Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
AUTOMOBIEL SERVICE [eiser],
1.De procedure
- de dagvaarding van 16 juni 2025, met bijlagen;
- het incidentele verzoek van [naam B.V.] tot oproeping in vrijwaring;
- de aantekeningen van de griffier van de op de rolzitting van 1 juli 2025 namens [eiser] en namens [naam B.V.] mondeling gegeven reactie;
- het vonnis in het incident van 4 juli 2025;
- de dagvaarding van 20 augustus 2025, met bijlagen;
- de conclusie van antwoord tevens incidentele conclusie tot voeging, met bijlagen;
- de brief van 19 september 2025 namens [naam B.V.] .
- de heer [eiser] met gemachtigde mr. Dragtenstein;
- van [naam B.V.] , de heer [naam 2] (directeur) met gemachtigde de heer [naam 1] ;
- van MIT, de heer [naam 3] (bedrijfsleider) en de heer [naam 4] (projectleider) met gemachtigde mr. Van der Aa-de Graaf en verder mr. [naam 5] .
2.De beoordeling
alle aansprakelijkheid van de opdrachtnemervoor gebreken in het geleverde product en in verband met de levering, zoals voor schade door overschrijding van de levertijd en door niet-levering,
voor schade als gevolg van aansprakelijkheid jegens derden, voor bedrijfsschade, gevolgschade en indirecte schade, en voor schade als gevolg van enig onrechtmatig handelen of nalaten van (medewerkers van de) opdrachtnemer, uitgesloten.”