Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
1.De procedure
- het tussenvonnis van 6 maart 2026 en de daarin genoemde processtukken;
- de akte van Woonplus.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert Stichting Woonplus Schiedam de ontbinding van de huurovereenkomst van een woning en ontruiming van een garagebox door de huurders. De rechtbank Rotterdam heeft in een tussenvonnis reeds de ontbinding van de huurovereenkomst van de woning afgewezen. De huidige uitspraak betreft de ontruiming van de garagebox.
De huurovereenkomst van de garagebox is opgezegd door Woonplus met inachtneming van de contractuele opzegtermijn van drie maanden, waardoor deze is geëindigd op 1 november 2024. De huurder, [gedaagde 1], is veroordeeld om de garagebox binnen veertien dagen na het vonnis te ontruimen en de sleutels aan Woonplus te overhandigen. Tevens moet hij een gebruiksvergoeding van €136,50 per maand betalen vanaf 1 april 2025 tot de dag van ontruiming.
De rechtbank wijst de vordering tot ontruimingskosten af omdat nog niet vaststaat of en welke kosten gemaakt zullen worden. Ook wijst zij de gevorderde verklaring voor recht af, omdat het belang daarvan ontbreekt. De proceskosten worden aan Woonplus opgelegd omdat zij voor het grootste deel in het ongelijk is gesteld. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De ontbinding van de huurovereenkomst woning wordt afgewezen, maar de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de garagebox en betaling van gebruiksvergoeding.