Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juni 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit Rotterdam, eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam
Samenvatting
.Het beroep is daarom gegrond. De rechtbank beslist dat het college binnen zes weken een nieuw besluit op de aanvraag van eiser moet nemen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Totstandkoming van het bestreden besluit
Beoordeling door de rechtbank
“P/B/#//T/L = parkeergarage/bergingen/bedrijfsruimte/trap/lift”.In de ruimte die wordt aangeduid met de letter P, is het getal [getal] vermeld. Uit het huisnummerbesluit volgt enkel welk huisnummer aan welke ruimte is toegekend en dat aan de in het complex aanwezige parkeergarage [huisnummer] is toegewezen. Uit het huisnummerbesluit volgt niet dat deze parkeergarage gekoppeld is aan de huisnummers van de woningen in [naam wooncomplex] . Het huisnummerbesluit onderbouwt dus niet dat de garage moet worden aangemerkt als bijbehorende of toegewezen parkeervoorziening voor deze woningen als bedoeld in het Uitvoeringsbesluit. De enkele omstandigheid dat de Q-park garage in hetzelfde complex is gevestigd als de woning van eiser, is onvoldoende om deze (openbaar toegankelijke en commercieel geëxploiteerde) garage te kwalificeren als bijbehorende of toegewezen parkeervoorziening. Het college heeft ook geen andere stukken overgelegd waaruit kan worden opgemaakt dat de Q-park garage als zodanig kan worden aangemerkt. De beroepsgrond slaagt.