Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:6597

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
C/10/716861 / JE RK 26-546
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:257 BWArt. 807 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige ondertoezichtstelling van baby wegens huiselijk geweld en onbereikbare moeder

De Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht verzocht de kinderrechter om een voorlopige ondertoezichtstelling van een baby, geboren in 2025, vanwege aanhoudende zorgen over de opvoedsituatie. Het Crisis Interventie Team meldde ernstige zorgen en het ontbreken van contact met de moeder, die niet aanwezig was bij afspraken en niet bereikbaar bleek.

De moeder heeft meerdere malen aangegeven mishandeld te zijn door de vader, met wie zij de relatie steeds hervat. Er zijn meerdere meldingen van huiselijk geweld bij de politie gedaan. Daarnaast kampt de moeder met psychische problemen, waaronder een depressie, weigert medicatie en mogelijk is er sprake van een lachgasverslaving. Ambulante spoedhulp kon niet worden ingezet vanwege het ontbreken van toestemming van de vader.

De kinderrechter oordeelt dat er een ernstig vermoeden bestaat dat de ontwikkeling van de baby acuut en ernstig wordt bedreigd. De baby is volledig afhankelijk van haar verzorgers en is blootgesteld aan huiselijk geweld. Gezien de onbereikbaarheid van de moeder en de ernst van de situatie is een voorlopige ondertoezichtstelling noodzakelijk en kan een zitting niet worden afgewacht zonder gevaar voor het kind.

De beschikking stelt de baby voor drie maanden onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond. Een zitting is gepland op 31 maart 2026, waarbij alle betrokkenen worden gehoord. Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de baby voorlopig onder toezicht wegens acuut gevaar door huiselijk geweld en psychische problematiek van de moeder.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/716861 / JE RK 26-546
Datum uitspraak: 20 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam vader],
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
  • het verzoek van de Raad met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 20 maart 2026;
  • bijlage bij spoedonderbouwing van de Raad, binnengekomen bij de rechtbank op 20 maart 2026.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij de moeder.

3.Het verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden en hierover te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. Het Crisis interventie team (CIT) heeft aanhoudende zorgen gemeld bij de Raad over de opvoedsituatie van [minderjarige] . Het CIT vindt een voorlopige ondertoezichtstelling nodig. De Raad heeft geprobeerd contact met de moeder te krijgen om de zorgen te bespreken, maar dit is niet gelukt. Tijdens een aangekondigd huisbezoek op 19 maart 2026 was de moeder niet aanwezig. Op de daarna gemaakte afspraak op 20 maart 2026 is de moeder niet gekomen. De vader stond na overleg met zijn advocaat open voor hulpverlening in het vrijwillig kader. Uiteindelijk is dat onvoldoende van de grond gekomen, mede omdat de moeder niet bereikbaar was.
4.2.
De moeder heeft aangegeven dat de vader haar meerdere keren mishandeld heeft. Tussen mishandelingen door hervat de moeder de relatie met de vader. Bij de politie zijn meerdere meldingen van huiselijk geweld binnen gekomen. De moeder heeft verder aangegeven dat zij onder behandeling is bij een psycholoog vanwege een depressie en dat zij medicatie zou hebben geweigerd. Volgens een vriendin van de moeder zou de moeder suïcidale gedachten hebben. Mogelijk is de moeder verslaafd aan lachgas. De Raad heeft op 19 maart 2026 informatie ingewonnen bij de psychiater, tevens hoofdbehandelaar van de moeder van Antes. Ambulante Spoedhulp kan bij de moeder niet worden ingezet omdat de vader hier geen toestemming voor geeft.
4.3.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. [minderjarige] is een jonge baby die voor haar verzorging en veiligheid geheel afhankelijk is van haar verzorgers. Zij is blootgesteld aan huiselijk geweld tussen haar ouders. Haar moeder heeft psychische problematiek en mogelijk een verslaving. De moeder gaat hierover niet in gesprek met de Raad. Op grond van dit alles is een voorlopige ondertoezichtstelling noodzakelijk om de bedreiging in de ontwikkeling van [minderjarige] weg te nemen.
4.4.
De kinderrechter is daarnaast van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] . Daarom stelt de kinderrechter [minderjarige] voorlopig onder toezicht voor de duur van drie maanden.
4.5.
De Raad, de GI, de moeder en de vader worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
stelt [minderjarige] voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd in Rotterdam, met ingang van 20 maart 2026 tot 20 juni 2026;
5.2.
roept de Raad, de GI, de vader en de moeder op voor de zitting van mr. A. Verweij op
31 maart 2026 om 13:00 uurin het gerechtsgebouw van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, aan
Wilhelminaplein 100 / 125 in Rotterdam;
5.3.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2026 door
mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, en in aanwezigheid van mr. K.F.G. van Leeuwen als griffier, op schrift gesteld op 23 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking staat geen hoger beroep open. [2]

Voetnoten

1.Artikel 1:257 BW Pro.
2.Artikel 807 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).