AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing incident zekerheidstelling en verwijzing inzageverzoeken persoonsgegevens naar verzoekschriftprocedure
Eiser heeft Coolblue verzocht om inzage in de verwerking van zijn persoonsgegevens, maar weigerde zich te identificeren, waardoor Coolblue geen inzage gaf. Eiser vordert onder meer verklaringen voor recht, inzage, rectificatie, schadevergoeding en proceskosten. Coolblue verzoekt afwijzing van de eisen en zekerheidstelling omdat eiser niet in Nederland zou wonen.
De kantonrechter oordeelt dat eiser vanaf 28 oktober 2025 weer in Nederland woont, waardoor geen zekerheidstelling verplicht is en het incident wordt afgewezen. De kantonrechter is van plan om de inzageverzoeken, die op grond van artikel 15 AVGPro via een verzoekschriftprocedure moeten worden behandeld, ambtshalve te verwijzen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken, namelijk team Handel en Haven.
De overige eisen, waaronder de verklaringen voor recht en schadevergoeding tot € 25.000, zijn wel voor de kantonrechter bevoegd. Partijen krijgen gelegenheid zich uit te laten over de verwijzing op de rolzitting van 17 juni 2026. De kantonrechter bepaalt dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: Het incident tot zekerheidstelling wordt afgewezen en de inzageverzoeken worden ambtshalve verwezen naar de verzoekschriftprocedure bij team Handel en Haven.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11885357 CV EXPL 25-19828
datum uitspraak: 22 mei 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[naam],
woonplaats: [woonplaats 1] en/of [woonplaats 2] ,
eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident,
gemachtigde: E. Wieren,
tegen
Coolblue B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident,
gemachtigden: mr. M. Elshof en mr. J.M. Louter.
1.De procedure
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 4 september 2025, met bijlagen;
het antwoord, met een eis in het incident, met bijlagen;
de akte van Coolblue, met bijlagen;
het antwoord in het incident van [naam] , met bijlagen.
2.De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[naam] heeft aan Coolblue inzage gevraagd in de verwerking van zijn persoonsgegevens. Coolblue heeft hem toen gevraagd om zichzelf te identificeren. [naam] wilde dat niet. Daarom heeft Coolblue hem geen inzage gegeven.
2.2.
[naam] eist dat de kantonrechter:
I. voor recht verklaart dat Coolblue in strijd met de AVG [1] heeft gehandeld;
II. voor recht verklaart dat Coolblue onrechtmatig heeft gehandeld [2] ;
III. Coolblue veroordeelt om alsnog volledige inzage te geven in zijn persoonsgegevens die Coolblue heeft verwerkt;
IV. Coolblue veroordeelt om alsnog volledige inzage te geven in zijn persoonsgegevens die Coolblue aan derden heeft verstrekt;
V. Coolblue veroordeelt om een rectificatie te sturen naar derden met wie zijn persoonsgegevens zijn gedeeld;
VI. Coolblue veroordeelt om een schadevergoeding van € 3.500,- aan [naam] te betalen voor immateriële en materiele schade [3] ;
VII. Coolblue veroordeelt om € 925,- aan buitengerechtelijke incassokosten te betalen;
VIII. Coolblue veroordeelt in de werkelijke proceskosten;
IX. bepaalt dat Coolblue een dwangsom moet betalen als zij een veroordeling op onderdeel III, IV en V niet op tijd nakomt.
2.3.
Coolblue vraagt om de eisen in de hoofdzaak van [naam] af te wijzen en om [naam] te veroordelen in de werkelijke proceskosten.
2.4.
Coolblue vraagt in het incident zekerheidstelling van [naam] , omdat hij volgens Coolblue niet in Nederland woont. [4] [naam] betwist dat.
Geen verplichting tot het stellen van zekerheid
2.5.
[naam] heeft aangetoond dat hij in ieder geval vanaf 28 oktober 2025 (weer) in Nederland woont. [5] Daarom is hij niet verplicht om zekerheid te stellen. Het incident wordt dus afgewezen. De kantonrechter bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen. Dat betekent dat zij geen vergoeding hoeven te betalen voor de kosten die de andere partij heeft gemaakt.
De kantonrechter is van plan om een deel van de zaak te verwijzen naar de verzoekschriftprocedure bij team Haven en Handel
2.6.
De kantonrechter moet in de hoofdzaak eerst beoordelen of zij bevoegd is om deze zaak te behandelen. Zij oordeelt voorlopig dat dit voor een deel van de zaak niet het geval is.
De inzageverzoeken moeten worden gedaan aan de kamer voor andere zaken dan kantonzaken
2.7.
De eisen van [naam] onder III en IV zijn namelijk verzoeken om inzage te verkrijgen in de verwerking van zijn persoonsgegevens. Die verzoeken zijn gebaseerd op artikel 15 vanPro de AVG. Omdat de beslissingen op die verzoeken in dit geval zijn genomen door Coolblue en Coolblue geen bestuursorgaan is, geldt dat [naam] zich tot de rechtbank kan wenden met het verzoek de verwerkingsverantwoordelijke (Coolblue) te bevelen de verzoeken als bedoeld in artikel 15 AVGPro alsnog toe of af te wijzen. Dat staat in artikel 35 lid 1 vanPro de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming.
Met de rechtbank wordt bedoeld de kamer voor andere zaken dan kantonzaken. [6] Dat blijkt uit de voorganger van deze wet. [7] Daarin stond in 2001 al dat zulke verzoeken moesten worden gedaan aan de arrondissementsrechtbank en toen bestond binnen elk arrondissement nog een zelfstandig kantongerecht. Dat betekent dat de wetgever dus niet de kantonrechter bedoelde. Uit niets blijkt dat de wetgever dit heeft willen veranderen.
De inzageverzoeken moeten worden gedaan in een verzoekschrift en de regels voor de verzoekschriftprocedure gelden
2.8.
[naam] heeft de inzageverzoeken gedaan in een dagvaarding, terwijl de verzoeken hadden moeten worden gedaan in een verzoekschrift. [8] De procedure moet voor dit deel worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de verzoekschriftprocedure.
De kantonrechter is bevoegd om te beslissen over de overige eisen
2.9.
De kantonrechter is wel bevoegd om te beslissen over de gevraagde verklaringen voor recht onder I en II, de onder V gevraagde rectificatie en de eis onder VI om Coolblue te veroordelen om een schadevergoeding van € 3.500,- aan [naam] te betalen.
De eisen onder I, II en V zijn van onbepaalde waarde en er zijn duidelijke aanwijzingen dat deze eisen gewaardeerd moeten worden op maximaal € 25.000,-. [9] [naam] koppelt aan de eerste twee verklaringen voor recht bovendien zelf een schadevergoedingseis van € 3.500,-. Hij voert niet aan dat hij meer schade heeft geleden dan dit. De schadevergoedingseis behoort ook tot het takenpakket van de kantonrechter, omdat het geëiste bedrag lager is dan € 25.000,- en de kantonrechter bevoegd is voor alle eisen tot aan dat bedrag. [10]
Geen gezamenlijke behandeling van alle eisen mogelijk
2.10.
Weliswaar is het uitgangspunt van de wetgever dat samenhangende vorderingen vanuit een oogpunt van doelmatigheid zo veel mogelijk door één en dezelfde rechter moeten worden behandeld en beslist en vindt de kantonrechter de eisen van [naam] zulke samenhangende vorderingen, maar de wet biedt geen mogelijkheid om alle eisen van [naam] samen te behandelen. Het voegen van een dagvaardingsprocedure met een verzoekschriftprocedure is namelijk niet mogelijk. Dat betekent dat als de kantonrechter de gehele procedure verwijst naar team Handel en Haven dat er niet toe zal leiden dat de hele zaak door dezelfde rechter wordt behandeld en beslist.
Hoe nu verder?
2.11.
De kantonrechter is hierom van plan om alleen de inzageverzoeken ambtshalve te verwijzen naar de verzoekschriftprocedure [11] bij team Handel en Haven van deze rechtbank. [12] Beide partijen krijgen eerst de gelegenheid om zich op de rolzitting van 17 juni 2026 uit te laten over dit voornemen. [13] Als zij schriftelijk reageren, dan moet die reactie uiterlijk 16 juni 2026 in tweevoud zijn ontvangen op de rechtbank. In dat geval is het niet nodig dat de partijen naar de rolzitting komen.
3.De beslissing
De kantonrechter:
In het incident
3.1.
wijst het incident af;
3.2.
bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen;
In de hoofdzaak
3.3.
verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 17 juni 2026 om 11.30 uur, zodat beide partijen zich kunnen uitlaten over het voornemen van de kantonrechter om de inzageverzoeken te verwijzen naar de verzoekschriftprocedure bij team Handel en Haven van deze rechtbank;
3.4.
houdt iedere andere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken.
703
Voetnoten
1.De Verordening (EU) 2016/679 bescherming natuurlijke personen in verband met verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.
2.In de zin van artikel 6:162 vanPro het Burgerlijk Wetboek.
3.Primair op grond van artikel 82 AVGPro en subsidiair op grond van artikel 6:162 BWPro;
4.In artikel 224 vanPro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat dat als iemand die geen woon- of verblijfplaats in Nederland heeft een vordering instelt bij een Nederlandse rechter, diegene verplicht is om zekerheid te stellen voor de proceskosten tot betaling waarvan hij veroordeeld zou kunnen worden, als de wederpartij dat vraagt.
5.Dat blijkt uit het uittreksel uit de basisregistratie personen van de gemeente Den Helder van 13 november 2025.
6.Dat is bij de rechtbank Rotterdam het team Haven en Handel.
8.Dat staat expliciet in artikel 35 lid 2 UAVGPro.
9.In artikel 93 aanhefPro en onder b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat dat de kantonrechter zaken behandelt en beslist betreffende vorderingen van onbepaalde waarde als er duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vordering geen hogere waarde vertegenwoordigt dan € 25.000,-.
10.Dat staat in artikel 93 onderPro a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
11.Op basis van artikel 69 WetboekPro van Burgerlijke Rechtsvordering.
12.In artikel 71 vanPro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat dat een zaak ambtshalve kan worden verwezen naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken als een zaak door die kamer moet worden behandeld.
13.Een ambtshalve verwijzing kan pas plaatsvinden nadat de partijen in de gelegenheid zijn geweest om zich uit te laten over de vraag of de zaak bij de juiste rechter in behandeling is.