2.3.3.Bewezenverklaring
Bewezen is dat:
10-299215-25
Feit 1
impliciet subsidiair
hij op 3 november 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door
- die [slachtoffer 2] (verder) een woning in te trekken en/of te duwen en
- de voordeur van die woning te bewaken en
- die [slachtoffer 2] te mishandelen en af te persen en te bestelen, terwijl die [slachtoffer 2] op een bank moest plaatsnemen;
Feit 2
hij op 3 november 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen, een portemonnee, inhoudende een geldbedrag, en smartwatch en een mobiele telefoon, die aan [slachtoffer 2] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan
envergezeld van geweld en
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, door
- die [slachtoffer 2] (verder) een woning in te trekken en te duwen en
- de voordeur van die woning te bewaken en
- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen:
* ”Of je gaat dokken. Of je gaat dood!” en
* ”Wat heb je in je zakken?!” en
- de kleding van die [slachtoffer 2] te doorzoeken;
Feit 3
hij op 3 november 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen, geldbedragen, die aan [slachtoffer 2] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten pinpassen met daarbij behorende pincodes, waarvan hij, verdachte, en zijn mededaders niet de rechtmatige eigenaren en/of gebruikers waren;
Feit 4
hij op 2 november 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/beroofd gehouden, door
- die [slachtoffer 1] (verder) een pand te laten betreden en
- de (centrale) voordeur van dat pand af te sluiten en
- die [slachtoffer 1] af te persen;
Feit 5
hij op 2 november 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een rijbewijs en een geldbedrag (E1800), die aan die [slachtoffer 1] toebehoorden door
- die [slachtoffer 1] naar een woning te lokken en
- de deur van de hoof
dingang van die woning op slot te draaien en
- die [slachtoffer 1] te filmen en
- tegen/aan die [slachtoffer 1] te zeggen/vragen:
o “Kom naar boven!’ en
o “Ga op de bank zitten!” en
o “Je wilt afspreken met een minderjarige en blijven slapen” en
o “Heb je ketting, armband, horloge?” en
o “Heb je een rijbewijs?” en
o “Je moet betalen of wij halen de politie erbij!” en
o “Wat heb je op je rekening staan? Pak je telefoon!” en
o “Maak geld over!”;
10-090859-26
Feit 1
hij op 4 november 2025 te Schiedam, tezamen en in vereniging met anderen, telefoons (merk/type Iphone 12 en/of Iphone 14), die aan [slachtoffer 3] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan
envergezeld van geweld en
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, door
- die [slachtoffer 3] onverhoeds in donkere kleding te benaderen en de bosjes in te trekken en
- de kleding van die [slachtoffer 3] te doorzoeken en
- op/tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 3] te slaan/stompen
en
- op/tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 3] te schoppen/trappen en
- een mes, aan die [slachtoffer 3] te tonen;
Feit 2
hij op 4 november 2025 te Schiedam, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 1.820 euro, dat aan die [slachtoffer 3] toebehoorde door
- die [slachtoffer 3] een mes te tonen en dat mes tegen de rug van die
[slachtoffer 3] te plaatsen en
- die [slachtoffer 3] op/tegen het lichaam te slaan/stompen en
- te dreigen om de familie van die [slachtoffer 3] iets aan te doen;
Feit 3
hij op 4 november 2025 te Schiedam tezamen en in vereniging met anderen, [slachtoffer 3] heeft mishandeld door
- tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 3] te slaan/stompen en schoppen/trappen en
- die [slachtoffer 3] te dwingen om crack te roken.
2.3.4.Bewijsmiddelen
De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelenen de onderstaande bewijsmotivering.
Algemeen
1.
Verklaring van de verdachte
Het snapchataccount van het minderjarige meisje met de gebruikersnamen [gebruikersnaam 6] en [gebruikersnaam 7] werd door meerdere personen beheerd. Ik kwam met hen in contact en kreeg te horen dat met dit snapchataccount werd gejaagd op pedofielen. Ik heb alle berichten van dat lokaccount live mee kunnen lezen op de telefoon van een van de beheerders.
2.
Proces-verbaal van de politie
Ik had onderzoek verricht aan de iPhone 14 die onder de verdachte [naam verdachte] in beslag is genomen.
Ik zag in de IPhone 14 dat als User Account - Snapchat is opgeslagen:
Name - [gebruikersnaam 1]
Ik zag dat een Snapchatconversatie had plaatsgevonden tussen de Snapchatgebruikers [gebruikersnaam 1] , [gebruikersnaam 2] , [gebruikersnaam 3] , [gebruikersnaam 4] en [gebruikersnaam 5] . Het betrof een Snapchat conversatie tussen 5 personen van 1 november 2025 tot en met 7 november 2025. Op 6 november 2025 was er in de Snapchatgroep onder andere geschreven:
Snapchatgebruiker [gebruikersnaam 1] (= [naam verdachte] ) schrijft:
"Boys beter 15-jaRige boy met regenboogvlag achter zijn naam"
"Ga je sien wat voor vieze mensen komen"
Snapchatgebruiker [gebruikersnaam 3] reageert met:
"Hahahahahahaha gebruik die van laast".
Vervolgens deelt Snapchat gebruiker [gebruikersnaam 3] :
Snapchatgebruiker [gebruikersnaam 4] reageert vervolgens met een geluidsfragment op
"Boys beter 15-jaRige boy met regenboogvlag achter zijn naam".
Vervolgens moet Snapchatgebruiker [gebruikersnaam 4] nieuwe pikkas, (straattaal voor foto's), gebruiken want [gebruikersnaam 2] (= verdachte [medeverdachte 1] ) vraagt:
"doe nieuwe" - "pikkas" - "dese is klaar" - "vind een uit" - "uk ofs" - w8" - "kga zoeken" - "mij snap staat op uk".
Snapchat gebruiker [gebruikersnaam 4] reageert.
"Beetje jong aub".Het moet er jong, kleiner en donkerder uitzien en Snapchat gebruiker [gebruikersnaam 2] houdt zich ook bezig met de "pikkas".
Dan wordt er in de Snapchatconversatie gesproken over de spots, (locaties die geschikt zijn). Met betrekking tot spots worden video's gedeeld door Snapchat gebruiker [gebruikersnaam 3] en hierbij staat
"Kijk deze spot top in avond" en "Daar ook".
Snapchatgebruiker [gebruikersnaam 1] komt ook nog met een locatie. Hij schrijft:
"Niffos" - "Breng zn kkr moeder" - "Naar Spangen vijver" - "Trein baan marconiplein geloof me nou".
[gebruikersnaam 1] deelt een video van de locatie die hij bedoelt met
"Naar Spangen vijver" -"Trein baan marconiplein geloof me nou".
Snapchatgebruiker [gebruikersnaam 4] komt dan in een geluidsfragment met een plan om voortaan fietsen te gebruiken. Hij zegt:
"Boys luister dan, ik heb vieze plan ja. Voortaan gaan we met de fietsen komen ja. We gaan gewoon goedkope fietsen kopen. Jonguh dan gaan we naar die plek moven met die fietsen. Jonguh dan gaan we gewoon die mensen klaren. Dan gaan we die fietsen, dan gaan we naar die bus van uh, hoe heet dat, van Chi no zodat zij ons niet kunnen volgen meer zo".
Snapchatgebruiker [gebruikersnaam 1] reageert om het plan met betrekking tot de fietsen met:
"Goeie !!!" - "En als ze gaan rennen pakken we ze sneller".
Vervolgens gaat het over het feit als ze gepakt gaan worden.
Er wordt in de Snapchat groep hierover onder andere geschreven:
"We gooie beetje. Ruwen wel 3" - "Meldingen in paar dage tijd".
"Hahah ja man hayeck", (hayek is straattaal voor veel)
"Ze moeten dit niet opstapelen"
"Dan gaan we lang verwdijen la"
"Onze fonna mogen nooit gepakt worden amk"
"Deze kk groep jonge"
"Die beelde zijn enige bewijs".
"Boys ik merk een patroon".
"Die oude vieze manne doen allemaal zelf aangifte"
"En die youngboys niet".
Snapchatgebruiker [gebruikersnaam 2] schrijft dan:
"nou" - "die" - "van" - net" - "niet" - "die van gister was jong" - "neefje" - "nu binnen"
Snapchat gebruiker [gebruikersnaam 4] reageert op "die van gister was jong" met:
"Nee die man was 30 ofz"
Snapchat gebruiker [gebruikersnaam 2] reageert hierop met. "
neejoh 25mqx" - "max"
Snapchat gebruiker [gebruikersnaam 4] reageert met:
"Bro 100% 30+".
Dan zegt Snapchat gebruiker [gebruikersnaam 3] in een geluidsfragment:
"Goeroe, (kan leider betekenen), die Turk van laatst, kijk het is toch "orgie" dat, broer zijn tellies, alles zijn gepakt, je weet toch. Dus daar zitten we safe mee. Je weet toch.
Camerabeelden die dag je weet toch uhm ja kijk bij die scorro, (is school), uh ja bij die scorro was die cam, (is camera), bij die ding in die hoek.
Kijk enigste was ons zou kunnen naaien was iemand die "visie" daar komt of een van ons, kweet niet en uh ja toen we achter die andere boys ging, achter die ene boy ging aanlopen, ja ik ben niet bij de cammie geweest noh he"
Snapchat gebruiker [gebruikersnaam 2] reageert met: die tellies" - "is regel een".
[gebruikersnaam 1] schrijft:
"Niffo denk dat we al die pedos moeten expose man".
"Je kan voor weekend eruit halen waar mensen heel de week voor moeten werken met deze jobs".
"Beter weekend actief haha".
Snapchat gebruiker [gebruikersnaam 1] reageert tussendoor nog op het linken aan zaken:
"Brooooooooooo hahaha we worden aan 3 kk zaken gelinkt".
Snapchat gebruiker [gebruikersnaam 1] schrijft dan
"Er is vgm vollop onderzoek nr ons hahah"
"Neejo fuck die shit".
"Leren ervan en door maar slim aanpakken".
Snapchatgebruiker [gebruikersnaam 2] reageert met
: "jmn", (ja man).
Snapchatgebruiker [gebruikersnaam 4] reageert met:
Accie s al kwijt Weinig beelden. Domme aangiftes ah scotoe kan dr niks mee joh"
3.
Proces-verbaal van de politie
Ik had onderzoek verricht aan de Google Pixel en aan de iPhone 14 van de verdachte [naam verdachte] .
Het telefoonnummer [gsm-nummer 1] is in gebruik bij de verdachte [naam verdachte]
Dit telefoonnummer staat gekoppeld aan de iPhone 14: [naam verdachte] (owner) - + [gsm-nummer 1] .
Naar het contact, die gebruik maakt van telefoonnummer [gsm-nummer 2] , wordt op 6 november 2025 om 07.45.57 uur geschreven:
"Ik jaag tegenwoordig op pedos man zit veel maar pap in hahahah".
Opmerking: Pap is straattaal voor geld.
Naar het contact, die gebruik maakt van telefoonnummer [gsm-nummer 2] , wordt op 6 november 2025 om 07.48.54 uur geschreven:
"Ik heb een bully broer die heeft snapchat daar lokt tie ze".
Naar het contact, die gebruik maakt van telefoonnummer [gsm-nummer 2] , wordt op 6
november 2025 om 08:18:33 uur geschreven:
Laats 17b uit eentje gehaald plus hij moest nog borie roken shiii".
Opmerking:
17b is hoogstwaarschijnlijk 17 barkie, (barkie straattaal voor 100 euro).
Borie is straattaal voor crack - cocaïne.
10-299215-25
Feiten 1 tot en met 3
4.
Verklaring van de verdachte
Het klopt dat ik aanwezig was bij het incident aan de Groene Hilledijk in Rotterdam op 3 november 2025 dat onder de feiten 1 tot en met 3 is tenlastegelegd. Het klopt dat ik heb verklaard dat ik met drie andere jongens naar de woning ging. Daar waren ook nog twee oude mannen aanwezig. [slachtoffer 2] kwam naar de woning en wij hebben hem toen filmend geconfronteerd. Het klopt dat ik heb verklaard dat wij de telefoon van het slachtoffer hebben geopend en daarin gingen kijken. Ik heb gezegd dat wij [slachtoffer 2] gingen ‘exposen’ en dat wij de politie of zijn familie zouden bellen. Wij hebben [slachtoffer 2] niet geëxposed, omdat hij ons heeft betaald.
5.
Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 2]Ik werd door een vrouw op Snapchat toegevoegd. Wij hadden op 3 november 2025 afgesproken. Ik kreeg een adres aan de Groene Hilledijk in Rotterdam doorgestuurd. De voordeur stond op een kiertje voor mij. Ik stond binnen en toen voelde ik meteen dat er iemand achter mij stond. Ik voelde dat deze persoon mij naar boven duwde. Ik kon geen kant meer op. Ik keek naar boven en ik zag dat daar twee jongens in de rechterdeuropening stonden. Ik hoorde de jongens zeggen "kom naar boven, anders vermoorden wij je''. Ik kon zien dat de persoon achter mij een jongen was. Ik werd door de jongen achter mij naar boven geduwd. Ik moest een trap op.
Ik werd door de jongen achter mij naar binnen geduwd. Ik moest van de jongen plaatsnemen op een hoekbank. Een van de jongens hoorde ik zeggen "of je gaat dokken, of je gaat dood'' en ik hoorde hem ook zeggen "wat heb je in je zakken". De jongens hebben mij toen hardhandig gefouilleerd en alles uit mijn zakken gehaald. Mijn portemonnee met daarin 200 euro contant, Samsung smartwatch en mijn telefoon. Ik voelde een harde klap op mijn rug. Toen ik omdraaide voelde ik een harde vuistklap op mijn rechterwang. Ik zag dat ze mij met een bezemsteel op mijn rug sloegen. Ik wilde hier zo snel mogelijk weg, maar ik kreeg niet de kans om weg te gaan. De jongens hielden mij opgesloten in de woning. Een jongen stond de voordeur te bewaken.
Ik zag dat de jongens mij begonnen te filmen met hun telefoon. Ik hoorde de jongens
zeggen "als je niet betaalt, dan wij dingen in je kont stoppen". Ik hoorde alle jongens zeggen: "dit gaat jou twee duizend euro kosten". Ik zei dat ik geen geld had en ik kon dit laten zien op mijn telefoon. Er zat aan mijn linkerkant een jongen en aan mijn rechterkant een jongen. De jongens hielden mijn telefoon vast en controleerden of ik alleen naar mijn bankaccount zou gaan. Als ik niet zou gehoorzamen kreeg ik een klap op mijn gezicht. Ik hoorde de jongens zeggen dat ik mijn ouders, vrienden of kennissen moest bellen om geld te regelen, dit omdat zij dan het geld konden opnemen.
Ik heb denk ik ongeveer twintig tot vijfentwintig klappen op mijn hoofd gekregen van de jongens die nog in de woning waren.
Op een gegeven moment zaten er vier van de vijf jongens op een bank achter mij. De
andere jongen zat naast mij op de bank. Ik moest van de jongen familie, vrienden of kennissen opbellen om geld te lenen. Ik heb toen drie vrienden geprobeerd te bellen en eentje nam er op. Ik hoorde mijn vriend zeggen "ik bel je zo terug". Ik hoorde een van de jongens die op de bank achter mij stond, ineens opstaan en naast mij staan. Ik hoorde hem zeggen "je gaat hen nu bellen, voor geld anders ga je dood vandaag". Ik voelde dat er iets tegen mijn hoofd werd aangehouden, net iets boven mijn slaap. Ik vermoed dat dit een pistool was.
Mijn vriend belde terug en ik vroeg aan hem of ik 500 euro mocht lenen. Ik hoorde
mijn vriend weer zeggen "ik bel zo terug''. Een van de jongens hoorde ik zeggen "maar
ik zie dat jij een mastercard hebt, dus daar kan je meer mee pinnen". Ik zei dat ik
nog maar 900 euro kon pinnen. Toen belde mijn vriend terug en zei ik heb het geld voor je, stuur maar een tikkie. De jongen naast mij hield nog steeds mijn
telefoon vast en ik stuurde een tikkie naar mijn vriend van 500 euro. Mijn vriend
heeft toen dit bedrag overgemaakt. Ik moest toen de pincode van mijn mastercard en
bankpas aan de jongens vertellen. Er zijn toen twee jongens met mijn beide bankpassen
naar buiten gegaan. Ik vermoed dat zij gingen pinnen.
Ik zag dat er geld was gepind met mijn bankpas. Ik zag dat 500 euro was gepind bij Geldmaat "Beijerlandse 179 NLD" op 3 november 2025, om 20:18 uur. Ik zag ook dat er 900 euro in reservering staat van mijn mastercard, op mijn bankaccount. Dit was ook bij een Geldmaat "Beijerlan [nummer 1] Rotterdam NL" opgenomen.
6.
Proces-verbaal van de politie, nader verhoor [slachtoffer 2]
De aangever [slachtoffer 2] verklaarde:
Ik heb enorme hoofdpijn. Ik heb eigenlijk geen letsel, maar ik ben wel meerdere keren geslagen. Ik had eerder wel een bult op mijn voorhoofd, maar deze is inmiddels weggetrokken. Door de stress en de klappen voel ik pijn in mijn hoofd, nek en rug.
7.
Proces-verbaal van de politie, verklaring medeverdachte [medeverdachte 2]
V: Staat voor vragen van de verbalisant.
A: Staat voor antwoorden van de verdachte.
R: Staat voor opmerkingen van de raadsman.
V: De betaalpassen van [slachtoffer 2] zijn weggenomen, weet u daar iets van?
A: Ze hebben ze mij wel gegeven.
V: Vertel daar eens alles over?
A: Ik moest gaan pinnen voor hun.
V: Wat werd daarbij gezegd? Bij het geven van die passen?
A: Of ik even wou gaan pinnen.
V: Pinpas zit een pincode bij. Wist u de pincode?
A: Die kreeg ik ook van hun.
V: Hoe zag de persoon er uit die de pas gaf aan u?
A: Dat was die hoe heet die gozer?
R: [naam verdachte] .
A: [naam verdachte] .
V: Was hij ook diegene die tegen u zij dat u moest gaan pinnen?
A: Ja.
V: En de pincode? Gaf hij die ook?
A: Ja.
V: Hoeveel u moest gaan pinnen?
A: 1400. Het was 900 en 500.
V: Wat weet u nog van de pinpas? Van welke bank was het bijvoorbeeld?
A: Visacard was het en ING.
V: Dan heeft u gepind en dan? Wat gaat u met het geld en de passen doen?
A: Weer terug en toen heeft hij ze weer aangenomen.
V: Wie heeft ze aangenomen?
A: Hoe heet die die [naam verdachte] .
V: [naam verdachte] noem ik hem.
A: Die [naam verdachte] ja.
8.
Verklaring van de verdachte
Het klopt dat ik aanwezig was bij het incident aan de Groene Hilledijk in Rotterdam op 2 november 2025 dat onder de feiten 3 en 4 is tenlastegelegd. Het slachtoffer [slachtoffer 1] is op dezelfde wijze als [slachtoffer 2] geconfronteerd. Het klopt dat [slachtoffer 1] €1.800,- heeft overgemaakt naar de rekening van de medeverdachte Verwer. Verwer heeft het geld vervolgens opgenomen van zijn bankrekening.
9.
Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 1]Ik ben tegen mijn wil in gegijzeld in een woning aan de Groene Hilledijk in Rotterdam.
Vier jongens en twee mannen hebben door middel van intimidatie en opsluiting mij 1.800,- euro afhandig gemaakt.
Op 2 november 2025 ben ik bij de woning aan de Groene Hilledijk in Rotterdam gekomen. Ik zag jongen 1 de centrale en gedeelde voordeur openen. Ik liep de trap op naar boven. Ik hoorde ineens dat iemand het slot van de deur van de centrale hoofdingang op slot draaide. Ik ben naar beneden gelopen, ik wilde weggaan. Ik heb aan de deurklink getrokken maar de voordeur opende zich niet. Ik kon geen kant op. Ik was opgesloten. Ik stond beneden, ik hoorde de deur van rechtsboven opengaan. Ik hoorde jongen 2 met een dwingende toon zeggen; "Kom naar boven!". Ik voelde wat stress. Ik ben naar boven gegaan de woning in. Ik zag nog twee jongens. Ik hoorde jongen 2 met een dwingende stem zeggen dat ik op de bank moest gaan zitten. Ik zag jongen 1 enkele minuten later ook de woning binnenlopen. Ik zag dat jongen 2 en 3 hun telefoon uit hun zak pakten en begonnen te filmen. Ik hoorde hen zeggen of woorden van gelijke strekking; "Je wil afspreken met een minderjarige, hij wilde afspreken en
blijven slapen". Dit bleven zij 3 tot 4 keer herhalen. Ik hoorde zover ik mij kan herinneren jongen 2 zeggen; "heb je ketting, armband, horloge?"
Ik hoorde jongen 1 vragen naar mijn rijbewijs. Jongen 1 bleef zich herhalen. Ik heb mijn rijbewijs afgegeven. Ik zag dat er nog een man (man 1) in de woning was.
Jongen 1, 2 en 3 hoorde ik zeggen; "Je moet betalen of wij halen de politie erbij". Ik zat op de bank. Ik wilde zo snel mogelijk weg. Ik kon alleen niet weg aangezien de centrale deur beneden op slot gedraaid was. Ik besloot mee te werken. Ik hoorde de jongens zeggen dat zij wilde weten wat ik op mijn betaalrekening had staan. Ik hoorde jongen 1,2 of 3 zeggen dat ik mijn telefoon moest pakken. Ik liet jongen 1 zien wat ik op mijn betaalrekening had staan een geldbedrag van 1.800,- euro. Ik heb dit geld overgemaakt naar het rekeningnummer; [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte 2] .
10.
Proces-verbaal van de politie, verklaring medeverdachte [medeverdachte 2]
V: De aangever (
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1]) moest 1800 euro overmaken. Hoe zit dat?
A: Ja, naar mijn rekening. En ik ga daarbij zeggen, het gaat niet over [slachtoffer 1] maar over een schuldbekentenis.
V: Wat bedoeld u daarmee?
A: [naam verdachte] via hem. Ik moest geld gaan pinnen en zag dat het een schuldbekentenis was.
V: De 1800 euro wordt overgemaakt naar [medeverdachte 2] . Wat is er met dat geld gebeurd?
A: Weer aan hem gegeven, [naam verdachte] . Ik ben toen gelijk naar hem toe gegaan.
11.
Proces-verbaal van de politie, verklaring medeverdachte [medeverdachte 2]
V: Met die pinpas van die meneer is er gepind op de Beijerlandselaan.
A: Ja dat klopt op de randweg.
10-090859-26
Feiten 1 tot en met 3
1.
Verklaring van de verdachte
Het klopt dat ik aanwezig was bij het incident in het Prinses Beatrixpark te Schiedam op 4 november 2025 dat onder de feiten 1 tot en met 3 is tenlastegelegd. Ik was daar aanvankelijk samen met drie andere personen. Ik stond op de uitkijk voor het slachtoffer. Ik hoorde van de medeverdachten dat het slachtoffer op dezelfde wijze als eerder is geconfronteerd. Ik ben samen met een ander persoon meegegaan met het slachtoffer [slachtoffer 3] naar de Albert Heijn om geld te pinnen. Toen wij terug kwamen was de groep groter geworden. Daarna ben ik nog een keer meegegaan met [slachtoffer 3] naar de Albert Heijn om geld te pinnen.
2.
Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 3]
Pleegdatum: 4 november 2025
Ik praat met een meisje op Snapchat, ik ken haar naam niet. Ik denk dat haar naam begint met A. Ze wilde vandaag
(de rechtbank begrijpt: op 4 november 2025)afspreken met mij. Ik vroeg haar haar locatie op te sturen. Ik zag dat haar locatie uitstraalde in het Prinses Beatrixpark. Toen ik naar A liep, zag ik dat er mensen liepen, in het zwart gekleed, die erg met mij bezig waren. Dit waren twee jongens. Ik liep terug met A over de route hoe ik gekomen was. We liepen over het fietspad "Schiedamseweg" terug naar mijn auto. Onderweg kwamen we weer twee in het zwart geklede jongens tegen. Ik had een iPhone 12 en iPhone 14 bij mij. Achter de basisschool/Aapjeskooi, bij de gymzaal, kwamen er ineens vanuit allerlei richtingen allemaal jongens in het zwart gekleed op mij af. Ik zag dat deze jongens mij de bosjes in trokken, totdat we tegen de muur van de gymzaal stonden.
Ik voelde dat mijn zakken leeg werden gehaald. Ik voelde vervolgens dat ik op mijn hoofd werd geslagen. Ik zag dat meerdere jongens met platte handen, vuisten en knieën naar mijn richting toe zwaaiden. Direct daarachteraan voelde ik pijnscheuten op verschillende delen van mijn lichaam. Ik voelde vooral dat mijn bovenlichaam klappen kreeg. Ik voelde dat voornamelijk mijn hoofd werd geraakt.
Op enig moment zag ik dat er een been in de richting van mijn hoofd ging, waarna ik zo'n harde klap voelde dat ik een piep hoorde en "knock out" op de grond ging. Ik weet niet hoelang ik even "out" was, maar toen ik bij kwam zag ik dat er een mes werd getrokken. Ik zag vervolgens dat mijn telefoon af werd gepakt. Ik hoorde dat zij naar mijn pincodes vroegen. Ik voelde mij gedwongen dit te geven, omdat zij een mes bij zich hadden.
Ik zag dat zij vervolgens mijn ING app openden, waar ze zagen dat ik ongeveer 1800 euro had. Ik zag dat ze video's met hun eigen telefoon en die van mij opnamen, waarin ik moest zeggen dat ik een pedo was. Ik moest ook iets roken, waarvan ze zeiden dat het crack was. Ook werd ik continue geslagen.
Omdat ze gezien hadden dat ik 1800 euro had dwongen ze mij mee te gaan naar een filiaal van Albert Heijn. Dit deden zij door het mes op mijn rug te houden. Er gingen twee mensen met mij mee. Er werd constant gedreigd om de politie niet te bellen, omdat ze dan mijn familie iets aan gingen doen.
Bij Albert Heijn aan het Hof van Spaland in Schiedam aangekomen kreeg ik een tijdslimiet van twee minuten om het geld te pinnen en weer terug te zijn. Ik ben in totaal vier keer gaan pinnen. Ik heb totaal 1820 euro gepind en moest deze aan hun geven. Dit heb ik ook zonder eigen wil gedaan.
Hierna moest ik met hun teruglopen, waarna zij het geld onder hun hadden verdeeld. Ook hebben zij mij nog een paar klappen gegeven. De telefoons hebben ze gehouden.
Door de mishandeling heb ik pijn aan mijn linkerzijde van mijn gezicht. Ik heb een verdikking op mijn linker jukbeen. Ik voelde net dat ik pijn had wanneer ik mijn kaak probeerde te openen.
3.
Proces-verbaal van de politieIk ontving de bankbescheiden met hierop de gegevens dat het slachtoffer (
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 3] )gepind had. De tijden waarop gepind is, is als volgt
- 04-11-2025 20/59 - 500 EURO;
- 04-11-2025 21/13 - 320 EURO;
- 04-11-2025 21/45 - 250 EURO;
- 04-11-2025 21/44 - 750 EURO.
4.
Proces-verbaal van de politie, verklaring medeverdachte [medeverdachte 3]
Wat wil jij verklaren over de diefstal met geweld van 4 november 2025?
Ik was daar aangekomen en ik had gehoord dat daar een pedofiel was. Toen ik daar was heb ik hem geslagen en geschopt.
Waarom had jij zo veel plezier tijdens het roken van de crack sigaret door het slachtoffer?
Ja ik heb hem aangemoedigd.
Waarom geef je het slachtoffer één of twee highkicks?
Dat was gewoon het moment, het was niet zo hard ofzo.
2.3.5.Bewijsmotivering
Rechtmatigheidsverweer telefoons
De verdediging heeft aangevoerd dat de doorzoeking in de telefoons van de verdachte onrechtmatig is geweest. Volgens de verdediging heeft de verdachte niet vrijwillig en ondubbelzinnig toestemming gegeven voor het uitlezen van zijn telefoons. Daarbij is van belang dat uit het dossier blijkt dat de verdachte aanvankelijk de toegangscodes van zijn telefoons aan de politie gaf, maar direct na het lezen van het toestemmingsformulier zijn toegangscodes begon door te krassen. Een verbalisant pakte hierop het toestemmingsformulier af en kon de codes nog lezen. Door op deze manier te werk te gaan, zijn de codes volgens de verdediging onrechtmatig verkregen. Dit werkt door in het onderzoek aan de telefoons, omdat de verdediging ervan uitgaat dat de onrechtmatig verkregen codes zijn gebruikt om de telefoons te openen. Om die reden moeten alle onderzoeksresultaten die zijn verkregen door het onderzoek aan de telefoons worden uitgesloten van het bewijs waaronder ook de daaruit voortvloeiende verklaringen van de verdachte nu hij zich genoodzaakt voelde om een verklaring af te leggen over hetgeen in zijn telefoon was aangetroffen. Subsidiair heeft de verdediging bepleit dat strafvermindering moet volgen.
De rechtbank stelt vast dat de gang van zaken ten aanzien van het verkrijgen van de toegangscodes van de telefoons van de verdachte, opmerkelijk is. Nu echter uit het dossier blijkt dat de rechter-commissaris een machtiging heeft afgegeven voor het doorzoeken van de telefoons, laat de rechtbank het bij die constatering. Met de machtiging van de rechter-commissaris zijn de telefoons rechtmatig doorzocht, waardoor de rechtbank geen reden ziet om de resultaten van dit onderzoek en de mogelijk daaruit voortvloeiende verklaringen van de verdachte uit te sluiten van het bewijs.
Algemeen
Op drie achtereenvolgende dagen hebben er in Rotterdam en Schiedam geweldsincidenten plaatsgevonden die te maken hadden met een groep jongens die op ‘pedo’s ging jagen’. De drie geweldsincidenten verliepen nagenoeg op dezelfde wijze. De verdachte en zijn medeverdachten deden zich via een lokaccount voor als een minderjarig meisje en voerden (seksueel getinte) gesprekken met de drie slachtoffers. Vervolgens maakten zij een fysieke afspraak met de slachtoffers. Tijdens de ontmoeting die volgde, werden de slachtoffers onder druk gezet. Zij werden mishandeld en er werd gedreigd met ontmaskering; aan de omgeving van de slachtoffers en de politie zou worden verteld dat de slachtoffers pedofielen zouden zijn. Om dit te voorkomen moesten zij geld betalen en verschillende goederen afgeven.
De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij de feiten enkel en alleen heeft gepleegd vanuit zijn overtuiging dat hij ‘pedofielen’ die afspraakjes met minderjarige meisjes maken met hun gedrag moest confronteren en hen voor de consequenties van hun gedrag moest waarschuwen. De verdachte zou het niet hebben gedaan vanuit een financieel motief. Ook dichtte de verdachte zichzelf steeds een kleine rol toe in het geheel.
Nog daargelaten dat de verdachte ook in zijn lezing ten onrechte het recht in eigen hand heeft genomen, acht de rechtbank zijn verklaring ongeloofwaardig in het licht van het dossier. In dit verband wijst de rechtbank op chatberichten die in de telefoon van de verdachte zijn aangetroffen. Daarin zegt hij onder meer tegen een onbekend gebleven derde:
"Ik jaag tegenwoordig op pedos man zit veel maar pap in hahahah" en "Je kan voor weekend eruit halen waar mensen heel de week voor moeten werken met deze jobs".De rechtbank leidt hieruit af dat de verdachte op ‘pedofielen jaagt’, omdat daar kennelijk veel geld mee te verdienen valt. Uit de aangetroffen chatberichten die zijn verzonden in de Snapchatgroep waarin de verdachte samen met medeverdachten zit, blijkt eveneens dat het plegen van dergelijke feiten werd gezien als een verdienmodel. In die berichten wordt gesproken over het aanmaken van lokaccounts en wordt gericht gezocht naar kwetsbare slachtoffers. Zo wordt onder andere besproken dat een vijftienjarige jongen met regenboogvlag beter is.
Op basis van de chatberichten stelt de rechtbank vast dat het geen incidenten of experimenten waren om mensen aan te spreken, te waarschuwen of te beschermen, maar dat het een
ongoing businesswas, waar geld mee werd verdiend. Er werd actief gezocht naar jonge, kwetsbare slachtoffers, en er werden geschikte ontmoetingsplekken en mogelijkheden om daar ongezien weg te komen en aan onderzoek door de politie te ontkomen, besproken. De manier waarop de verdachte zich in de chatberichten over de groepsactiviteiten uitlaat, toont dat hij actief deelnam aan (het plannen van) de activiteiten van de groep. De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 impliciet subsidiair, 2, 3, 4, en 5 onder parketnummer 10-299215-25, en de feiten 1, 2 en 3 onder parketnummer 10-090859-26 heeft gepleegd. Hieronder zal in aanvulling op het voorgaande per feit afzonderlijk worden besproken waarom de rechtbank tot die beslissing is gekomen.
Feiten 1 tot en met 3 (10-299215-25)
Uit het dossier volgt dat het slachtoffer [slachtoffer 2] contact had met het Snapchataccount dat in beheer was van één van de medeverdachten. Dit Snapchataccount werd gebruikt om het slachtoffer op 3 november 2025 naar de woning aan de Groene Hilledijk in Rotterdam te lokken. Uit de aangifte van [slachtoffer 2] volgt dat hij, eenmaal aangekomen bij de woning, naar binnen werd geduwd en moest plaatsnemen op de bank. [slachtoffer 2] wilde de woning verlaten, maar kreeg daar de kans niet toe. Hij werd opgesloten in de woning en de voordeur werd bewaakt door een van de verdachten.
Uit de aangifte van [slachtoffer 2] volgt verder dat tegen hem werd gezegd: "
of je gaat dokken, of je gaat dood'' en "
wat heb je in je zakken". [slachtoffer 2] werd daarna handhandig gefouilleerd en moest zijn smartwatch, telefoon en portemonnee met daarin € 200,- afgeven. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij tijdens het feit ongeveer twintig tot vijfentwintig klappen op zijn hoofd heeft gekregen en dat hij is geslagen met een bezemsteel op zijn rug. Het slachtoffer voelde zich na het geweld en de bedreigingen gedwongen om zijn pinpassen en pincodes af te geven. Daarna zijn twee geldbedragen van € 500,- en € 900,- gepind van de rekeningen van het slachtoffer.
De verdachte heeft tijdens de zitting verklaard dat hij zich op dat moment samen met drie andere jongens en twee oudere mannen in die woning bevond. Ook heeft hij verklaard dat hij het slachtoffer samen met de medeverdachten al filmend heeft geconfronteerd en samen met de medeverdachten tegen het slachtoffer heeft gezegd dat zij hem gingen ‘
exposen’ en dat zij de politie of zijn familie zouden bellen. De verdachte heeft verder verklaard dat zij [slachtoffer 2] niet hebben ‘
geëxposed’, omdat hij hen heeft betaald.
De rechtbank overweegt dat uit de verklaring van de verdachte en de inhoud van de chatberichten die de verdachte gevoerd heeft met anderen uit deze groep, kan worden afgeleid dat er sprake was van een vooropgezet plan om met een groep het slachtoffer te confronteren en geld en goederen van hem af te nemen en dat hij, de verdachte, tot die groep behoorde. Door de aanwezigheid van de groep, de dreigementen hem te “exposen” en het tegen hem gepleegde geweld, voelde het slachtoffer zich gedwongen in de woning te blijven en zijn pinpassen en pincodes af te geven. Dat hij onder deze omstandigheden vrijwillig in de woning verbleef en ook zijn geld en goederen vrijwillig afgaf, zoals door de verdediging is gesteld, vindt de rechtbank onaannemelijk.
Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat de verdachte, samen met anderen, [slachtoffer 2] wederrechtelijk van zijn vrijheid beroofd heeft (gehouden) en geld en goederen van hem heeft gestolen met gebruikmaking van geweld en bedreiging met geweld en door middel van het gebruik maken van een valse sleutel, te weten de pinpassen van de verdachte. Een deel van de onder feit 1 ten laste gelegde feitelijkheden heeft de rechtbank niet bewezen verklaard omdat zij geen onderbouwing geven voor de wederrechtelijke vrijheidsbeneming. Een deel van de onder feit 2 tenlastegelegde feitelijkheden heeft de rechtbank niet bewezen verklaard omdat het afpersingshandelingen betreffen en dat niet ten laste is gelegd in feit 2 en deze handelingen ook niet zijn verricht om de diefstal mogelijk te maken.
Daarbij is ten aanzien van alle drie de feiten sprake geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten, die in de kern bestond uit een gezamenlijk plan en uitvoering daarvan.
In dit verband acht de rechtbank ten aanzien van de rol van de verdachte ook nog van belang dat uit de verklaring van Verwer volgt dat hij de geldbedragen in opdracht van de verdachte moest pinnen en dat hij van hem de pinpassen en toegangscodes van het slachtoffer kreeg, alsmede dat hij het gepinde geld en de pinpassen nadien aan de verdachte heeft gegeven. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de juistheid en de betrouwbaarheid van de verklaring van Verwer, nu deze op belangrijke punten ondersteund wordt door de hierboven genoemde bewijsmiddelen.
Feiten 4 en 5 (10-299215-25)
Uit het dossier volgt dat het slachtoffer [slachtoffer 1] contact had met het Snapchataccount dat in beheer was bij een van de medeverdachten. Dit Snapchataccount werd gebruikt om het slachtoffer op 2 november 2025 naar de woning aan de Groene Hilledijk in Rotterdam te lokken. Uit de aangifte van [slachtoffer 1] blijkt dat, zodra hij de woning binnenliep, de voordeur op slot werd gedraaid en hij geen kant meer op kon. Daarna werd met een dwingende toon tegen hem gezegd dat hij naar boven moest komen en op de bank moest gaan zitten. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij besloot mee te werken, omdat hij niet weg kon. Eenmaal boven aangekomen, zag [slachtoffer 1] vier jongens en twee mannen in de woning. Daar werd [slachtoffer 1] al filmend geconfronteerd door de verdachten met wat zijn bedoelingen van zijn komst zouden zijn: afspreken met een minderjarige en blijven slapen. Met (bedreiging met) geweld is hij vervolgens gedwongen tot afgifte van zijn rijbewijs. Het slachtoffer voelde zich na het geweld en de bedreigingen gedwongen om een geldbedrag van € 1.800,- over te maken naar de rekening van medeverdachte Verwer.
De verdachte heeft tijdens de zitting verklaard dat hij zich op dat moment in die woning bevond en dat [slachtoffer 1] op dezelfde wijze als [slachtoffer 2] werd geconfronteerd. Daaruit leidt de rechtbank af dat de verdachte samen met de medeverdachten tegen het slachtoffer heeft gezegd dat zij hem gingen ‘
exposen’ en dat zij de politie of zijn familie zouden bellen. De verdachte heeft verder verklaard dat zij het slachtoffer niet hebben ‘
geëxposed’, omdat hij hen heeft betaald. Uit de verklaring van de verdachte en de inhoud van de chatberichten die de verdachte gevoerd heeft met anderen uit deze groep, concludeert de rechtbank dat er sprake was van een vooropgezet plan om het slachtoffer met een groep te confronteren met zijn bedenkelijke bedoelingen met een minderjarige en geld of goederen van hem af te nemen en dat hij, verdachte, tot die groep behoorde. Dat het slachtoffer onder deze omstandigheden vrijwillig in de woning verbleef en ook zijn geld en goederen vrijwillig afgaf, zoals door de verdediging is gesteld, vindt de rechtbank onaannemelijk.
Gelet op voorgaande stelt de rechtbank vast dat de verdachte, samen met anderen, [slachtoffer 1] van zijn vrijheid beroofd heeft (gehouden) door de voordeur van de woning op slot te draaien en hem vervolgens af te persen. Daarbij is sprake geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten die in de kern bestond uit een gezamenlijk plan en de uitvoering daarvan. In dit verband acht de rechtbank ten aanzien van de rol van de verdachte ook nog van belang dat uit de verklaring van Verwer volgt dat hij het geld dat op zijn rekening was gestort aan de verdachte moest betalen
Feiten 1 tot en met 3 (10-090859-26)
Uit het dossier volgt dat het slachtoffer [slachtoffer 3] contact had met het Snapchataccount dat in beheer was bij één van de medeverdachten. Dit Snapchataccount werd gebruikt om het slachtoffer op 4 november 2025 naar het Prinses Beatrixpark in Schiedam te lokken. Uit de aangifte van het slachtoffer blijkt dat hij, nadat hij daadwerkelijk een meisje had ontmoet, onverhoeds werd benaderd door een groep jongens die in het zwart gekleed waren. Vervolgens werden zijn zakken leeggehaald en zijn telefoons afgepakt. Ook werd aan het slachtoffer een mes getoond. Daarna is hij meerdere keren tegen zijn hoofd en lichaam geslagen en getrapt en werd hij gedwongen om crack te roken. Het slachtoffer voelde zich door dit alles gedwongen om tweemaal een geldbedrag op te nemen van zijn bankrekening.
De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij op 4 november 2025 in het park aanwezig was en uitkeek naar het slachtoffer. Ook heeft hij verklaard dat hij tweemaal met het slachtoffer is meegelopen om het geld te pinnen.
De verdediging heeft aangevoerd dat het door de verdachte (mede)plegen van de mishandeling en diefstal met geweld niet kan worden bewezen, omdat de verdachte daarbij niet betrokken of aanwezig is geweest. De rechtbank verwerpt dat verweer. Uit de bewijsmiddelen en de verklaring van de verdachte kan worden afgeleid dat er sprake was van een vooropgezet plan om het slachtoffer met een groep te confronteren en geld van hem los te krijgen en dat hij, verdachte, tot die groep behoorde. Het plan bestond uit meerdere onderdelen, waarvan geweld, diefstal en afpersing onderdeel waren. De verdachte heeft zich wellicht niet zelf ingelaten met de mishandeling en de diefstal omdat andere leden van de groep dat voor hun rekening namen maar hij heeft er mede voor gezorgd dat het slachtoffer meerdere keren een groot geldbedrag pinde en dat aan de verdachte en zijn medeverdachten afgaf. Dit is essentiële rol in de uitvoering van het plan van de groep. Dat het slachtoffer dit geldbedrag vrijwillig heeft afgegeven, zoals is bepleit door de verdediging, acht de rechtbank gelet op alle feiten en omstandigheden (waaronder het door de groep gebruikte geweld, de gemaakte filmpjes waarin hij moest zeggen dat hij pedo was en de dreigementen dat als hij de politie belde zij zijn familie zouden bellen) volstrekt ongeloofwaardig.
Voorts is niet gebleken dat de verdachte zich op enig moment heeft gedistantieerd van de door de rest van de groep gepleegde mishandeling en/of de diefstal. Dit wordt ondersteund door de eerder aangehaalde chatberichten die in de telefoon van de verdachte zijn aangetroffen. Daaruit blijkt dat de verdachte op 6 november 2025, dus twee dagen nadat dit feit plaatsvond, onder meer het volgende bericht heeft gestuurd:
"Laats 17b uit eentje gehaald plus hij moest nog borie roken shiii".Uit het dossier volgt dat met ‘borie’ crack of cocaïne wordt bedoeld. Zoals hierboven reeds is vastgesteld, moest het slachtoffer gedwongen crack roken van de (mede)verdachten. De rechtbank leidt mede uit dit chatbericht af dat de verdachte wel degelijk op de hoogte was van de geweldshandelingen. Anders dan de verdediging stelt, is de rechtbank op grond van het voorgaande van oordeel dat de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten is komen vast te staan voor alle drie de feiten.