Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:6600

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
C/10/716905 / JE RK 26-551
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 JwArt. 6.1.3 Jw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige met complexe gedragsproblemen

De gecertificeerde instelling Stichting Nidos verzocht op 20 maart 2026 om een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige geboren in 2008, die langere tijd vermist was en terugkeerde na een periode van onttrekking aan toezicht.

De minderjarige vertoonde ernstige gedragsmatige, sociale en psychische risicofactoren, waaronder externaliserend gedrag, middelengebruik en betrokkenheid bij politie en justitie. Eerdere intensieve begeleiding en maatregelen bleken onvoldoende effectief. Na terugkeer werd de minderjarige aangehouden op verdenking van diefstal en opgenomen in het ziekenhuis wegens een overdosis medicatie.

De kinderrechter oordeelde dat onmiddellijke opname in een gesloten Jeugdhulp Plus-setting noodzakelijk en proportioneel is om verdere ontregeling en risico's te beperken. Er zijn geen minder ingrijpende alternatieven beschikbaar. Daarom werd een spoedmachtiging verleend voor vier weken, met een zitting gepland voor verdere besluitvorming.

De voogdij berust bij de GI, waardoor een ondertoezichtstelling niet vereist is. De beschikking is openbaar uitgesproken op 20 maart 2026 door kinderrechter A.A.J. de Nijs en griffier K.F.G. van Leeuwen. Hoger beroep is mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden.

Uitkomst: Spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp verleend voor vier weken wegens ernstige gedrags- en psychische problemen van de minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/716905 / JE RK 26-551
Datum uitspraak: 20 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling stichting Nidos, jeugdbescherming voor vluchtelingen,
gevestigd te Utrecht, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat mr. A.L. Kuit, kantoorhoudende in Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
  • het mondelinge verzoek van de GI op 20 maart 2026;
  • de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 21 maart 2026.

2.De feiten

2.1.
Bij beschikking van 25 juli 2024 is de GI belast met de tijdelijke voogdij over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] is langere tijd vermist geweest. Tot aan zijn vermissing verbleef hij in Rotterdam.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
3.2.
De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes maanden.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. Volgens de GI is de kern van de problematiek van [minderjarige] gelegen in een combinatie van ernstige gedragsmatige, sociale en psychische risicofactoren, die de veiligheid van hemzelf en zijn omgeving ernstig bedreigen. Vanaf het begin van de voogdij is sprake van complexe problematiek, gekenmerkt door externaliserend en grensoverschrijdend gedrag, structureel middelengebruik en frequente betrokkenheid van politie en justitie. Al vroeg in het traject werd duidelijk dat [minderjarige] moeite heeft met het accepteren van gezag, het naleven van afspraken en het hanteren van grenzen. Er bestond en bestaat risico op verdere escalatie en onttrekking aan toezicht. Zelfs binnen de setting van een kleinschalige, cultuur-sensitieve voorziening met intensieve 1-op-1 begeleiding, betrokkenheid van de reclassering en een ITB-maatregel met bijzondere voorwaarden bleken stabilisatie en gedragsverandering onvoldoende haalbaar. In november 2025 is [minderjarige] met onbekende bestemming uit Rotterdam vertrokken. Op 19 maart 2026 is hij terug gekeerd. De dag erna is hij in Amsterdam aangehouden op verdenking van diefstal. Hij bleek een overdosis aan medicatie te hebben ingenomen waardoor hij in het ziekenhuis is beland. De crisisdienst adviseerde acute, gespecialiseerde zorg binnen een setting met een duidelijke structuur, heldere kaders en mogelijkheden tot begrenzing en toezicht.
4.2.
De GI acht een onmiddellijke opname in een gesloten Jeugdhulp Plus-setting noodzakelijk en proportioneel gelet op de ernst, hardnekkigheid en duur van de problematiek, het structurele middelengebruik, het patroon van onttrekking aan toezicht, de signalen van betrokkenheid bij criminele activiteiten en het uitblijven van effect van eerdere maatregelen. Alleen in een dergelijke setting kan volgens de GI intensief toezicht, duidelijke begrenzing en voortzetting van begeleiding worden geboden, waardoor verdere ontregeling, middelengebruik en risico op escalatie effectief kan worden beperkt.
4.3.
Op basis van voornoemde en de verdere informatie, zoals vermeld in de schriftelijke bevestiging van het mondelinge spoedverzoek, is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1]
4.4.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] . Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken.
4.5.
Omdat de voogdij over [minderjarige] bij de GI berust, is een ondertoezichtstelling van [minderjarige] niet vereist. [2]
4.6.
De GI, [minderjarige] en zijn advocaat worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verleent een spoedmachtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 20 maart 2026 tot 17 april 2026;
en alvorens verder te beslissen:
5.2.
roept de GI en [minderjarige] en zijn advocaat op voor de zitting van mr. A.M.I. van der Does op
26 maart 2026 om 15:30 uurin het gerechtsgebouw van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, aan
Wilhelminaplein 100 / 125 in Rotterdam;
5.3.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2026 door
mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. K.F.G. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 23 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet (Jw).
2.Artikel 6.1.2, derde lid, Jw.