaktfilmpjes van mij geplaatst op een site genaamd [website 3]. Tevens plaatste [verdachte] mijn profielfoto van Facebook erbij. Degene die dan reageren komen zo op mijn Facebookpagina terecht. Op 29 januari 2024 heb ik via een fakeaccount [verdachte] benaderd. Toen stuurde [verdachte] 6 naaktfoto’s waarop ik herkenbaar in beeld ben, tezamen met een afbeelding van mijn Facebookaccount.
3.
Proces-verbaal van de politie [8]
Ik heb de inbeslaggenomen telefoon van verdachte Haesendonck onderzocht. Ik heb gekeken naar de internetgeschiedenis en zoekopdrachten. Ik zag dat er op verschillende openbare bronnen werd gezocht naar ‘ [slachtoffer 1] ’ en dat er verschillende pornografische websites zijn bezocht met als zoekopdracht ‘ [slachtoffer 1] ’.
4.
Proces-verbaal van de politie, aangifte [aangeefster 2] [9]
Ik doe tegen [verdachte] aangifte van doxing. Ik wist dat er naaktfoto’s van mij waren geplaatst op [website 1] onder het account ‘ [account 1] ’. Dit account is van [verdachte] . Mijn Instagram-account is ‘ [account 2] ’.
5.
Proces-verbaal van de politie [10]
De identiteit van de slachtoffers waarvan er op het [website 1] account ‘ [account 1] ’ naaktcontent is gepubliceerd is gekoppeld aan [verdachte]
.
[slachtoffer 2] werd gekoppeld aan het accountnaam ‘ [account 2] ’. Ik heb deze persoon op basis van een gerelateerde Instagramaccount, locatie, gebruikelijke aliassen en een foto kunnen koppelen aan de volgende personalia: [slachtoffer 2] .
6.
Proces-verbaal van de politie [11]
Ik, verbalisant, verklaar het volgende. Door de digitale opsporing werd beeldmateriaal veiliggesteld van naaktcontent van aangeefster: [aangeefster 2] .
Foto 4
Ik zag een screenshot van een foto. Ik zag dat boven in de afbeelding de volgende tekst zichtbaar was: "syandra_ssd".
7.
Proces-verbaal van de politie [12]
De afbeeldingen van [slachtoffer 2] zijn op 4 februari 2024 gepubliceerd op [website 1] .
Nadere bewijsmotivering feit 3 en 6
Voor strafbaarheid van doxing is vereist dat degene die zich de persoonlijke gegevens verschaft, deze verspreidt of anderszins ter beschikking stelt (hierna samen aan te duiden als: verspreiden).. Het verspreiden moet zijn gedaan met het oogmerk om een ander vrees aan te jagen, ernstige overlast aan te (laten) doen of ernstig te hinderen in zijn beroepsuitoefening.
Vaststaat dat de verdachte de betreffende persoonsgegevens heeft verspreid in samenhang met het delen van naaktcontent van de aangeefsters. Uit deze handelingen en het feit dat hij zelf nog actief heeft gezocht op internet of de content wel vindbaar was, blijkt dat hij met het verspreiden van deze persoonsgegevens de bedoeling heeft gehad de aangeefsters herleidbaar te maken, zodat derden in staat waren om zelf contact met hen op te nemen. Daarmee is voldaan aan het oogmerkvereiste op een manier als hiervoor omschreven.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie
De bewezen feiten levert de volgende strafbare feiten op:
1.
openbaar maken van een afbeelding van seksuele aard van een persoon, terwijl hij weet dat die openbaarmaking nadelig voor die persoon kan zijn, meermalen gepleegd
2.
opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon een afbeelding van seksuele aard vervaardigen
3.
het verschaffen en verspreiden van persoonsgegevens van een ander of een derde met het oogmerk om die ander vrees aan te jagen dan wel aan te laten jagen, ernstige overlast aan te doen dan wel aan te laten doen of hem in de uitoefening van zijn ambt of beroep ernstig te (laten) hinderen, meermalen gepleegd
4.
openbaar maken van een visuele weergave van seksuele aard van een persoon, terwijl diegene weet dat die openbaarmaking nadelig voor die persoon kan zijn, meermalen gepleegd
5.
openbaar maken van een afbeelding van seksuele aard van een persoon, terwijl hij weet dat die openbaarmaking nadelig voor die persoon kan zijn
6.
het verschaffen en verspreiden van persoonsgegevens van een ander of een derde met het oogmerk om die ander vrees aan te jagen dan wel aan te laten jagen, ernstige overlast aan te doen dan wel aan te laten doen of hem in de uitoefening van zijn ambt of beroep ernstig te (laten) hinderen
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met een proeftijd van 2 jaar, met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Aan de verdachte moet daarnaast een maatregel als bedoeld in 38v Sr, te weten een contactverbod met slachtoffer [benadeelde partij 1] worden opgelegd, voor de duur van 2 jaren, met toepassing van vervangende hechtenis van twee weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden.
Standpunt van de verdediging
De rechtbank wordt verzocht de gevorderde taakstraf te matigen. Het recidivegevaar kan worden beperkt met een voorwaardelijke straf. Dat prevaleert in het geval van de verdachte boven het afstraffen. Het gevorderde contactverbod als bedoeld in artikel 38v Sr is onnodig. Voor zover een contactverbod moet worden opgelegd, kan dat ook als bijzondere voorwaarde. Verder wordt verzocht rekening te houden met de ten tijde van het plegen van de feiten jeugdige leeftijd van de verdachte.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verspreiden van wraakporno van zijn ex-vriendin en van een voor hem onbekend slachtoffer waar hij online contact mee had. Een deel van het beeldmateriaal van zijn ex-vriendin was door hem zelf wederrechtelijk vervaardigd. De verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan het verspreiden van persoonsgegevens van de slachtoffers op internet (doxing). Het is een feit van algemene bekendheid dat het delen van gegevens in een online omgeving het risico met zich meebrengt dat informatie een lange tijd beschikbaar blijft of zelfs nooit wordt verwijderd. De verdachte heeft bovendien de lichamelijke integriteit en goede naam van de slachtoffers aangetast. Het is gebleken dat de slachtoffers angstig zijn geweest, overlast hebben gehad en nog steeds te kampen hebben met de (psychische) gevolgen van de feiten. De rechtbank rekent dit de verdachte zeer aan.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
-
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 25 november 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
-
Rapport van de reclassering
In het rapport van Reclassering Nederland van 6 mei 2025 staat het volgende. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte verlopen deels met en deels zonder problemen. Hij heeft huisvesting, werk, een sociaal netwerk en een gezonde financiële situatie. De verdachte is als kind gediagnosticeerd met ADHD en daarbij waren destijds ook vermoedens van autistiform gedrag. Gelet op de ten laste gelegde feiten kan worden gesteld dat er bovendien sprake is van een problematische frustratie kanalisering, dat er sprake is of lijkt van seksuele problematiek en dat de verdachte hiernaast vatbaar is voor alcoholproblematiek. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf omdat de kans op een herhaling van het gedrag aanwezig wordt geacht. De reclassering adviseert als bijzondere voorwaarden: meldplicht bij reclassering, ambulante behandeling, een contactverbod en het meewerken aan middelencontrole.
-
Rapport mono-psychologisch onderzoek
Het NIFP heeft op 18 augustus 2025 een weigerrapportage uitgebracht, omdat de verdachte slechts eenmalig op een afspraak is verschenen.
Straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een taakstraf passend. Bij het bepalen van de duur van de taakstraf houdt de rechtbank ook rekening met straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Daarom wordt een taakstraf van 180 uur opgelegd. Van deze taakstraf wordt 60 uur voorwaardelijk opgelegd. De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen. De bijzondere voorwaarden zijn: meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, een contactverbod en het meewerken aan middelencontrole.
De rechtbank ziet geen aanleiding om het contactverbod als 38v-maatregel op te leggen, omdat een contactverbod als bijzondere voorwaarde voldoende wordt geacht om het slachtoffer te beschermen.

5.In beslag genomen voorwerpen

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat het in beslag genomen voorwerp wordt verbeurd verklaard.
Oordeel van de rechtbank
De in beslag genomen telefoon van verdachte (zwarte Samsung, goednummer: [nummer] ) zal worden verbeurd verklaard. Het voorwerp behoort aan de verdachte toe en de bewezenverklaarde feiten zijn met behulp van dit voorwerp begaan.

6.Vordering van de benadeelde partij

Vordering [benadeelde partij 1]
heeft als benadeelde partij voor de feiten 1 tot en met 4 een vergoeding van
€ 2.700,- voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 juni 2022 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
De vordering van de benadeelde partij kan in beginsel worden toegewezen, maar van belang is dat het gevorderde bedrag reeds is geïndexeerd. Het is dan dubbelop om ook de gevorderde wettelijke rente vanaf 2022 toe te wijzen. Het daarnaast toewijzen van wettelijke rente vanaf 2022 zou leiden tot een dubbele compensatie.
Oordeel van de rechtbank
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft als gevolg van de strafbare feiten 1 tot en met 4 rechtstreekse immateriële schade geleden. De benadeelde partij is namelijk ‘op andere wijze in haar persoon’ aangetast als bedoeld in artikel 6:106 lid 1 sub b BW. De benadeelde partij ervaart als gevolg van de strafbare feiten tot op de dag van vandaag gevoelens van schaamte en angst. Zij heeft zich onder behandeling laten stellen door een POH-GGZ (Praktijkondersteuner Huisarts - Geestelijke Gezondheidszorg). De verdediging heeft de hoogte van de vordering niet betwist. De rechtbank wijst het gevorderde bedrag van
€ 2.700,00 als vergoeding van immateriële schade toe.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 15 mei 2025, omdat dit de datum is waarop zij zich voor het eerst onder behandeling heeft gesteld van de POH-GGZ. De benadeelde partij heeft gesteld dat zij al eerder klachten had en heeft daarom de wettelijke rente vanaf 26 juni 2022 gevorderd, maar de rechtbank kan de immateriële schade niet eerder dan 15 mei 2025 naar objectieve maatstaven vaststellen, zodat de wettelijke rente pas vanaf dat moment toewijsbaar is.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 27 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

7.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36f, 57, 139h (oud), 254ba en 285d van het Wetboek van Strafrecht.

8.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 tot en met 6, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf van 180 uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht,
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
90 dagen;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat
60 uur van deze taakstrafniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
1. de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;
2. de verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door ambulant behandelcentrum Fivoor of polikliniek De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken;
3. de verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2002, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;
4. de verdachte meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de verdachte wordt gecontroleerd;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd 1 tot en met 4 en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
  • meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
In beslag genomen voorwerpen
- verklaart verbeurd voor de feiten 1 tot en met 6:
1 STK Telefoonautomaat, omschrijving: [proces-verbaalnummer 8] , Zwart, merk: Samsung;
Vordering [benadeelde partij 1]
veroordeelt de verdachte aan de [benadeelde partij 1] (feiten 1 tot en met 4), te betalen een bedrag van € 2.700,00 als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 15 mei 2025 tot de dag van volledige betaling.
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,00 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor de feiten 1 tot en met 4
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 1] aan de staat
€ 2.700,00te betalen, en de wettelijke rente vanaf 15 mei 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
27 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

9.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.H. Janssen, voorzitter,
en mrs. A. Boer en N. Stolk, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. Soeteman, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 21 januari 2026.

Voetnoten

1.Verklaard tijdens de zitting van 7 januari 2026.
2.Proces-verbaal van aangifte, nummer [proces-verbaalnummer 9] , pagina 15 e.v. van het zaaksdossier.
3.Proces-verbaal, nummer [proces-verbaalnummer 10] (incl. bijlage), pagina 149 e.v. van het zaaksdossier.
4.Verklaard tijdens de zitting van 7 januari 2026.
5.Proces-verbaal van aangifte, nummer [proces-verbaalnummer 11] , pagina 77 e.v. van het zaaksdossier.
6.Verklaard tijdens de zitting van 7 januari 2026.
7.Proces-verbaal van aangifte, nummer [proces-verbaalnummer 9] , pagina 15 e.v. van het zaaksdossier.
8.Proces-verbaal van aangifte, nummer [proces-verbaalnummer 12] , pagina 146 e.v. van het zaaksdossier.
9.Proces-verbaal van aangifte, nummer [proces-verbaalnummer 11] , pagina 77 e.v. van het zaaksdossier.
10.Proces-verbaal van aangifte, nummer [proces-verbaalnummer 13] , pagina 140 e.v. van het zaaksdossier.
11.Proces-verbaal, nummer [proces-verbaalnummer 14] , pagina 169 e.v. van het zaaksdossier.
12.Proces-verbaal, nummer [proces-verbaalnummer 15] , pagina 167 e.v. van het zaaksdossier.