Verzoekster kreeg op medische gronden een urgentieverklaring voor woningzoekenden, die het college introk nadat zij een woning accepteerde maar kort daarna weer teruggaf zonder erin te wonen. Verzoekster betwist de intrekking en vraagt om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het onduidelijk is of de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2025 voorziet in een situatie waarin een woning wordt geaccepteerd maar niet daadwerkelijk bewoond, en of dit gelijkstaat aan verhuizing of weigering. Het college erkent deze onzekerheid en dat dit in de bezwaarprocedure zal worden behandeld.
Er is een spoedeisend belang omdat verzoekster door intrekking van de urgentieverklaring geen voorrang meer heeft bij woningtoewijzing, wat haar gezondheid schaadt. De voorzieningenrechter geeft verzoekster het voordeel van de twijfel en wijst het verzoek toe, waardoor de intrekking wordt geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Tevens wordt het griffierecht en proceskosten aan verzoekster vergoed.