ECLI:NL:RBROT:2026:6800
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-betaling griffierecht
Verzoeker heeft bij het CBR bezwaar gemaakt tegen een besluit waarbij hij werd verplicht een onderzoek naar zijn alcoholgebruik te ondergaan en zijn rijbewijs werd geschorst. Het CBR handhaafde dit besluit, waarna verzoeker beroep instelde en tevens een voorlopige voorziening vroeg.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting en stelde vast dat het griffierecht van € 200,- niet binnen de gestelde termijn was betaald. De griffier had verzoeker per aangetekende brief op 19 mei 2026 in de gelegenheid gesteld het griffierecht binnen twee weken te voldoen, maar betaling bleef uit zonder verontschuldiging.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek daarom kennelijk niet-ontvankelijk en deed geen inhoudelijke uitspraak over het verzoek. Er werd ook geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.