De rechter-commissaris van de rechtbank Rotterdam heeft op 5 juni 2026 een bevel tot bewaring verleend aan een verdachte geboren in 1975 zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. De verdenking betreft gewoontewitwassen van criminele winsten, met name transacties met grote hoeveelheden goud en kostbare horloges, in de periode van mei tot augustus 2020.
De verdachte wordt ervan verdacht betrokken te zijn geweest bij de overdracht van miljoenen euro's voor goudstaven en horloges, en wordt geïdentificeerd als gebruiker van meerdere SkyECC-accounts. Ondanks het beroep op artikel 67a lid 3 Sv, dat de duur van het voorarrest beperkt, is dit beroep afgewezen vanwege de ernst van de verdenking.
Er zijn ernstige bezwaren tegen de verdachte, die tot op heden heeft gezwegen, en er is sprake van vluchtgevaar omdat hij geen vaste verblijfplaats heeft, lange tijd in het buitenland verbleef en een vals paspoort is aangetroffen bij zijn zus. Ook is er een gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid, omdat de organisatie van zijn broer, waarvoor hij vermoedelijk witwaste, nog actief is en de verdachte geen legale inkomsten heeft.
Procesafspraken zijn nog niet gemaakt, waardoor hiermee geen rekening kan worden gehouden. De rechter-commissaris acht de gronden voor voorlopige hechtenis aanwezig en wijst het schorsingsverzoek af. Het bevel tot bewaring is verleend voor een termijn van veertien dagen.