Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
Full Sutton, gaat over de mondkapjesdeals die de verdachten [verdachte 1] , [verdachte 2] , [verdachte 3] en de aan hen gelieerde vennootschappen tijdens de coronapandemie hebben gesloten met onder meer het ministerie van VWS. De meervoudige strafkamer bestaat uit mr. Janssen, voorzitter, mr. Sikkel, oudste rechter, en mr. Van de Klashorst, jongste rechter.
- het wrakingsverzoek van 4 december 2025, met bijlagen,
- de schriftelijke reactie van de rechters van 16 december 2025,
- de “
2.Het wrakingsverzoek
de computers [wk: van [verdachte 1] ] bevatten veel GH”,
je vraagt je soms af is er nou sprake van onhandigheid of bewust handelen”,
ik weet het al”, voordat de rechters zich terugtrokken om te beraadslagen over te nemen beslissing(en), en
ik heb goed geluisterd naar mr. Van Zijl”, na hervatting van de zitting en het meedelen van de beslissingen.
onhandig of bewust”, die de voorzitter heeft gemaakt over het gebrek aan wetenschap van de verbalisanten over de door hen gehanteerde zoektermen, geeft blijk van vooringenomenheid.
de raadkamer een element dan wel een vehikel is” van de behandeling van de strafzaak en dat de beslissing in de raadkamerprocedure om die reden zal worden aangehouden. Het aanhouden van de beslissing op de klaagschriften zou volgens de voorzitter “
ook ruimte geven in de strafzaak.” De officieren van justitie hadden op voorhand gevraagd de beslissingen in de raadkamer over te laten aan een andere samenstelling om een risico op (de schijn van) vooringenomenheid te vermijden.
veel GH bevatten” de schijn heeft gewekt dat de rechters meegaan in de redenering van de verdediging dat - kijkend naar de absolute aantallen - de twee computers van [verdachte 1] veel GH bevatten. Daarmee heeft de voorzitter een voorschot genomen op de uitkomst van de beantwoording van de door de raadkamer zelf geformuleerde vraag “
kan het kloppen dat de verbalisanten slechts op enkele verschoningsgerechtigde stukken in de twee cases van [verdachte 1] zijn gestuit of is dat heel gek.” De formulering van de voorzitter dat het daarna de vraag is “
of dat dan onhandig is geweest of meer bewust”, wijst volgens de officieren van justitie op een doelbewust dan wel met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte handelen door de FIOD. De officieren van justitie leiden daaruit af dat de stappen herstel, enkele constatering, strafvermindering en bewijsuitsluiting volgens de rechters kennelijk niet meer aan de orde zijn. Volgens de officieren van justitie gaan de gedachten van de rechters klaarblijkelijk alleen nog maar uit naar een mogelijke niet-ontvankelijkheid van het OM.
3.De beoordeling
er twee computers waren met veel GH daarop” en heeft de voorzitter daarna gezegd “
je vraagt je soms af is er nou sprake van onhandigheid of bewust handelen”. Met die opmerkingen heeft de voorzitter de grens opgezocht. De opmerking dat er veel GH op de computers stonden is ongelukkig, omdat de vraag of hiervan sprake is, de essentie is van wat de officier van justitie enerzijds en de verdachten/klagers anderzijds in de raadkamerprocedure verdeeld houdt. Door het gebruik van het woord “
veel” lijkt de redenering van de verdachten/klagers te worden gevolgd en niet die van de officier van justitie. Naar het oordeel van de wrakingskamer rechtvaardigen de opmerkingen van de voorzitter echter niet de conclusie dat hij vooringenomen is of dat de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. De opmerkingen moeten binnen de context van het verloop van de gehele zitting worden geplaatst, waarbij ook de aanzienlijke vrijheid die de voorzitter ter zitting heeft in ogenschouw moet worden genomen. Uit het proces-verbaal blijkt dat de voorzitter meerdere malen (in verschillende bewoordingen) heeft laten weten niet op de zaken vooruit te willen lopen en nog geen oordeel te kunnen geven. Verder heeft hij voorafgaand aan zijn opmerking dat er “
veel” GH op de computers staat, gevraagd of hij een paar dingen op een rijtje mocht zetten “
met het gevaar dat iedereen zegt dat ik vaststellingen doe die we nog helemaal niet kunnen doen”. [3] Ook heeft hij te kennen gegeven dat hij “
veel” verder niet wilde kwantificeren. Later heeft de voorzitter nog tijdens dezelfde discussie gezegd dat percentages natuurlijk altijd kleiner zijn dan absolute aantallen. [4]
onhandig of bewust” heeft de voorzitter in de vragende vorm gebruikt, waarmee hij duiding heeft gegeven aan zijn onderzoekende rol ter zitting. Daar komt nog bij dat hij het woord “
bewust” op een later moment deed voorafgaan door “
meer” [5] . Eerder had hij dit verwoord met de vraag “
of er een zekere mate van bewustheid in zit” [6] . Uit het proces-verbaal blijkt ook dat hij deze woorden heeft gebruikt om het toetsingskader te schetsen. Deze vraag komt pas aan de orde als de vraag is beantwoord “
hoe reëel het is dat er mogelijk meer geheimhouderstukken zijn gezien dan die paar keer waarbij de rechter-commissaris of geheimhoudermedewerker is benaderd.” [7]
Hebben we nou boven water of daar veel naar is gekeken? Nee, heel feitelijk hebben we niet veel data waaruit blijkt hoeveel ernaar is gekeken.” [8] , en
Ik wil helemaal niet op de zaken vooruitlopen en we willen die zaak gewoon goed doen en ik denk dat wij al hebben laten zien dat we ons niet met een kluitje het riet in laten sturen. Wij staan helemaal open voor uw [wk: mr. Van Zijls ] pleidooi.” [9]
veel” geheimhouderstukken in de context te plaatsen.